Afgelopen weekend stonden de wedstrijden van de Amsterdamsche Roeibond (ARB) mede in teken van de nationale kampioenschappen voor junioren in grote boten. Sommige titels werden een prooi voor geselecteerde bondsploegen. In andere velden kwamen verenigingsploegen boven drijven.
Voor de neutrale toeschouwer is het soms lastig chocola te maken van de keur aan bonds- en combinatieploegen die al een aantal wedstrijden over de baan gaan. Eén ding is in ieder geval duidelijk: bondscoach Ronald Florijn wacht lang met het samenstellen van definitieve boten en dat is een flinke breuk met het verleden toen de nationale juniorenploegen meestal al vlak na het NK Klein werden geformeerd. De tweevoudig olympisch kampioen hoopt de roeiers op deze manier scherp te houden. “En je moet er rekening mee houden dat jonge roeiers ook tijdens het seizoen nog een flinke stap kunnen maken” aldus Florijn. Mede om deze reden zaten de reeds geselecteerde meisjes voor de WK-ploeg afgelopen weekend in de skiff en dubbeltwee en laat hij de groep van scullende meisjes voor de Coupe de la Jeunesse op de Holland Beker ook in de skiff starten.
Ook de bemanning van de Junioren Holland Acht is dus ondanks een keurige vierde plaats bij het EK Junioren op slechts anderhalve seconde van de winnaar nog niet zeker. Vanwege examens en grote reisafstanden krijgen nu ook aan aantal andere jongens een kans. Uit hoeveel roeiers de groep nu precies bestaat kan zelfs Florijn niet met zekerheid uit zijn hoofd opdreunen. Het maakt duidelijk dat onder deze bondscoach de grens tussen Coupe en WK een vloeibare is en dat bij goede prestaties een stap naar boven snel gemaakt is. Het resulteerde erin dat op de ARB de beste ploeg startte in het senioren veld en een tweede acht de nationale titel bij de junioren mocht ophalen. Eerstgenoemde boot kon lang mee komen in het geweld van sterke seniorenploegen (een Nereus, SB, lichte en FISU-acht), maar moest in het tweede deel van de race toch terrein prijs geven. De weersomstandigheden van harde wind tegen waren daarbij zeker niet in het voordeel van de wat minder sterke junioren. Toch wilde Florijn dat niet als excuus opvoeren. “Het is mooi om te zien dat de prestaties van deze acht voor velen in de roeiwereld een eye-opener zijn voor wat mogelijk is met junioren, maar de andere kant van het verhaal is dat het voor een medaille gewoon nog harder moet. Wind tegen of niet.” Dit is dan ook een van de redenen dat de Leidenaar komende weken gaat kijken of hij de boot letterlijk nog kan versterken. Voor de ploeg met de nodige branie aan boord is het zaak dit jaar te oogsten. Vorig jaar werd het project met veel bombarie gepresenteerd, maar stelde men uiteindelijk flink teleur met een zevende plaats. Dat moet dit jaar anders weet ook Florijn, die vorig jaar nog zijn eigen positie voor het octet in de waagschaal legde.
De selectie moet dan rond de Holland Beker uitgekristalliseerd zijn. De maandag erna zal Florijn bekend maken wie in welke nummers naar de internationale toernooien zal gaan. Daarbij is het zelfs mogelijk dat hij dan alsnog mensen bij elkaar zet die nog nooit met elkaar hebben geroeid. Dat hoeft volgens de bondscoach niet problematisch te zijn. “Ik kan dat wel goed inschatten. Bij de jongens scullers voor de Coupe heb ik nu bijvoorbeeld een groep van De Laak en De Maas die samen trainen en een van Wetterwille en De Hunze en dat gaat zolang er nog school is gewoon niet samen. Straks is die mogelijkheid er wel.” De kans dat junioren zich straks bekocht voelen omdat ze een uitzending mislopen, is echter niet groot. Florijn heeft namelijk als streven om alle nummers op de Coupe te laten bezetten. Wie precies in welk nummer is alleen nog een hele puzzel. De net genoemde groep bijvoorbeeld komt voor de dubbelvier alleen maar in beeld als de wat oudere jongens erboven het niveau van de WK aankan en dat is nog allerminst zeker. Dat wellicht niet elke ploeg het gewenste niveau voor de internationale toernooien aankan, ziet hij als geen probleem. “Natuurlijk zou het mooi zijn als iedereen voor de medailles mee kan doen, maar dat is gewoon niet reëel. Maar ik denk dat het de verenigingen enorm kan motiveren zich meer te richten op het ontwikkelen van talent.”
Ondanks dat Florijn veel tijd en energie steekt in zijn werk werd hij tijdens de ARB soms nog verrast. Bijvoorbeeld door de dubbeltwee van Cornelis Tromp met Haye Dijkstra en Jeroen Weits. In een veld met maar liefst 25 inschrijvingen wonnen zij met een ruime marge van maar liefst acht seconden. Onder andere ook van roeiers uit de eerder genoemde beoogde dubbelvier voor Coupe of WK. “Haye was oorspronkelijk te licht bevonden voor de acht en kon naar de dubbelvier. Maar hij koos na overleg voor een verenigingstraject en dat heeft goed uitgepakt want ik was erg onder de indruk van hun roeien.” Waar dat nu precies tot gaat leiden (dubbeltwee of dubbelvier? Coupe of WK?) moet komende weken duidelijk worden.
De andere grote positieve verrassing was het optreden van Marieke Keijser in de skiff. De roeister van De Maas zit normaal gesproken met de sterke Laila Youssifou in de boot, waarmee ze ook al brons haalde op het EK in Hazewinkel. Keijser wist dit weekend – met nog een jaar als junior te gaan – 7.46,04 op de klok te zetten. De skiff lijkt vanwege de hevige internationale concurrentie geen optie te zijn, maar een wisseling van bootbezetting voor de dubbeltwee en dubbelvier behoort nog wel tot de mogelijkheden. “Ik bespreek komende dagen met projectcoach Thomas Notermans hoe we verder zullen gaan. Meer kan ik er vooralsnog niet over zeggen” zegt Florijn hierover.
In de breedte viel tijdens het NK verder op dat Willem III de status van toonaangevende roeivereniging bij de junioren wist vast te houden. Zowel in het aantal titels als in het aantal roeiers in de equipe heeft de vereniging aan de Jan Vroegopsingel het het best voor elkaar. Het Spaarne, dat met uitzondering van stuurman Thomas Bierman, geen enkele titel wist te veroveren lijkt definitief wat te zijn weggezakt. Cornelis Tromp uit Hilversum daarentegen scoort op veel fronten weer uitstekend en bij de jongste meisjes lijkt De Amstel, onder leiding van oud toproeister Anita Meiland, flink in de lift.


