De cirkel is rond

Archief

Ruim twee jaar geleden zat hij nog in de Holland Vier, destijds het vlaggenschip van het Nederlandse roeien en één van de succesvolste ploegen aller tijden op vaderlandse bodem. Anno 2011 is Geert Cirkel nauwelijks meer met het roeien bezig. Hij coacht niet en zit alleen nog in een boot als hij door mensen van zijn vereniging Orca wordt gevraagd om ‘het trucje even voor te doen’. Verder is het boek van Cirkels roeicarrière gesloten. Geen verrassing voor de meeste mensen, maar jammer is het wel. NLroei schetst een portret van één van de meest talentvolle en meest gelauwerde Nederlandse roeiers van de laatste jaren.

Het is Nieuwjaarsdag, net iets na 11:00 ‘s ochtends. Geert Cirkel verexcuseert zich. Hij had zich niet gerealiseerd dat het misschien niet zo’n goed idee was om de ochtend na Oud en Nieuw af te spreken. Met de jaarwisseling was de Utrechter dan ook niet bezig. Zijn hoofd zat bij de laatste hectische periode bij zijn baan en het daaropvolgende avontuur. Vanaf januari start Geert Cirkel met een promotieonderzoek binnen de Medische Oncologie; de symboliek van het nieuwe jaar als nieuw begin kan daarom bijna niet beter.
Geert Cirkel geldt voor de meeste mensen als een roeier die veel bereikte, maar nooit alles. Er is een gapend gat in zijn prijzenkast, die verder gevuld is met praktisch alle soorten en maten medailles die je kan bedenken. Wereldbeker- en WK-medailles, talloze Nederlandse kampioenschapstitels, winst op de Varsity en de Skiffhead. Het enige dat hij mist is een Olympische plak. Dat weet de voormalig roeier van Orca maar al te goed. “Voor mij is het ontbreken van een Olympische medaille niet zo belangrijk als anderen misschien denken. Natuurlijk was het leuk geweest om met de Holland Vier in 2008 de kroon op het werk te zetten. Helaas is dat niet gelukt, maar die periode van vier jaar is wel de kers op de taart van mijn carrière geweest.”

Bij veel mensen zou zo’n bewering maar de halve waarheid zijn. Opgeklopte bescheidenheid. Des te anders is het bij Cirkel. Hij was eind jaren negentig één van de meest talentvolle juniorenroeiers die er in Nederland rondliep. Iemand die als zestienjarige al 6:10 op de ergometerklokken zette, en nog geen drie jaar later goed was voor 5:54. Het zijn tijden waar genoeg toproeiers in Nederland van kunnen dromen. Geen wonder dus dat de nog piepjonge Cirkel in de aanloop naar Sydney 2000 wordt opgenomen in de selectie voor de Holland Acht II. “Ik heb nooit een WK onder 23 gedaan”, vertelt Cirkel. “Achteraf weet ik eigenlijk niet of dat wel zo’n goede zet was. Ik ben gelijk van het junioren WK bij de seniorengroep gegooid.”

De abrupte overstap naar de SA-equipe is het begin van een samenwerking die de roeier Geert Cirkel zou tekenen. Hij trainde vanaf 1999 onder Kris Korzeniowski, een eigenzinnige Pools-Amerikaanse roeicoach. Korzeniowski is voor de oudere garde berucht: het is een coach met een Oost-Duits trainingsregime, iemand die bikkelharde schema’s opstelde voor de roeiers en roeisters. Het belangrijkste element? Seatraces. Onderlinge wedstrijden om te bepalen wie er wel en wie er niet in de acht thuis hoorde. Niet één keer, maar vrijwel continu. “Niemand was zeker van zijn plaats. Heel gek, achteraf hoorde ik van mensen dat ze altijd al wisten dat ik de acht wel zou halen. Dat heb ik zelf nooit zo ervaren. Voor mij was het pas zeker dat ik in de acht ging roeien toen ik in Sydney aan de start lag.”

