Er werd dan wel geen gouden medaille behaald, toch was de vrouwen equipe van het nationale roeiteam de grote winnaar bij de Europese Kampioenschappen afgelopen weekend in Poznan. De vrouwen dubbelvier kon zelfs even ruiken aan de gouden medaille, maar ook de acht en de twee-zonder van Olivia van Rooijen en Ellen Hogewerf pakten met volwassen races het zilver. De mannen bleven wat achter qua resultaten, al roeiden de meesten in elk geval naar behoren. Alleen de Holland Acht maakte een flinke zeperd met een zesde plaats.
Er lag dit weekend flink wat druk op de schouders van alle vrouwen ploegen. Hoofdcoach Josy Verdonkschot had dit toernooi immers lang van te voren al als scherprechter aangemerkt. Er moest hier door zowel de twee-zonder als de dubbelvier gepresteerd worden, anders zouden deze ploegen worden opgeofferd voor een sterke acht. Het verlamde de twee boten gelukkig geenszins. “Natuurlijk waren we zenuwachtig maar het was eerder gezonde spanning. Je voelde in de boot dat we wisten welke halen we moesten maken” vertelde Nicole Beukers uit de dubbelvier. En dat was wel nodig want ik het eerste deel van de race kwam het kwartet moeizaam op gang om in het tweede deel van de race met zelfs een negatief verval door te stoten naar de tweede plek. Een bewuste keuze bleek achteraf. “Uit de wedstrijden in Bled kwam naar voren dat dit voor nu de beste tactiek was met de kans op het hoogste rendement” aldus Verdonkschot. “Ze roeien het best als ze eerst de tijd nemen om in een goed ritme te komen en vanuit daar door te bouwen.” Dat lukte uitstekend want in de eindsprint werd zelfs het ongenaakbaar geachte Duitsland het vuur aan de schenen gelegd. Op de finish bedroeg het verschil slechts een halve seconde. Verdonkschot: “Het is mooi te zien dat ze in staat zijn nog een lengte af te snoepen van de Duitsers. Voor nu is het goed. Maar voor de toekomst moeten we ervoor zorgen dat we net als Duitsland nog wat meer noten op onze zang hebben en wat meer kunnen spelen met de snelheid.”
Met die laatste opmerking laat de hoofdcoach zien nu niet op zijn lauweren te willen rusten. “Natuurlijk ben ik blij en tevreden. We hebben laten zien dat we goed bezig zijn, maar we moeten wel beseffen dat dit een tussenstap is. Zowel qua tegenstand als qua aantal ploegen moet het geen reken-je-rijk-show worden. De meerderheid van de andere landen neem het EK heel serieus maar hoe serieus weet je niet.” De equipe van Groot-Brittannië kwam in elk geval goed voorbereid naar Polen. Het land haalde maar liefst zes Europese titels mee naar huis, waaronder die van de oppermachtig vrouwen twee-zonder. Ellen Hogerwerf en Olivia van Rooijen waren weliswaar niet in staat hen een goed weerwoord te bieden maar waren duidelijk een maat te groot voor de rest van de concurrentie. Ten opzichten van voorgaande jaren lijkt met het zilver in elk geval progressie geboekt. “Het veld is door de enorme gaten lastig in te schatten. Maar objectief gezien roeiden ze een zeer behoorlijk goede tijd” aldus Verdonkschot.
De hoofdcoach vergaderde vanochtend al met de ploegcoaches Nienke van Zijp, Titus Weijschede en Kirsten van der Kolk over hoe verder. De coaches van de vrouwen sectie beschikken namelijk over een luxeprobleem want ook de in hiërarchie lager staande vrouwen acht presteerde uitstekend op het Malta-meer. Het octet behaalde zilver na een uiterst volwassen race. “Na de eerste races leek het alsof de meeste ploegen ongeveer dezelfde snelheid hadden en dan komt het aan op hoe je de race ingaat. Dat deden ze heel agressief” zei Verdonkschot. De Russen waren weliswaar sneller maar onder andere het sterker geachte Roemenië werd verslagen. Het zorgt ervoor dat de ploeg nu zeker in de buurt lijkt van olympische kwalificatie bij het WK in Aiguebelette, waar de beste vijf landen zich plaatsen. De afweging zal nu zijn of de coaches het aannemelijk achten dat dat met deze acht lukt of dat versterking geboden is. Gezien de gaten in het veld zou een andere twee-zonder immers ook kwalificatie in de twee (eerste elf) kunnen bewerkstelligen. Morgen staat er een bespreking met de gehele groep op het programma.
