Persoonlijke records en blessures bij testen OTC

Archief

Afgelopen week stond voor een deel van de nationale toproeiers in het teken van profieltesten. Zowel de lichte mannen- als de vrouwensectie deden na de zes kilometer van de Ergohead onder andere ook een twee-kilometer-test in het Olympisch Trainings Centrum (OTC). Hetzelfde gold voor alle atleten met een talentstatus. Een aantal toproeiers verbeterde hun persoonlijke records, maar bij de lichte mannen waren er ook veel geblesseerden.

Bondscoach van de vrouwen, Josy Verdonkschot, keek redelijk tevreden terug op de week van testen. “Als groep zijn ze op de zes kilometer gemiddeld zeven seconden sneller dan vorig jaar en op de twee kilometer twee-en-een-half, dus wat dat betreft is het goed.” Snelste tijd werd net als bij de Ergohead neergezet door José van Veen. Met haar 6.39 verbeterde ze haar persoonlijke record (PR) met maar liefst drie seconden en lijkt definitief een goede stap te hebben gemaakt richting de acht. Achter haar zetten ook de sculldames goede tijden neer. Inge Janssen kwam nipt tot een PR met 6.44 en ook Chantal Achterberg kwam tot een sterke 6.45. Claudia Belderbos volgde met 6.50 en Nicole Beukers met 6.54. Laatstgenoemde revancheerde zich daarmee van een mindere Hel van het Noorden en zes-kilometer-test. Zeker gezien haar relatief lage gewicht een prima score. “Mijn idee is dat je als topploeg gewichtsgecorrigeerd gemiddeld op ongeveer 6.45 moet zitten. Die kant gaan we wel op en ten opzichte van vorig jaar zijn we ongeveer 1% verbeterd. Volgens mij is dat ook ongeveer wat we vast moeten blijven houden” aldus Verdonkschot.

Ook bij de boordroeisters vielen enkele persoonlijke records te noteren. Sophie Souwer haalde zelfs vijf seconden van haar beste tijd af en kwam uit op 6.50 en ook de relatief lichte Heleen Boers scherpte haar tijd aan tot 6.56. Ook Ellen Hogerwerf, Aletta Jorritsma, Olivia van Rooijen en Wianka van Dorp roeiden naar tijden laag in de 6.50. “Het gemiddelde van de boordroeisters is nu ongeveer 6.52 en voor nu lijkt me dat voldoende. Maar net als bij de scullsters is het zeker nog niet af” liet de hoofdcoach weten. Komende tijd volgt een blok met meer nadruk op kracht waarna Verdonkschot hoopt in maart nog meer persoonlijke records te zien sneuvelen.

Met de lichte vrouwen was de Amsterdammer minder tevreden. Het was veelzeggend dat de snelste tijden op de klokken werden gezet door vrouwen van buiten het team. Traditioneel was Nienke van Hoogenhuyze het snelste (7.09), daarna volgende SB-roeister Anne-Marie Schonk van Nereus met een keurige 7.11. De sterke Maaike Head deed vanwege haar co-schappen niet mee. Verdonkschot: “Er zijn allerlei verklaringen te geven, maar het is duidelijk dat hier nog wel een stap gemaakt moet worden.” Net als Schonk deden ook alle roeiers met talentstatus en mensen die komend jaar in aanmerking willen komen voor een development-uitzending mee aan de testen. Bij de zware vrouwen maakte de nog onbekende Lisanne Brandsma van Skadi indruk met een tijd van 6.49.3. Ook Laila Youssifou was bijzonder sterk met 6.50. Samen met Roos de Jong, die met weinig kilo’s 7.03 noteerde, zou er een aardig Delfts dubbeltweetje kunnen worden gemaakt voor de onder 23 kampioenschappen.

Zoals in het artikel van de Ergohead al viel te lezen, zette Tycho Muda met 6.13.2 een snelle tijd neer. Ook Conno Kuyt maakte indruk met een PR van 6.15.1. Daan Klomp kwam tot 6.18 en Tim Weerkamp tot 6.23 (PR). Al met al redelijke tot goeie resultaten, al kampte Jort van Gennep (6.25) nog met de naweeën van een blessure. Hij was daarin niet de enige. Van de tien man die bondscoach Jeroen Spaans in zijn trainingsgroep heeft, was de helft niet in staat deel te nemen aan de testen en deed noodgedwongen de test op de Wattbike of in het geval van Vincent Muda op de RowPerfect-ergometer. En dat terwijl de hoge mate van blessuregevoeligheid in deze groep een reden was af te wijken van het beleid van hoofdcoach Mark Emke, die zijn zware mannen afgelopen weken een programma liet doen met veel aandacht voor krachttraining en piekvermogen. “In de analyse over waar we nu staan, kwam dit erg duidelijk naar voren. Het is zonde als je veel gaat krachttrainen, maar vanwege zwakke ruggen het aantal kilo’s niet kan laten toenemen” aldus Spaans. Dit naast het feit dat volgens hem de aerobe capaciteit, zeg maar de inhoud van de roeiers, internationaal gezien misschien nog wel een grotere beperking is. Dat er alsnog zoveel blessures zijn, wijt Spaans aan de te lage belastbaarheid van de jongens. “Centraal probleem is dat als de roeiers bij ons komen te vaak blijkt dat de spieren in hun romp, hun core-stability, te slecht ontwikkeld is. Omdat daar in het verleden te weinig aandacht aan is besteed, krijg je problemen als de trainingsintensiteit toeneemt.”

Maar rustiger aan doen is niet wat de voormalig roeier uit de Twente-vier wil. “Als je kijkt naar welke ploegen toonaangevend zijn: de Kiwi’s, Britten, Denen en Fransen, dan moet je concluderen dat zij veel harder trainden dan wat wij gewend zijn. Dan kan je niet 20% minder doen en toch denken dat je van ze kan winnen.” Spaans geeft aan dat deze belasting wennen is voor veel jongens. “Het vergt veel van ze, maar je komt dan wel tot de kernvraag of ze dat ervoor over hebben of niet.” De groep traint inmiddels twaalf maal per week en echt duidelijke ploegen worden voorlopig niet gemaakt, behalve dan dat de Muda’s voorlopig in de dubbeltwee verder mogen. De rest roeit voorlopig boord. “Als blijkt dat de Muda’s te ver van een potentiele medaille afzitten en ze gaan naar de vier, dan is het natuurlijk ook altijd nog een mogelijk een andere dubbeltwee te maken die zich ook kan kwalificeren” aldus Spaans, doelend op bijvoorbeeld de dubbeltwee van Bart Lukkes en Conno Kuyt die afgelopen zomer zilver wonnen bij de Wereldkampioenschappen onder 23 jaar.