Dat het eerste Bosbaan-loze seizoen anders zou worden, had iedere ervaren roeier of coach kunnen voorspellen. Maar de chaos die dit jaar uiteindelijk is ontstaan, tart iedere beschrijving. Een jaar of vier geleden nog slaagde de bond er eindelijk in een consistente, evenwichtige opbouw van het twee-kilometer seizoen te realiseren, met een standaard wedstrijdprogramma.
Het artikel in maandblad ‘Roeien’ over het Eerstejaars Klassement heeft in de eindredactie klem gezeten tussen twee tekstverwerkers, hetgeen ten koste is gegaan van de leesbaarheid van het artikel. In de herkansing op NLroei de tekst zoals auteur Erwin Cardol ‘m bedoeld had.
Geen wedstrijd is meer hetzelfde
De ‘Alles is Anders’ show
|
Aandachtspunten Sinds 1989 houdt de redactie van Roeien een klassement bij voor eerstejaars achten, sinds dit jaar onder de naam: het Ernst & Young Klassement (EYK). Dit klassement geeft ons blad de mogelijkheid regelmatig verslagen over eerstejaars te publiceren, omdat het een samenhang geeft in het seizoen die er zonder klassement niet is: we creëren er helden mee. In de afgelopen 12 jaar is het een enkele keer voorgekomen dat een ploeg won waarvan vriend en vijand wist dat het niet de beste ploeg was. Een aantal keren was er discussie over de vraag wie écht de beste acht was, maar waren de meningen daarover verdeeld. Om steeds een optimaal beeld te kunnen schetsen, is de puntentelling van het klassement enkele keren bijgesteld. Hoewel er naar gezocht is, is er nooit een fundamenteel ander systeem gevonden. En dat is logisch. Immers, de systematiek van het EYK volgt de systematiek van de sport. Daarom lijkt het systeem van het Formule 1 klassement op ons systeem, en daarom zijn de systemen van de Eredivisie en de ATP-ranking geheel afwijkend. De redactie zal volgende maand ook het seizoen 2001 evalueren, om te beoordelen of een aanpassing van de puntentelling wenselijk is. Een knelpunt van dit seizoen is het niet uitschrijven (of niet starten) van overgangsachten in de tweede helft van het jaar. Voor alle duidelijkheid: aanpassing van de puntentelling kan en mag pas plaatsvinden met ingang van het volgende seizoen. De redactie staat altijd open voor constructieve suggesties over verbeteringen. Mail ons op [e-mailadres verwijderd] |
Dat het eerste Bosbaan-loze seizoen ‘anders’ zou worden, had iedere ervaren roeier of coach kunnen voorspellen. Maar de chaos die dit jaar uiteindelijk is ontstaan, tart iedere beschrijving. Een jaar of vier geleden nog slaagde de bond er eindelijk in een consistente, evenwichtige opbouw van het ‘twee-kilometer’ seizoen te realiseren, met een standaard wedstrijdprogramma.
Van die opbouw is niets meer over. Inmiddels trekken de nationale wedstrijden weer aan ons voorbij als een bonte stoet praalwagens: van knock-out systeem, achtervolgingswedstrijden en boord-aan-boordraces of een combinatie daarvan; met open, besloten en buiten mededinging deelname; in divisies of in klassen, maar ook klassenloos en in een beperkt aantal klassen; eens per week, om de week, drie-wekelijks, maar ook: helemaal niet, of tegelijkertijd in één weekeinde. Soms is een prijzenswaardige drang tot innovatie de aanleiding, soms juist een gemakzuchtige weerstand daartegen. Nu eens handelt de wedstrijdgevende organisatie ‘in het belang van de roeisport’, maar te vaak helaas uit opportunisme.
Kortom: het jaar 2001 zal niet de geschiedenis ingaan als een overzichtelijk jaar voor wedstrijdroeiers. En dat geldt misschien nog wel het meest voor eerstejaars.
Neem nu de ZHRB. Deze regionale bond kondigde vol trots aan het gat op te vullen dat ontstond met het wegvallen van de ARB. Een nobel streven, want de ARB is één van de grootste jaarlijkse nationale wedstrijden en de vaste thuisbasis van de nationale titelstrijd, sinds de NK niet meer in een apart weekeinde wordt verroeid. Het gemis van die wedstrijd te doen vergeten, dát zou geen makkelijke opgave worden. Hoe voorkom je teleurstelling, bijvoorbeeld door bijna lege velden, met drie of minder deelnemers? Hoe maak je het spannender? De wedstrijdleiding formuleerde een afgeleide van de wedstrijd-indeling van de ZRB: in sommige boottypen werd geen overgangswedstrijd uitgeschreven, maar wel tweemaal senioren-A.
