Net als vorig jaar werden de roeifinales in Eton overschaduwd door de weersomstandigheden. De boeiverschillen waren gelukkig niet zo erg als tijdens de Olympische Spelen, maar van baanvoordeel en -nadeel was nog steeds te spreken. De twee Nederlandse ploegen in de finale, de lichte mannen dubbeltwee en de mannen dubbelvier, hadden door hun indeling in de nadelige baan twee slechts een beperkte kans op het podium. Maar die kleine kans werd niet gegrepen. Beide ploegen eindigden ver achter het veld op de laatste plek. Een teleurstelling waar ze allebei op verschillende manieren mee omgingen.
Gevloekt had hij, zo biechtte Dirk Uittenbogaard op. De boegroeier van de mannen dubbelvier had volgens eigen zeggen flink wat krachttermen over Dorney Lake laten schallen tijdens en na de wedstrijd. “Na 1.500 meter in de race heb ik naar de rest geroepen dat als we verdomme nog iets wilden, we er nu voor moesten gaan”, vertelt de roeier van Nereus, die een aantal uur na de wedstrijd nog altijd gefrustreerd klinkt. “Het ging toen even wat beter, maar al snel zakte het weer helemaal in elkaar. De laatste 250 meter was het helemaal niks meer.”
Het begin van de wedstrijd was nog best redelijk verlopen. Dat de Nederlandse vier de eerste vijfhonderd meter een aantal seconden zou verliezen op ervaren ploegen als Duitsland, Kroatië en Estland was ingecalculeerd, maar daarna moest de ploeg als een diesel op gang komen en mee kunnen strijden voor de minimaal de vierde plek. Duizend meter lang ging het de goede kant op, maar toen rommelde het plotseling uit elkaar. Onverklaarbaar. “Het is verschrikkelijk frustrerend”, zegt Uittenbogaard. “Ik heb het gevoel dat we er alles aan gedaan hebben om het te verbeteren, maar niks lukte. Ik ben boos op mezelf, de ploeg, de prestatie, de machteloosheid. Na de wedstrijd moest ik ook echt even afkoelen, dat heb ik niet vaak.”
De reactie van Uittenbogaard, die zich lang niet altijd openlijk emotioneel uit over het roeien, is typerend voor de gedrevenheid van de ploeg. Na afloop van de mislukte voorwedstrijd van vrijdag gaf coach Jan Klerks zijn pupillen al te kennen dat ze te gretig waren. Meer met je hoofd roeien, zo luidde ogenschijnlijk het devies. Hij herinnerde Van Schie, Van Luijk, Klem en Uittenbogaard er aan waarom ze in Eton waren: om race-ervaring op te doen, om te leren van het varen van wedstrijden op topniveau en om stappen vooruit te zetten. “Hij vond dat we het lef moesten hebben om de wedstrijd iets rustiger aan te pakken”, legt Uittenbogaard uit. “Dat lukte ook erg goed in de herkansing en ik was er na die wedstrijd echt van overtuigd dat we het nu doorhadden als ploeg. Het is balen dat het in de finale dan opeens niet meer lukt.”
De emotionele reactie van Uittenbogaard en de rest van de dubbelvier stond in schril contrast met de haast nuchtere houding van de Muda’s na afloop van hun wedstrijd. De Amsterdamse tweelingbroers staan juist wijd en breid bekend als emotionele jongens; ze racen meer met hun hart dan met hun hoofd, en zijn op en top gevoelsroeiers. Alleen als ze lekker in hun vel zitten komen ze tot topprestaties. En als die topprestaties uitblijven, dan vlogen ze elkaar in het verleden geregeld in de haren. In het verleden, inderdaad. Anno 2013 lijkt het erop dat ze een bewuste stap hebben gezet om rationeel naar prestaties te kijken en niet gelijk de wereld te willen veroveren.
“Het resultaat is niet echt goed, maar ik ben vooral blij met de manier waarop we hebben geracet”, vertelt Tycho Muda over de zesde plek. “We hebben echt gefocust op onze techniek. Dat was de opdracht – Jeroen [Spaans, hun coach, red.] gaf ons na afloop dan ook een compliment omdat hij vond dat we goed geroeid hadden. Qua uitvoering geef ik ons een zeven, qua resultaat een vijf. Natuurlijk zal ik vanavond nog in mijn bed liggen en boos zijn omdat we laatste zijn geworden in de finale, maar we hebben weer en stap gezet en dat is het belangrijkste. Het ging een stuk beter dan in Sevilla, dus over drie weken in Luzern zullen we weer beter zijn. Het heeft geen zin om net als vroeger een week lang alleen maar chagrijnig te zijn vanwege onze prestaties.”
Lang chagrijnig zijn is op lange termijn inderdaad geen goede remedie voor een mindere prestatie. Maar kritisch kijken naar het resultaat moet natuurlijk wel. En kijkend naar de eindklassering van de Nederlandse lichte twee – zesde op vijftien seconden van de nummer één, Polen – kan je niet anders dan concluderen dat de twee broers een kans hebben laten liggen. Ja, het merendeel van hun concurrenten in de finale heeft meer ervaring in de lichte dubbeltwee, maar tegelijkertijd voeren de Muda’s gisteren nagenoeg even hard als de winnaars van het goud van vandaag – die bovendien in de baan naast hen lagen in de finale. Dat de technische uitvoering klopte is zeker een positieve noot, maar een wedstrijd, zeker een World Cup, is meer dan een veredeld trainingspotje. Je moet in ieder geval niet zo bezig zijn met je roeien dat je vergeet te racen met je tegenstanders.
Over drie weken moet dat zeker niet zo zijn. De wereldbekerwedstrijd in Eton was relatief mager bezet. Australië en Amerika waren met een kleine equipe gekomen, Canada en Italië ontbraken volledig en overige roeinaties zoals Duitsland, Denemarken, Tsjechië en Frankrijk hadden lang niet al hun toppers meegenomen. In Luzern is iedereen traditiegetrouw wel aanwezig. Voor een finaleplaats zal dan een stuk harder geknokt moeten worden – met het hoofd én met het hart. De dubbelvier, die in de finale in Eton het hart teveel liet spreken, en de dubbeltwee, die vooral het hoofd koel wilde houden: ze zullen wat van elkaars insteek moeten overnemen. Op zoek naar de perfecte balans die nodig is om in Zwitserland te overtuigen.
Evenement: World Cup II
Datum: 21 t/m 23 juni 2013
Locatie: Eton Dorney (UK)


