Column | Een vreemde eend in de bijt

Archief

De ZRB op de Watersportbaan in Tilburg is van alle roei-evenementen wel het meest polariserend. De een gruwelt bij het idee van een vierploegenbaan, van de vaak chaotische organisatie en de plezierbootjes die te pas en te onpas de wedstrijdbaan opvaren. Een ander ziet er juist wel weer de humor van in en prijst het knusse karakter, het kamperen langs het oproeigebied en de lekkere hamburgers bij TOR. Maar iedereen is het er over eens: de wedstrijden van de Zuidelijke Roeibond zijn een vreemde 2k-eend in de bijt der kortebaanwedstrijden. Hoe zal het dan gaan als er vanaf volgend jaar een spiksplinternieuwe roeibaan ligt vlakbij Rotterdam? Wordt de ZRB dan geslachtofferd? Of blijft de exotische roeibaan, met safaripark ‘de Beekse Bergen’ op een welgemikte steenworp afstand, behouden voor de toekomstige roeigeneraties?

Dat de wedstrijden voor bijzonderheden zorgen bleek afgelopen weekend ook weer. De races op het Wilhelminakanaal leverden in sommige velden bijzonder snelle tijden op. De eerstejaars achten voeren op zaterdag bijvoorbeeld naar 5:50 (EJZ Proteus-Eretes), 5:56 (EJL Nereus) en 6:35 (EJD Gyas). Het ene verenigingsrecord na het andere sneuvelde. De nog relatief onervaren sculler Derk Noordhuis wist eveneens op zaterdag met een snelle tijd van 6:53 de overwinning in de SA1x binnen te halen. Voor de roeier van Aegir zal het voelen als sportieve revanche, een weerwoord richting de bondscoaches die hem voorafgaand aan het trainingskamp in Varese duidelijk maakten dat hij voorlopig niet meer in hun plannen voorkwam. Of Antonio Maurogiovanni, Dave McGowan en technisch directeur René Mijnders veel aandacht zullen schenken aan de resultaten in Tilburg valt echter te bezien.

Daar hebben de heren misschien wel een punt. De stroming op het Wilhelminakanaal maakt dat er geen pijl op de resultaten van de ZRB te trekken valt. Maar als het een keer goede wind mee is, als de sluizen open staan en er snelle tijden worden gerealiseerd, dan maakt dat de ZRB wél tot een leuk evenement voor de ploegen. Goede resultaten zijn op die manier een opsteker, een bewijs van potentie dat vooral het zelfvertrouwen goed doet. En misschien is de ZRB ook helemaal niet bedoeld als echte topsportlocatie. Het is een wedstrijd die al jaren meer draait om gemoedelijkheid en vertier dan om de absolute top van Nederland die zich meldt in een veelvoud aan interessante velden.

In een weekend waar dit jaar ook de Hügelregatta in het Duitse Essen, de internationale juniorenregatta in München en de Internationale Meiregatta in het Belgische Gent op de agenda stonden is er dan ook een overvloed aan keuzemogelijkheden voor de (sub)top. Is dat waar de organisatie achter de Tilburgse klassieker op moet (blijven) mikken? Acceptatie als volwaardige tweekilometerbaan temidden van gevierde of modernere wedstrijdlocaties als de Bosbaan en de Willem Alexanderbaan? Met als steekhoudend argument dat ook op dit soort roeicentra ongetwijfeld wat aan te merken valt? Of zou de Watersportbaan in Tilburg juist gastheer kunnen zijn voor wedstrijden van een totaal ander kaliber, zoals onderlinge sprintkampioenschappen of een boord-aan-boord-avontuur gelijk de Laga Lustrumwedstrijden? Het is moeilijk te zeggen waar de toekomst ligt. Maar één ding is zeker: bijzonder is de ZRB wel. En dat moet misschien ook wel zo blijven.