Nederland oogst drie keer zilver op EK

Archief

Na een magere serie voorwedstrijden nam de Nederlandse equipe in Montemor-o-Velho gisteren en vandaag sportieve revanche. Met in totaal drie zilveren medailles – voor lichtgewicht skiffeur Jaap Schouten, de lichte twee-zonder (Paul Drewes en Joris Pijs) en de vrouwen-acht – keren de EK-ploegen een dezer dagen terug naar Nederland. De vraag is of de resultaten de bondscoaches tot tevredenheid zullen stemmen. Is dat wat de Nederlanders hebben laten zien acceptabel zo in de aanloop naar het WK? Of juist niet? De oranje ijzers zullen de komende tijd sowieso stevig moeten worden gesmeed om het WK-vuur te kunnen weerstaan.

De medailles van zaterdag, in de niet-Olympische bootklassen, werden gehaald na zwaarbevochten races. Lichtgewicht skiffeur Jaap Schouten (Njord) toonde zich na afloop blij met het resultaat. Zijn tweede plaats achter de ervaren Italiaan Marcello Miani, die net als Schouten nog hoopt op een plaatsje in een succesvolle lichte dubbeltwee, was voor de roeier uit Leiden een teken dat er in Nieuw-Zeeland genoeg mogelijk is. Miani zal daar ongetwijfeld een tegenstander van formaat zijn, en Schouten weet dat hij rekening met hem moet houden. “We zijn aan elkaar gewaagd”, zei de skiffeur voor de camera van Roei.tv, waarna hij de race in Luzern aanhaalde waar Miani in de laatste paar honderd meter moegstreden genoegen moest nemen met brons na de hele wedstrijd eerste te hebben gelegen.

De zakelijke houding van Schouten de afgelopen twee jaar is bewonderenswaardig. De roeier van Njord geldt al jaren als de onbetwiste koning van de lichte apenrots. Zelfs op een slechte dag komt de concurrentie in Nederland vaak niet echt in de buurt. Toch wil het maar niet lukken om een goede dubbeltwee te maken met Schouten als basis. Vorig jaar leek het te lukken met Paul Drewes, maar de roeier van Gyas – op het EK in Montemor-o-Velho acief in de lichte twee-zonder met verenigingsgenoot Joris Pijs – raakte mede door het extreem zware seizoen in de aanloop naar de Olympische Spelen van Beijing overbelast. Het ontbonden ‘vital partnership’ van Drewes en Schouten werd nieuw leven in geblazen met Arnoud Greidanus, maar ondanks hoopvolle geluiden kwam het duo nooit echt op snelheid. Teleurstellende resultaten op de eerste wereldbeker en gezichtsverlies op de Koninklijke Holland Beker, waar het duo verloor van de op dat moment nog maar kort met elkaar roeiende Dion van Schie (Asopos de Vliet) en Björn van den Ende (Skøll), lieten ook dit seizoen het doek prematuur vallen.

Schouten lijkt te hunkeren naar een partner waarmee hij wél hard kan roeien. Zonder een maatje lijkt het uitgesloten dat de roeier van Njord ooit op de Olympische Spelen acteert; op escapades in de Oude Vier van de corporale Leidse roeivereniging na heeft Schouten namelijk weinig ervaring als boordroeier. Een plekje veroveren in de lichte vier-zonder ligt dus niet voor de hand. Geen wonder dus dat Schouten volgens eigen zeggen niet zozeer de focus legt op het komende wereldkampioenschap maar op het seizoen dat daarop volgt. Zijn uitzending naar de wereldkampioenschappen roeien – waar hij ongetwijfeld een grote kanshebber is voor de medailles – lijkt op die manier een mooie geste van de roeibond naar een atleet die de afgelopen jaren meer dan wie ook garant stond voor succes op wereldbekers en WK’s.