Helaas zag de ZHRB, evenals de ZRB, één detail over het hoofd: eerstejaars achten die al overgangs zijn, kunnen op hun wedstrijd geen punten scoren, hoe goed zo ook zijn. ,,Wij hebben er bewust voor gekozen om geen overgangsklasse achtenvelden uit te schrijven om zo de deelname en de spanning in de SA achtenvelden te vergroten’’, lichtte wedstrijdleider Rolf Denissen toe op NLroei, in een reactie op de ontstane commotie.
Denissen stelde vervolgens voor om binnen de senior-A achten een apart overgangsklassement ten behoeve van het EYK toe te voegen. ,,Dit voorstel is volledig in de geest van het reglement van het EYK en zal geen andere (punten)verhoudingen laten zien dan bij het uitschrijven van extra overgangsklasse achtenvelden op de ZHRB. Dit voorstel tast daarnaast onze wil om goede gevulde velden te creëren niet aan’’, aldus Denissen. Een oplossing die in de ogen van de EYK redactie bepaald niet de schoonheidsprijs verdient.
Waarom niet O én SA apart uitgeschreven en eventueel ná sluiting van de inschrijving samengevoegd, maar dan wel mét blik voor de winnende overgangsacht? In ieder geval leverde de ZHRB dankzij deze constructie alsnog punten op voor een aantal koplopers die aanvankelijk met lege handen dreigden te blijven staan.
Joost Niermeyer, coach van Proteus’ eerstejaars licht, vond de inschrijving voor de LSA8+ ‘een beetje treurig’. ,,Bij de lichte achten startten vier eerstejaars ploegen. Dat is jammer. Dan was ik liever ook uitgekomen tegen ouderejaars. Op de Martini hebben we ook een ouderejaars combi verslagen’’. De teleurstelling bij de koplopers van het EYK voor lichte achten zou beslist nóg groter zijn geweest als deze race geen punten zou hebben opgeleverd. Dan zou de stand in het klassement niet echt een reeël beeld hebben gegeven van de verhoudingen. Nu blijft de sterkste ploeg de drie sterke runners-up nog voor. Maar Niermeyer is er nog niet gerust op. ,,Ze zeggen wel ‘er is niets zo wisselvallig als eerstejaars roeien’. Wij hadden een mindere periode bij de Heineken en Head. Skadi en Nereus zijn onze grootste concurrenten. Het kan best zijn dat zij nu sterker worden en ons straks op de Slot nog te pakken nemen. Als je kijkt naar het Laga Lustrum, daar hebben wij wel gewonnen, maar Orca en Skadi waren in de voorwedstrijd sneller’’.
Maar dat was vóór de ZHRB. Om tal van redenen hoeven Niermeyer en Proteus Licht zich inmiddels geen zorgen te maken over hun positie in het klassement: Na de dubbele winst op het Laga Lustrum was de voorspong op Nereus, de voornaamste tegenstander, al riant te noemen, maar door weg te blijven van de ZHRB geeft laat Nereus zijn kans op de eindoverwinning uit de handen. Skadi op zijn beurt hád de kans om Nereus te passeren, maar maakte geen goede indruk op de ZHRB. Phocas hangt, tegengewerkt door blessureleed, al het hele seizoen in de kelder van het klassement rond. In de voorwedstrijd hield Phocas Skadi buiten de A finale. In de B-finale ging het helemáál mis voor de Rotterdammers; de nummer drie van het klassementwerd roemloos laatste.
Ook de voorsprong van Nereus Zwaar kon wel tegen een stootje. Dat de ploeg wegbleef van de ZHRB verandert dus niets in het klassement. Diederik Simon, coach van de zware acht, gunt zijn ploeg vooral rust. ,,Het werden een beetje veel wedstrijden achter elkaar. We moeten af en toe even op adem kunnen komen. Bovendien heeft een aantal jongens tentamens”. Dat de acht daardoor punten liet liggen, deert Simon zelf maar weinig. ,,Natuurlijk vinden die jongens het leuk als ze punten halen, maar we gaan daar niet ons seizoen op inrichten. Volgens mij gaat onze grootste concurrent Aegir ook niet”. Met nog twee wedstrijden te gaan, waarin Aegir weliswaar nog nieuweling kan starten, heeft Nereus een veilige marge.
Een heel ander verhaal speelt zich af in het vrouwen veld. De vrouwen van Nereus behouden hun ongeslagen status, maar lieten op de Winterwedstrijden, Randstad, Hollandia en ZHRB teveel punten liggen door niet van start te gaan. Coach Maartje van der Meulen liet eerder in het seizoen al doorschemeren dat het klassement niet tot de doelstelling behoort. Dat in tegenstelling tot de vrouwen van Skadi, die samen met Skøll strijden om de titel ‘Best of the Rest’. De Skadies verschenen overal ten tonele, pakten elk wedstrijdweekend punten en nemen, met de uitkomst van de ZHRB, een hoogstwaarschijnlijk beslissende voorsprong.
Erwin Cardol