De enige vrouwen boot (buiten de reserves) die niet met een medaille thuis kwam was de lichte vrouwen dubbeltwee van Lisa Wörner en Maaike Head. Na een degelijke race moesten zij met een vijfde plaats genoegen nemen en dat terwijl vier boten voor de finish bijna op één lijn lagen. Het zorgde voor de nodige frustratie bij Head. “In mijn toch al zeven jaar durende carrière ben ik in de dubbel nog niet zo dicht bij een medaille geweest. Dit soort kansen dienen zich helaas niet vaak aan en dan is het flink balen als het niet lukt.” Een optimale voorbereiding hadden de vrouwen overigens niet. Worner bleek twee weken voorafgaand aan het toernooi een stressfractuur te hebben waardoor er amper samen getraind kon worden. Schrale troost was dat met de vijfde plaats in elk geval de A-statussen weer met één jaar verlengd zijn. Iets dat ook werd gedaan door beide mannen viertjes. De zware boot met Govert Viergever, Vincent van der Want, Peter van Schie en Harold Langen oogstte lof met die prestatie, want hoewel dit veld in de breedte niet enorm sterk was, bedroeg het verschil met de Engelse winnaars slechts vier seconden.
Het stond in schril contrast met het optreden van de Holland Acht. Hoewel het vlaggenschip van de roeibond snel uit de start kwam, viel het in de tweede 1000 meter compleet weg en eindigden ze als laatste op maar liefst negen tellen van de Duitse olympisch kampioen. Hoofdcoach mannen, Mark Emke, was een dag later nog zoekende waar het precies mis ging. “Ik heb het idee dat het fysiek wel goed zit, maar dat check ik van de week als we een VO2-max teat doen. Ik denk dat het probleem meer in de techniek zit. Ik heb de beelden van de race nu twee keer gezien en beide keren valt me op dat de halen in het tweede deel erg kort zijn en het tempo ook laag ligt. Dan gaat er dus iets mis” was zijn nuchtere constatering. Het verschil met het optreden is Essen toen de boot nog prima in de buurt van de Duitsers bleef, heeft volgens de coach ook daar mee te maken. “Daar hadden we harde wind tegen en hier harde wind mee. Dan heb je gedragen halen nodig en die maakten we niet.” Ook benadrukte Emke het missen van de belangrijke pion Dirk Uittenbogaard, die met een gebroken teen thuis moest blijven. “Dat is zeker niet de slechtste roeier.” Een nieuwe selectie met de jongens uit de goed presterende vier ziet hij niet zitten. “Het zit volgens mij niet in de mensen maar meer in het samenwerken en hoe er geroeid wordt. Dat moeten we aanpakken.”
De lichte mannen konden helaas ook geen medaille mee naar huis nemen, maar kwamen met een vierde (LM2x) en een vijfde plaats (LM4-) in elk geval goed mee in het veld. Zeker voor de vier-zonder was dit een hele verbetering ten opzichte Bled. “Ik ben daar erg tevreden over. Na dat weekend heb ik een interventie gedaan en dat heeft goed uitgepakt. Iedereen was wel met 100% inzet gecommitteerd maar op wedstrijden ging het vaak mis. Werd men te resultaat gericht en dachten ze dat ze nog iets extra’s moesten doen. Dat leidde tot wisselvallige prestaties” vertelt Jeroen Spaans. De bondscoach was tevreden over hoe er door zijn beide ploegen was geroeid, maar niet over het resultaat. “We hebben ten opzichte van het WK onze prestaties ongeveer behouden maar zijn wel wat opgeschoten in het veld. Voor een echte topprestatie moet alles goed vallen. De dubbeltwee kampte bijvoorbeeld met ziekte voorafgaand aan het toernooi. Dan is een vierde plaats zo gek nog niet.” Het zijn resultaten die hem en hoofdcoach Mark Emke aan het denken zetten. Deze week zal bepaald worden hoe er verder wordt gegaan: beide boten zo houden of kiezen voor een sterke boot. Spaans is er nog niet over uit. “Op papier is het makkelijker dan in de praktijk. We weten bijvoorbeeld helemaal niet of er na het samenvoegen ook wel echt een snellere boot uitkomt.” De voormalige roeier uit de Twente Vier doelt dan vermoedelijk ook op de moeizame onderlinge verhoudingen tussen de bemanning van beide huidige ploegen.
Evenement: 2015 European Rowing Championships
Datum: 29 t/m 31 mei 2015
Locatie: Poznan, PL




