Met de gouden medaille van Ilse Paulis in de lichte vrouwen skiff en de zilveren plak voor de lichte dubbel van Conno Kuyt en Bart Lukkes, eindigde Nederland bij de Wereldkampioenschappen onder 23 jaar op een keurige negende plaats in het medailleklassement. Er waren in Varese echter ook teleurstellingen te zien, zoals diskwalificatie van de vrouwen vier-zonder en minder presteren van de mannen acht en Daan Klomp.
Bondscoach Talentopleiding Marit van Eupen weet als voormalig olympisch kampioene natuurlijk als geen ander dat niet elke ploeg succes haalt op een toernooi. Wat dat betreft kan ze metgoud en zilver terugkijken op een geslaagd evenement. De medailles zijn zoals beoogd behaald door de grote talenten die hun uitzending al hadden verdiend bij de week na de NK Klein gehouden bondstrial voor kleine nummers. Voor twee van de drie ploegen heeft dit goed uitgepakt. In de winter was bij de lichte roeiers lang onduidelijk wie met elkaar in de boot zou komen te zitten. Klomp leek de beste en koos voor de skiff. Helaas kon hij zijn vorm niet het gehele seizoen vasthouden. “Daan is in het begin van het seizoen vermoedelijk iets te hoog in de boom gaan zitten en dat kreeg hij nu voor zijn kiezen. Ik had de indruk dat hij op tijd uit de dip was gekomen, maar blijkbaar speelde het nog te erg een rol om elke dag hard te gaan” aldus Van Eupen. Klomp roeide in de eerste twee races sterk, om in de halve finale op het eind terug te vallen. Van Eupen: “Hetzelfde gold voor de B-finale. Het zijn de harde wetten van de skiff. Als je er eenmaal af ligt kan je ook niet meer terug komen.”
Over de lichte dubbeltwee was Van Eupen uiteraard wel content. In het kielzog van de onaantastbaar lijkende Duisters, die in Aiguebelette al zilver hadden gewonnen, roeide het duo in een krachtige eindsprint naar het zilver. Slechts 0,01 seconde sneller dan de bronzen Fransen die een dag eerder nog sneller waren geweest. “Dat Duitsland torenhoog favoriet was, was wel fijn. Er lag daardoor niet teveel druk op de ketel. In het toernooi werden ze steeds beter en voor de finale wist ik zeker dat ze een medaille konden halen, alleen wist ik niet of ze het op het juiste moment konden. Gelukkig viel alles op zijn plek” aldus Van Eupen. Dat het Delftse tweetal op slechts twee seconden bleef van de Duitsers, maakte ook op de bondscoach indruk. Het blijft wat dat betreft jammer dat er dit seizoen nooit een duel is geweest met de Muda’s, hoe groot de kans ook is dat die in het voordeel van laatstgenoemden was uitgevallen.
Eenzelfde trial was ook mogelijk geweest tussen Ilse Paulis en Marie Anne Frenken. Eerstgenoemde roeide zondag namelijk met een indrukwekkende tijd van 7.37.18 maar liefst vier seconden sneller dan de Griekse titelhouder Aikatarini Nikolaidou, die in Luzern vóór Frenken het zilver pakte. “En die tijd roeide ze ook nog eens met amper wind” aldus Van Eupen, die in haar eigen roeicarrière slechts een enkele keer harder heeft geroeid. “Toen ze na de halve finale naar de kant kwam, wist ik dat ze zou gaan winnen. Met haar coach Jolijn (Remmelink, red.) hoorden we door de speaker al dat ze haar raceplan perfect had uitgevoerd, maar ze verklaarde zelf dat het er eigenlijk geen enkele moeite had gekost. Toen dacht ik: ‘daar komt geen Griek meer tussen’.” Zo geschiedde en in een volwassen race kwam Paulis dan ook geen moment in de problemen. Bondscoach vrouwen Josy Verdonkschot gaf eerder aan de jonge Nereïde graag in zijn dubbelvier voor de Wereldkampioenschappen op te nemen, maar wilde afwachten hoe ze zou terugkomen uit Varese. Er zal vermoedelijk geen selectie nodig zijn voor die plek. Frenken had logischerwijs na Luzern het startbewijs in de skiff gekregen. In het kielzog van Paulis roeide haar trainingsmaatje en reserve Roos de Jong in het zware veld overigens naar een keurige zevende plaats.
Kleine smet waren de resultaten van de grotere ploegen. Het blijkt al jaren lastig om met relatief laat geformeerde boten medailles en zelfs finaleplekken te halen. Alleen de vrouwen vier-zonder was daar laatste jaren uitzondering op. Ook dit seizoen leek een medaille in dit niet-olympische nummer een mogelijkheid. Helaas werd de vier al tijdens de eerste race van het toernooi gediskwalificeerd doordat ze in de eindsprint de baan van de Canadezen, die op driekwart lengte achterstand lagen, in waren gevaren. Van Eupen: “De beslissing was zeker discutabel. Ze kwamen pas na de finish in elkaar en volgens mij is hen niet de kans hebben ontnomen om door te gaan naar de volgende ronde. De kamprechter kende twijfel, dat maakt het extra zuur.” De regels bepaalden niet alleen uitsluiting maar ook nog eens diskwalificatie voor het hele toernooi. “Dat is natuurlijk een erg zware straf. De FISA was er duidelijk ook niet blij mee, dus hopelijk wordt de regel nu afgeschaft.” Het was vervolgens nog een extra domper dat Canada in de finale beslag legde op het brons. Mogelijke redding van het seizoen is de trial die Verdonkschot heeft aangeboden tegen de onlangs geselecteerde A-vier-zonder. Deze zal aanstaande zondag plaatsvinden.
Beide zware mannen boten (dubbelvier en acht) kwamen niet in de buurt van de medailles, al was het mooie opsteker dat de dubbelvier de finale wist te halen. “Ik heb twee boten gemaakt omdat ik niet dacht dat één van de boten er qua kwaliteit onder zou lijden. Ik vond beide boten van gelijkwaardig niveau, alleen de dubbelvier wist in het trainingskamp nog een stap te maken en de acht niet.” De vier kwam in de finale niet verder dan de laatste plaats op ruime afstand. De acht werd achtste en kon geen enkele race een vuist maken tegen de sterkste achten. Dat laatste was niet volgens de verwachtingen. Tijdens de Holland Beker roeide de ploeg van Peter Kolsters (weliswaar in de voordelige baan 7) nog naar een indrukwekkende 5.31.39. Het is lastig om na zo’n goeie race – zeker bij onervaren zware mannen – roeiers met beide benen op de grond te laten staan en de ploeg kende ook mindere race. “Die goede wedstrijd was inderdaad alleen de bovenkant van hun roeien. Het roeien van zo’n groep is natuurlijk op alle fronten nog niet af en dat merk je tijdens zo’n toernooi. Maar je moet ook reëel zijn. Het moet allemaal net wat professioneler en structureler worden aangepakt om dit te veranderen. Het geld en de faciliteiten ontbreken daarvoor. Volgend jaar zullen we wel extra erop gaan letten dat iedereen ons programma goed uitvoert. Dit jaar was Ilse de enige die het schema tot in de puntjes heeft gedaan en je kan niet ontkennen dat dat werkt” aldus een tevreden Van Eupen.