Anders dan Schouten zal het eerder aangehaalde duo Drewes/Pijs niet naar het WK gaan. René Mijnders maakte dat al op de persconferentie duidelijk: in Nieuw-Zeeland was op een uitzondering na geen plaats voor niet-Olympische nummers. Een medaille op het EK was voor de roeiers van Gyas dan ook het hoogst haalbare. Met vier ploegen in de finale was de kans groot dat Drewes en Pijs voor eremetaal konden zorgen. Goud was echter nauwelijks reeël, zo erkende Joris Pijs achteraf. “De Fransen waren erg goed. Ondanks de harde wind tegen was het een goede race en hebben we mooi gevochten met de Spanjaarden.” De Franse boot was inderdaad oppermachtig. Tilliet en Bette waren de Muda’s – officieel de snelste lichte twee-zonder van Nederland – ook meestal de baas, dus verliezen daarvan is geen schande. De strijd om de tweede plaats was evenwel spannend. De Nederlanders en de Spaanse ploeg met Castella Gasparin en Alvarez Pedrosa leek vijfhonderd meter voor het eind al beslist, maar op de streep bleef de voorsprong van Drewes en Pijs klein: iets minder dan 1.6 seconde.

De derde zilveren medaille was niet zozeer verrassend maar wel een mooi staaltje van sportieve revanche. De vrouwen acht, die sinds de zomer weer gecoacht wordt door Susannah Chayes, ging vroeg in de race al mee met de Roemeense acht en stond de tweede plek niet meer af. Nienke Kingma gaf achteraf toe dat ze blij was dat Chayes de roeisters had opgedragen om clips op de riemen te doen voor de start. De forse wind tegen had een goed resultaat anders in de weg gezeten, aldus de roeister van Nereus. “We wisten dat we de Duitsers met een goede race gewoon konden pakken, dat hadden we in Luzern ook gedaan. De Roemenen zijn echter nog een stapje te ver, maar we hebben nog twee maanden”, zei Kingma voor de camera van Roei.tv.

Inderdaad, de equipe rest nog ongeveer twee maanden voordat het belangrijkste toernooi van het jaar aanvangt. De wereldkampioenschappen roeien (31 oktober – 7 november in het Nieuw-Zeelandse Cambridge) bieden op die manier goede hoop op de toekomst. Anderzijds zijn er nog genoeg onzichtbare tegenstanders. Immers, op een EK roeien doen de niet-Europese landen niet mee, en Groot-Brittannië, toch één van de succesvolste roeinaties van het moment, was ook niet aanwezig in Portugal. Geldgebrek, zo grapte Mijnders op de persconferentie al refererend aan het miljoenenbudget van de Britten. Voor de vrouwen-acht liggen het genoemde Groot-Brittannië, Canada en uiteraard de Verenigde Staten op de loer.
De afwezigheid van deze landen zal ongetwijfeld door de hoofden van de roeiers en de coaches spoken. Het EK zegt tegelijkertijd veel en niets, zo lijkt. Geen wonder dus dat de mindere prestaties van de Nederlandse equipe door sommige roeiers werden goedgepraat met de woorden ‘dat het niet om het EK ging, en dat er niet specifiek voor het toernooi getraind was’. Een waarheid als een koe. Desalniettemin sloeg Olivier Siegelaar (M8+) de spijker misschien wel beter op de kop. “Je komt hier niet om vierde te worden, maar om de wereldkampioenen, de Duitsers, het vuur aan de schenen te leggen. Als dat niet lukt dan is dat erg jammer.”

Het is, met andere woorden, een kwestie van perceptie. Ervaar je een medaille als succes, of als waarschuwing dat het nu goed was, maar de volgende keer misschien wel niet? Jaap Schouten riep twee jaar geleden na zijn gouden wereldbekermedailles dat het elke keer moeilijker zou worden om de prestatie te herhalen. “Mijn concurrenten gaan er alleen maar harder door trainen, en dan moet ik drie keer zo hard trainen om hen voor te blijven.” De Nederlandse equipe bevindt zich aan beide einden van dat spectrum: de teleurgestelde ploegen zullen hard trainen om als ‘de concurrenten’ de strijd aan te gaan met de gevestigde medaillisten. De winnaars van EK-zilver zullen hun concurrenten op hun beurt voor moeten zien te blijven. De ijzers worden gesmeed.