“Ik heb thuis een brief van Kris”, gaat Cirkel verder. “Gewoon een brief voor de universiteit om duidelijk te maken waar ik mee bezig was. Daar staat letterlijk in dat ik een plek had verdiend in de Olympische acht. Destijds heb ik dat nooit op die manier gelezen.” Cirkel trainde zich in die jaren een slag in de rondte, ging zelfs zo ver dat hij in 1999 overtraind thuiszat. Het WK in het Canadese St. Catherines ging zo aan hem voorbij. Evenals het wereldrecord dat de Holland Acht op dat toernooi voer. Op de Olympische Spelen in Sydney een jaar later, met Cirkel weer in de boot, was de synergie echter weg. De ploeg was opgebrand, uitgeblust, kapot van de stress door de altijd aanwezige schaduw van Korzeniowski.

Die schaduw bleef ook bij Cirkel lang hangen. Sinds zijn tijd onder Korzeniowski moest de Orcaan voorafgaand aan elke wereldbeker- of WK-wedstrijd een hand geven aan Kris. Van zichzelf. Niet uit bijgeloof, maar eerder om het eigen hoofd rustig te krijgen. “Ik dacht: ‘Dan heb ik dat alvast gehad’”, herinnert Cirkel zich. “Weet je wat hij zei toen ik in 2001 zilver won in de dubbelvier? ‘I knew you could do it’. ‘Ja’, dacht ik toen, ‘maar dat heb je me nooit laten voelen’. Ik ben ook nooit meer zo goed geworden als in 1999. Zelfs in 2008, toen ik zeker wist dat ik niet efficiënter had kunnen trainen, kwam ik niet verder dan 5:57.”

Het is een gek idee dat een coach een dergelijke invloed kan hebben op de sportcarrière van een oud-pupil. Cirkel haast zich echter om te zeggen dat hij nooit met bloedend hart heeft geroeid. Hij heeft van die periode geleerd, en hij heeft vooral genoten van zijn carrière. Van de dubbelvier in 2001, de vier-zonder in 2002 (vijfde op het WK) en van de Holland Vier. Een bijzondere plek heeft het twee-zonderen met Diederik Simon. “Dat ging zo makkelijk, zo snel, zo moeiteloos. Maar ik wist tegelijkertijd dat het niet iets blijvends was. Bij de Holland Vier kwam alles uiteindelijk samen. Dat was het roeien waar ik al die jaren naar op zoek was geweest. Ik ben Matthijs er dan ook zeer dankbaar voor dat hij me er van heeft overtuigd om weer te gaan roeien na Athene 2004.”

Van de Holland Vier was Cirkel de enige aan wie geen comeback-verhaal werd opgehangen na Beijing. “Dat vond ik altijd wel wat vreemd”, lacht hij zelf. “Gijs, Matthijs en Jan-Willem zouden allemaal terugkeren, maar ik niet?” Vandaag de dag blijkt dat alleen Vellenga en Gabriëls actief flirten met Londen 2012. Vermeulen heeft het te druk met zijn baan, en Cirkel heeft al te veel jaren verloren. “Dan ben ik straks 42, en arts-assistent. De kans bestaat gewoon dat het droomscenario – dat ik alsnog een Olympische medaille haal – niet uitkomt. Ik kan vast nog wel wat toevoegen, dat denk ik zeker, maar het is ook een groot risico.” Ondanks het feit dat hij niet zo actief meer is in de roeisport waagt Cirkel zich nog wel aan een voorspelling. “Als ze, zoals het meestal gaat, alles weer op de rails zetten met wat mensen als Jan-Willem en Matthijs er in, dan gaat die acht in 2012 gewoon weer een medaille halen. Dat weet ik zeker.”

En Cirkel zelf? Die kijkt vanaf de zijlijn ongetwijfeld toe hoe zijn vrienden het er van af brengen. Met een tevreden glimlach op zijn gezicht. De cirkel is immers rond. De jongen die het roeien in eerste instantie maar saai vond kan nu met een gerust hart op de kant kijken hoe de riem wordt overgenomen.