De nationale talentdag die op 2 november door sportkoepel NOC*NSF is gehouden, heeft maar liefst vijftig potentiele jonge roei(st)ers opgeleverd. Op deze dag werden door leraren Lichamelijke Opvoeding gescoute kinderen getest op talent voor verschillende relatief onbekende sporten. De roeisport kwam uitstekend voor de dag, want van de 100 aangenomen sporters bleek meer dan de helft hiervoor de meeste aanleg voor te hebben. Aan bondscoach junioren Ronald Florijn de taak om ze overal in Nederland onder te brengen.
Eerder al berichtte NLroei al over deze talentdag, waarvoor Florijn samen met onder andere Nico Rienks een presentatie hield voor zo’n 200 docenten. Centraal daarin stonden de fysieke kenmerken die kinderen kunnen hebben, waaruit blijkt dat ze geschikt zijn voor roeien, zoals spanwijdte (lengte van de armen), maar ook kracht en uithoudingsvermogen. Op voordracht van deze docenten werden verspreid over de vier Centra voor Topsport en Onderwijs (CTO’s) in Amsterdam, Eindhoven, Heerenveen en Papendal, 300 kinderen getest. Deze zijn verdeeld over vijf sporten, die zijn uitgekozen omdat ze relatief snel te leren zijn en weinig natuurlijke aanwas hebben. Naast roeien zijn dat (beach)volleybal, baanwielrennen, rugby en triatlon.
Roeien kreeg maar liefst meer dan de helft van alle geselecteerde sporters. Volgens Florijn omdat roeien ook ten opzichte van de andere sporten een nog makkelijkere ‘transitiesport’ is. “Sommigen konden kiezen tussen roeien en volleybal, maar voor dat laatste is ook balvaardigheid belangrijk en niet iedereen heeft dat van nature. Handigheid en timing zijn voor roeien ook belangrijk, maar dat is makkelijker aan te leren” aldus Florijn. Het testprotocol bevatte onder andere een fietstest van één minuut. Florijn: “Het wattage wat iemand trapt per kilogram gewicht is vrij belangrijk.” Samen met hoofdcoach vrouwen Josy Verdonkschot zijn alle talenten nog eens individueel doorgenomen en daar zijn er nog zo’n twintig van afgevallen. Of dit nu allemaal toptalenten zijn, wordt niet helemaal duidelijk. “Uiteraard weet ik niet hoe goed ze uiteindelijk worden, daarin spelen allerlei factoren een rol” laat Florijn weten. “Maar al mislukt de helft dan is het nog enorme winst.”
De grootste uitdaging zit hem erin al deze talenten ergens onder te brengen. De meeste verenigingen hebben wachtlijsten en zijn vaak niet flexibel genoeg zich aan te passen aan enkel toptalent dat nog niet kan roeien. Florijn heeft echter goeie hoop dat dit een niet al te grote beperking is, zolang er maar genoeg tijd en energie in wordt gestopt. Iets wat hij allemaal zelf doet. “Ik stop veel tijd in elk persoon afzonderlijk. Je komt er niet mee weg om even een briefje te sturen naar de dichtstbijzijnde vereniging. Ik moet ze allemaal nabellen om te vragen of ze deze mensen buiten de wachtlijst en zo snel mogelijk kunnen aannemen.” De talenten komen uit alle windstreken. Dronrijp, Garderen, Ter Schuur en Noordwolde is slechts een greep uit de lijst van woonplaatsen. Succesverhaal is roeivereniging De Ank in Doetinchem. Via het Project 2020 had Florijn daar al een meisje ondergebracht. Nu heeft hij ook een jongen in de buurt gevonden. “Dat is heel makkelijk gegaan en het herbergen van twee talenten kan een kleine vereniging een enorme boost geven. Ze hebben al een coach gevonden en ik heb ze geholpen om via de gemeente subsidie te krijgen voor het kopen van een skiff voor hen.” Bij verenigingen met al een bestaande juniorengroep verloopt alles soepeler. “Bestaande coaches zijn al snel gemotiveerd als ze horen dat iemand veel talent heeft.”
Waar het precies heen moet met de talenten heeft Florijn nog niet helemaal helder. “Als ik ze allemaal heb ondergebracht moeten ze eerst maar eens een paar maanden doorkomen. Misschien dat ik ze in februari centraal laat komen om te kijken wat ze al kunnen en hopelijk kunnen enkelen dan al aansluiten bij de nationale trainingsgroepen.” Ook wil Florijn het programma uitbreiden. “Ik ben bezig iets soortgelijks op te zetten voor de regio Rotterdam, want daar is nu niets voor gedaan en er zitten veel mensen. Topsport Rotterdam is inmiddels enthousiast dus hopelijk gaat dat lukken.” De nationale talentdag zal daarnaast volgend jaar weer plaatsvinden en dan vermoedelijk flink uitgebreid. NOC*NSF probeert ervoor te zorgen dat alle docenten Lichamelijke Opvoeding zogenaamde accreditatiepunten krijgen voor als ze naar Papendal komen, zodat de opkomst nog veel hoger komt. “Als dit volgend jaar nog vijf keer groter wordt, dan gaat het helemaal goed komen met onze sport” zegt Florijn glunderend. Enige angst is wel dat er dan ook veel meer mogelijk sporten bijkomen. “Voor tennis en voetbal heeft het geen zin om nog na je tiende te beginnen, dus als ze slim zijn beperken ze het tot sporten die je nog écht laat onder de knie kan krijgen.”
Als dit programma gaat werken en Florijn niet bezwijkt onder de helse klus zou het een enorme boost kunnen betekenen voor de roeisport. “Ik vind dat dit het allermooiste is wat NOC tot nut toe heeft gedaan. Het is niet alleen voor roeien het meest waardevolle project, maar ook voor de sport überhaupt” aldus Florijn. De roeibond pikt hiermee eindelijk op met wat in 2008 al beoogd was, toen toenmalige bondscoach talentontwikkeling, Coen Eggenkamp, samen met Jeroen Spaans naar Engeland ging om daar een soortgelijk project (Sporting Giants) af te kijken. Laatstgenoemde persoon was oorspronkelijk aangesteld om zoiets in Nederland te starten, iets wat er uiteindelijk nooit van kwam. Nu lijkt het alsnog te gaan gebeuren met nog een ander groot voordeel als bijvangst. Het kost in tegenstelling tot in Engeland, waar miljoenen werd gespendeerd, namelijk amper geld. Onzekere factor is alleen dat er nu veel afhangt van de begeleiding op de club en de kwaliteit daarvan, wat moeilijk valt te monitoren. Ook is het maar de vraag of het enkele talent op een kleine club de roeisport wel leuk genoeg vindt zonder trainingsmaatjes. Dat roeien (nog) niet bij elk kind populair is, bleek namelijk maar weer uit het filmpje dat de NOS over de dag maakte.

