Zoals hoofdcoach vrouwen Josy Verdonkschot eerder al aangaf, stond afgelopen weekend in het teken van selectieraces op de Bosbaan. Alle nationale vrouwen ploegen deden hieraan mee. Voor de een stond iets meer op het spel dan voor de ander. Naast dat Ellen Hogerwerf en Olivia van Rooijen werden aangewezen als nationale twee-zonder, viel ook het doek voor Janneke van der Meulen.
Coach van de twee-zonder, Kirsten van der Kolk, ging op roeien.nl al in op de selectie van haar ploeg . In details wilde de winnares van olympisch goud in Peking alleen niet treden. Zeker omdat de verschillen naar verluid erg klein waren en eerder juist de andere combinatie sneller was, roept dat de nodige vraagtekens op. Verdonkschot wil er wel iets dieper op ingaan. “Iedereen die heeft meegefietst heeft de tijden kunnen klokken. Wat we hebben gedaan is op zaterdag twee keer 1500 meter achter elkaar aan. Ellen won dat twee keer waarbij de combinatie met Olivia net iets sneller was, maar er waren ook kleine tempoverschillen. Zondag hebben we side-by-side gevaren en werd er twee keer door Olivia gewonnen. Dus was het duidelijk.” De bondscoach kan zich wel voorstellen dat de uitkomst wat beroering met zich mee bracht. “Zeker Heleen heeft flinke progressie gemaakt en is op de ergometer van in een jaar van 7.00 naar 6.54 gegaan. Dat is een enorme verbetering. Maar aan de andere kant, Olivia en Ellen hebben dat ook gedaan.”
Niet alleen deze beslissing hakte erin bij Boers en Jorritsma. Een dag later kregen ze te horen dat ze tot aan het NK Klein niet aan elkaar gekoppeld zouden worden, maar aan andere partners (respectievelijk Lies Rustenburg en Sophie Souwer). Een zwaktebod omdat dit duo bijvoorbeeld bij de Hel van het Noorden nog sneller was? “Nee, daar is geen sprake van. We hebben uitgebreid geselecteerd en de volgende stap is wat het beste is voor de acht. Ik snap dat het even slikken was dit meteen te moeten horen, maar we kunnen nu eenmaal niet weken wachten” aldus een gedecideerde Verdonkschot. Daarnaast benadrukt hij dat de roeisters ook echt niet per sé slechter uit hoeven te komen. “Lies en Sophie zaten op de eerste dag in lager tempo en met weinig voorbereiding dicht op de tweede twee, dus misschien komt er wel een snellere twee uit. Maar zoals gezegd: een doel is dat niet. Het draait om de acht.” Overigens is het sowieso maar de vraag wat Hogerwerf en Van Rooijen aan hun selectie hebben. De kans is immers groot dat ze na het EK terugvloeien naar de acht en dat is het hele circus eigenlijk voor niets geweest. Verdonkschot: “Ze gelden nu net als de dubbelvier als prioriteitsboot, dat betekent dat ze bij het WK moeten mee kunnen doen om de medailles. Dat betekent voor het EK minimaal een podiumplaats en ook nog eens binnen afzienbare afstand van de nummer één.”
In de matrix-races die de bondscoaches hielden voor de acht waren wel grote verschillen te zien. Soms wel tot 20 seconden op 1500m. Daar is Verdonkschot uiteraard minder tevreden over, al moet dat volgens hem wel in perspectief worden geplaatst. “Vooral op de eerste dag waren de verschillen groot. Toen stond er een straffe wind en speelt handigheid een grote rol. Dat is vooralsnog niet iedereen. De tweede dag was het al een stuk beter.” Zoals gezegd kwamen Rustenburg (op bakboord) en Souwer (stuurboord) hier als grote winnaars uit de bus. Achter hen deed ook Wianka van Dorp relatief goede zaken. Zij wordt vooralsnog gekoppeld aan Claudia Belderbos, die weer voorzichtig haar rentree maakt. Achter Van Dorp eindigde op bakboord Monica Lanz, die op haar beurt weer Marleen Verburgh versloeg. Laatstgenoemde zit voorlopig nog in de wachtkamer omdat Kirsten Wielaard wegens een blessure niet kon mee selecteren. Die krijgt binnen een termijn van drie weken een kans op de ergometer om de laten zien dat ze fysiek progressie heeft gemaakt. “Ik weet inmiddels wat Kirsten in de boot kan. Ze moet aantonen verbeterd te zijn op de ergometer. Daar was ze in eerste instantie mee bezig, maar dat moet ze nog wel laten zien.” Zonder een tijd te noemen, kan dat dus het einde betekenen voor Verburgh, die sowieso op dit moment al vier bakboorders voor de acht voor zich heeft.
Op het andere boord eindigden Jenny de Jong en José van Veen achter Souwer. Van Veen wordt tot het NK Klein aan Lanz gekoppeld en De Jong voorlopig met Verburgh. Janneke van der Meulen valt af. Dat kwam overigens niet door haar prestaties in de twee, want die waren zeer behoorlijk. Verdonkschot: “Janneke was inderdaad iets sneller dan Jenny en José maar het zijn tijden waar ik niet enorm van onder de indruk ben. Ik kijk in dat geval ook naar andere dingen. Dit is een opleidingsploeg voor Tokyo en dan tellen bijvoorbeeld ook fysieke progressie en trainingsleeftijd. Ik sluit niet uit dat Janneke in Tokyo zal roeien maar dat geldt wel voor meer mensen, ook buiten deze groep.” Van der Meulen is uiteraard teleurgesteld maar wil zich niet laten kennen. “Ik kan op zich begrijpen dat je wil dat ik mijn ergo PR (7.01, red.) weer eens ga aanscherpen. Maar het is jammer dat mijn consequente prestaties in de boot niet op waarde worden geschat. In de boot heb ik de afgelopen drie jaar altijd vooraan gevaren en nu weer, maar dat telt blijkbaar onvoldoende.”
Dit weekend kwamen ook voor het eerst de lichte dames in actie voor een plek in de dubbeltwee. Het bleek dat Maaike Head ondanks al haar co-schappen constant de snelste was, met wie ze ook van de vier mogelijke partners in de boot zat. “De selectie ronden we zoals afgesproken af rondom het NK Klein. Hoe we dat gaan doen weet ik nog niet precies. Op zich hoeft het dan ook niet definitief te zijn, want er is geen andere olympische boot die nadeel ondervindt van wisselingen. Dus ook na het EK zou er nog gewisseld kunnen worden” aldus Verdonkschot.


