Liever Gentse klotsbak dan Houtense golven

Archief

Terwijl de snelste mannen van de Nederlandse studentenverenigingen op de Varsity in Houten te vinden waren, zijn veel van de overige roeiers dit weekeinde afgezakt naar Gent waar de Gentse Roei- en Sportverenigng alweer voor de 34e keer de ‘Grote Internationale Voorjaarsregatta voor Seniors & Juniors‘ organiseerde. Elk jaar staat deze wedstrijd weer garant voor grote, internationale velden en een zeer gemoedelijke sfeer, eigen aan België. Waar anders starten deelnemers van 135 verenigingen uit zeven landen twee dagen lang om de drie minuten zonder noemenswaardige problemen? Dat vooral de roeiers die uitkomen in de kleine nummers de golven op het Amsterdam Rijnkanaal te hoog en de competitie te gering vinden lijkt er de oorzaak van te zijn dat het aantal deelnemers uit ons land elk jaar groeit in Gent. Bovendien is de Spring Regatta een ideale gelegenheid om nog eens een kortebaanwedstrijd te varen voordat de strijd om de Nederlandse titels over twee weken weer losbarst op de Hollandia Roeiwedstrijden.

Bij de meeste internationale wedstrijden wordt in een meerdaagse toernooivorm gevaren of zijn er juist twee afzonderlijke wedstrijddagen. Een goed voorbeeld hiervan is de indeling van de Koninklijke Holland Beker. In Gent is echter, mede ingegeven door de wat incourante vijfploegen-baan en de wens meerdere nummers te starten, voor een soort hybride oplossing gekozen. Er worden geen voorwedstrijden gevaren en als er meerdere heats in één bepaald nummer zijn gaat de roeier met de snelste tijd er met de blikken vandoor. Wel is het zo dat de wedstrijden van zondag worden ingedeeld op basis van de uitslag van zaterdag. Gevolg is dat er op zondag een soort finales worden gevaren. Er wordt dan ook gelijk gestreden om de titels ‘Internationaal Belgisch Kampioen’ (junioren) en ‘Internationaal Vlaams Kampioen’ (senioren).

In de Noord-Belgische stad waren vooral veel Nederlandse dames te bewonderen. Niet vreemd, aangezien het de organisatie van de Varsity al jaren moeite kost om damesploegen naar Houten te lokken. Het alleen in 2006 op het programma staande ‘dames hoofdnummer’ is hiervan een stille getuige. Toentertijd werden er nog rozenblaadjes uitgestrooid over het Amsterdam-Rijnkanaal om de winnaressen van Skøll te eren. Vandaag de dag kiezen de dames van de Jan Vroegopsingel er eerder voor om naar Gent af te reizen.

In de skiff leken de beste kansen weggelegd voor Skøll-roeister Ellen Maas en Nienke Groen (Gyas), die in 2009 nog onderdeel van de nationale dames acht. Zij moesten het echter wel opnemen tegen sterke internationale tegenstanders. Zo startte bijvoorbeeld Christiane Huth (Duitsland) die in 2008 nog goed was voor een Olympische zilveren medaille in de dubbelvier. Laatstgenoemde wist de titel uiteindelijk te pakken, verrassend gevolgd door Skøll-roeister Anna Koopmans die Groen en Maas achter zich wist te laten. Koopmans, die de Duitse een dag eerder nog op tijd versloeg, moest het in dit directe gevecht helaas afleggen. Naar eigen zeggen moest ze de race nog wat harder maken. “Huth lag heel lang naast me en toen moest ik het gewoon afmaken. Ik heb dat niet gedaan en ineens was ze weg.” Koopmans was teleurgesteld door haar moment van onachtzaamheid, maar noemde de wedstrijd wel een mooi leermoment voor de Hollandia.

Ook in de lichtgewicht dames skiff was Nederland goed vertegenwoordigd. Orca-roeister José van Paasen pakte hier de winst voor Okeanos-roeister Lotte Terwindt. In de dames twee-zonder was er nog een bronzen medaille weggelegd voor Saurus-roeisters Esther Ruijter en Leslie Jutbo. De Maastrichtse dames moesten echter wel tien seconden toegegeven op de, in hetzelfde veld meeroeiende, Duitse winnaars van het juniorenveld.

Bij de wat later op dag verroeide mannennummers begon de baan zich steeds meer van haar slechte kant te laten zien. De aantrekkende schuine wind zorgde voor zeer moeilijke omstandigheden in baan vijf, een baan die onder roeiers toch al niet geliefd is vanwege de betonnen kant die het water op en neer laat klotsen en maar al te vaak in de weg van een riem staat. Bij de mannen was er in de skiff bovendien beduidend minder competitie dan bij de dames. Met vijf deelnemers ging de winst winst naar de Duitser Dominik Drüke, gevolgd door Ashwin Brandt (Alphen) en oude bekende Remco de Keizer (de Amstel).

De Nederlandse junioren visten in hun wedstrijden achter het net. Spaarne-roeister Roos de Jong ging in haar race lang aan de leiding. Op de meet kwam ze echter net een seconde te kort op de Duitse Stephanie Hang, wereldkampioene in de juniorendubbelvier. De Jong, vorig jaar voortgekomen uit het ‘Raw Potential’-project van de KNRB en nu lid van de juniorenkernploeg, was na afloop begrijpelijkerwijs tevreden met haar resultaat. “Ik kwam heel goed uit de start maar had moeite mijn ritme in die harde wind hoog te houden. Daardoor werd het na de duizend meter behoorlijk zwaar”. Bij de jongens skiff waren helaas geen Nederlandse medaillewinnaars. Opmerkelijk was wel dat Juho Karppinen namens de Finse roeibond aan de start verscheen. Of hij met zijn eerste plaats in Gent zijn wereldberoemde vader, drievoudig Olympisch kampioen in de skiff Pertti Karppinen, tevreden heeft gesteld is evenwel de vraag.

Alle bovengenoemde Nederlandse aanwezigheid zorgde voor mooie wedstrijden in Gent. Dat dit afbreuk doet aan de kwaliteit van de velden op de Varsity is misschien jammer maar geen enkele Nederlander in Gent leek de wedstrijd in Houten ook maar als alternatief te zien. Behalve misschien de enkele verdwaalde Argo, Laga of Triton-ploeg die hier de KNSRB vlag hoog hielden. Het is maar de vraag wat hun corporale verenigingsgenoten van hun afwezigheid vinden.