Sanne Beukers vindt dat de acht ook beesten nodig heeft. Toch was zij, Het Beest van de Ergometer, vorig jaar niet goed genoeg voor de olympische selectie van bondscoach René Mijnders. Verre van ontmoedigd stapte de 23-jarige roeister van Euros in de skiff. Bij de Europese kampioenschappen in Poznan van september bezette zij de vijfde plaats in de finale. Dit voorjaar veroverde zij de nationale titel in de skiff. ‘Daar heb ik erg veel van genoten, een leuke pot was dat.’ De roeibond beloonde haar prestatie op de Bosbaan met een uitzending naar de eerste World Cup van dit seizoen. In München stelde zij ook niet teleur. Zij roeide sterk in de series en legde in de kwartfinale beslag op de derde plaats achter het Wit-Russische fenomeen Ekaterina Karsten en de Italiaanse Gabriella Bascelli. Met een promotie naar de halve eindstrijd en daarmee een plek binnen de top-12 haalde zij, gecoacht door Lloyd van Hout, haar doelstelling voor dit evenement.
Stralend vertelde Beukers: ‘In deze wedstrijd waren, met uitzondering van nummer 10, de beste 15 van het vorige WK aanwezig. Als je je daar tussen zet, is dat mooi en lekker. Dit is geen revanche voor de acht, roeien in de skiff is gewoon heel erg leuk. In de race hadden we flink tegenwind. Ik had een aantal mishalen, maar ik sprak tegen mijzelf steeds: gewoon doorgaan, gewoon doorgaan. Of de tegenwind, gezien mijn kracht, een voordeel was? In Nederland telt dat wel, ja, maar hier zijn ze allemaal sterk. Niemand is hier een mietje.’
Of Sanne Beukers in staat zal blijken om de A-finale te halen, valt nog te bezien dit Pinksterweekeinde op de Olympische Regattabaan te Oberschleissheim. Wanneer haar dat lukt, kan zij zich opmaken voor deelname aan het olympisch kwalificatietoernooi van Poznan half juni. NOC*NSF eist daarvoor een plaats bij de eerste zes in de World Cup. Internationaal zijn de eisen soepeler, eerste twaalf. ‘Ik geef toe best wel eens van het OKT in Poznan te dromen’, zei zij, ‘maar ik doe alles stap voor stap. Ik hoop hier een uitzending naar Luzern te verdienen en dan zien we daarna weer verder. Misschien is de B-finale voor de roeibond daarvoor goed genoeg.’
Bij de opening van de eerste grote internatonale krachtmeting deden Nederlandse roeiers het goed. Donderdag al wonnen de skiffeurs Sjoerd Hamburger (zwaar), Jaap Schouten en Tim Heybrock (beiden licht) hun voorwedstrijd. Ook de dubbeltwee vrouwen lichtgewicht van Marit van Eupen en Kirsten van der Kolk kende een sterke rentree sinds de O.S. van Athene 2004. Met 7.42,42 brachten zij de beste tijd op de chronometers. ‘Het was een vertoon van macht voor alle coaches op de kant’, vond Kirsten van der Kolk van ‘een best lekkere race.’ Het Oranjeduo deed één push en verpletterden daarmee het hele veld. Van der Kolk tegen de concurrentie: ‘Dit is als wij een push doen.’
Vlaggenschip Holland Vier triomfeerde in de voorwedstrijd tegen Duitsland, Frankrijk en Wit-Rusland. Coach Mark Emke kon na de heats vaststellen dat de verschillen tussen de toplanden in de vier-zonder nog steeds uitermate gering zijn. Kwestie van tienden, zo niet honderdsten van seconden. Oranje won in 6.32,32 de tweede serie, Groot-Brittannië in 6.32,13 de eerste reeks en Tsjechië in 6.31,43 de derde heat met Italië in 6.33,71 als tweede aankomende. Wereldkampioen Nieuw-Zeeland ontbreekt in München.
Met de vorm van alle genoemden zit het wel goed. Zorgenkind bleef de lichte vier-zonder. Arnoud Greidanus, Marshall Godschalk, Gerard van der Linden en Ivo Snijders zaten op andere posities in de boot en eindigden op de vierde plaats in de voorwedstrijd. Met 6.42,73 bleven zij 18 seconden achter bij winnaar Duitsland en 16 bij tweede aankomende Frankrijk. Denemarken moest evenals Susannah Chayes’ mannen naar de herkansingen.
Roeland Lievens en Paul Drewes volgen de ontwikkelingen rond de olympische lichte vier vanuit de twee-zonder. Indien het kwartet onvoldoende vaart blijkt te maken, zouden zij kunnen worden opgeroepen om in te stappen. Dan moesten zij zelf wel op topsnelheid roeien in de twee-zonder. Hun debuut was slecht. Drewes sloeg vrijdagmorgen in de voorwedstrijd een snoek, waardoor de achterstand direct een bootlengte bedroeg. ‘Ik trok de riem helemaal onder water, achteraf bleek dat de dol zwaar verbogen was.’ Lievens en Drewes lagen na 1000 meter een achttal seconden achter en drongen niet meer aan. Drewes: ‘Ons doel was, en blijft, hier deze wedstrijd te winnen. Dit was geen goede voorbereiding. Toch zijn wij goed genoeg om heel hard te gaan. Wat die vier betreft, zullen wij eerst zelf goed moeten presteren. Hier moet blijken of de vier genoeg snelheid maakt. Als je medailleboot wilt zijn, moet je hier voorin meedoen. Het zou zonde zijn als niet de snelste boot naar Peking wordt afgevaardigd. Aan de hand van de resultaten hier komt er snel een beslissing.’




