Na de 750 meter van de vierkamp als laatste vakje op de langeafstands-bingo, was het met de Varsity tijd voor het kortebaanseizoen. Dat betekent boord aan boord, vanuit stilstand starten, eindsprints, voorwedstrijden en boeiverschillen. Dit keer was er bij de 142e Universiteitsroeiwedstrijden – in tegenstelling tot voorgaande jaren – geen time trial. De eerstejaarsploegen mochten in de ochtend al naast elkaar racen, wat voor vele deelnemers de eerste keer ooit was.
Dit leverde vanaf het begin al spannende wedstrijden op, die tegelijkertijd ook grote verschillen blootlegden. Zo won de zware mannenvier van Vidar met ruim zeven seconden, terwijl de andere lichte vrouwen met bijna tien seconden achter Triton eindigden.
Dat de jonge mannenachten een voorportaal zijn van de oude vier, werd tijdens de A-finale duidelijk. Het nummer dat al zeker sinds de negentiende eeuw als belangrijk bijnummer wordt gehouden, kende dit jaar eveneens een stuivertje-wisselende strijd tussen Laga en Nereus. De eerstejaars uit Delft kwamen het snelst uit de start, maar werden al snel achternagezeten én gepasseerd door de Amsterdammers. De Delftenaren hielden daarna weer koers en gaven veel in hun eindsprint. Het resulteerde in een spannende tweestrijd waar de rest van het veld het nakijken op had. In tegenstelling tot de drie-kilometerwedstrijd werd deze strijd uiteindelijk met 0,43 seconden in het voordeel van de Nereïden beslist.
Tweegevecht
Bij de jonge damesachten moest Nereus opnieuw een tweestrijd uitvechten met een scharlakenrode vereniging, ditmaal Skøll (in lustrumgroen). Al tijdens de voorwedstrijd was het spannend, maar voerde Nereus de tussenuitslagenlijst aan. Coach Pim Amorison van Skøll bekeek de voorronde vanaf zijn telefoon, maar besloot bij de eindstrijd wel mee te fietsen. “Het was echt een superspannende finale”, zei hij.
Bij zijn vrouwenacht zijn ze gewend om vanuit sterke halen pas later mee te racen met het veld. Zo lag het ook in de lijn der verwachting dat de vrouwen van de Amsteldijk (oftewel Nereus) het best uit de start zouden komen, maar vrij snel achterna werden gezeten door de ploeg van de Jan Vroegopsingel (Skøll). “De haal moet in de basis sterk zijn, dus we hebben het voorseizoen soms zelfs in baantempo 28 gevaren”, vertelt Amorison. “Later in het seizoen kunnen we dan uitbouwen naar een hoger ritme.”
Feest
De acht van Skøll schroefde rond de 1000 meter het tempo op om erlangs te kunnen. Uiteindelijk pakten ze enkele honderden meters voor de finish de leiding en gaven die niet meer weg. Een eindsprint van de vrouwen maakte het spannend, maar strandde bij een lichte snoek. De vereniging van de Berlagebrug moet dus nog een wedstrijd wachten totdat alle eerstejaarsachten van de beginnelingen af zijn en zal nog minstens één weekeinde dubbel moeten starten.
De vrouwen van Skøll konden natuurlijk feestvieren. Toch hoefde de Nereusploeg niet teleurgesteld naar huis, omdat ze een kroegjool kregen van hun ouderejaars evenknie. De eerstejaarsroeiers hadden daarbij wel de onderlinge afspraak gemaakt om het bij twee biertjes te houden.



