Nog voor het feest rond de kroning van Willem-Alexander goed en wel is losgebarsten in Amsterdam is het selectiecircus in de stad. Op de Bosbaan zijn vandaag de eerste knopen doorgehakt, en de komende dagen zullen er nog wel wat meer beslissingen vallen. Belangrijker nog is dat de plannen van de KNRB voorzichtig duidelijk worden. Naast de al naar voren geschoven topploegen – waaronder skiffeur Roel Braas, twee-zonder Mitchel Steenman en Rogier Blink en de vrouwen dubbeltwee met Claudia Belderbos en Chantal Achterberg – lijkt het alsof de roeibond op meerdere niveaus probeert de bal aan het rollen te krijgen. Het jammerlijke is alleen dat dit nu pas gebeurt, nu het seizoen al in volle gang is.
Achter de op dit moment aangewezen prioriteitsboten wordt een veelvoud aan ploegen gevormd. Sommigen daarvan hebben nu al uitzicht op uitzending, anderen moeten juist in Nederland laten zien over voldoende snelheid te beschikken voordat ze naar een wereldbekerwedstrijd mogen. Je zou daarom een onderscheid kunnen maken tussen een echte A-equipe, met daarin ervaren, olympische roeiers, een B-equipe, met daarin veelbelovende talenten die het WK weleens zouden kunnen halen, en een C-equipe, met projecten die eerst hun snelheid moeten bewijzen voordat ze aan een rood-wit-blauw pakje mogen denken.
De eerste twee ploegen waar vandaag duidelijkheid over kwam zijn de vrouwen dubbelvier en de mannen dubbelvier. In de eerstgenoemde boot zitten Lisa Scheenaard (Thêta), Wianka van Dorp (De Maas), Sophie Souwer (Gyas) en Nicole Beukers (Njord). Bij de mannen zijn na seatraces Dirk Uittenbogaard (Nereus), Meindert Klem (Willem 3), Thijs van Luijk (Skadi) en Peter van Schie (Nereus) aangewezen. Tussen beide dubbelviertjes is al gelijk een onderscheid te maken. De vrouwen moeten bewijzen over voldoende snelheid te beschikken. Afhankelijk van de prestaties van skiffeuze Inge Janssen en dubbeltwee-roeisters Claudia Belderbos en Chantal Achterberg is het bovendien mogelijk dat de ploeg versterkt wordt na het EK.
De mannen genieten iets meer een voorkeurspositie. Een en ander zal te maken hebben met het burgerinitiatief dat afgelopen najaar ontplooid werd. Vanaf september zijn er op de Bosbaan al dubbelviertjes en dubbeltweetjes aan het trainen, waar Klem, Uittenbogaard, Van Luijk en Van Schie ook al bij betrokken waren. En dat werpt al voorzichtige vruchten af: tijdens de selectieraces van vandaag voer de geselecteerde ploeg met temporestrictie naar verluidt 2:53. Gezien de ervaring van de roeiers aan boord en de voorgeschiedenis is het dus niet heel gek om de ploeg naar het EK in Sevilla te sturen, al zal het viertal wel moeten laten zien mee te kunnen komen.
Naast de mannen dubbelvier wordt er ook een mannen vier-zonder en een Holland Acht gemaakt. Beide selecties worden de komende dagen afgerond. De vier-zonder, waar Mechiel Versluis (Okeanos), Boaz Meylink (Nereus) en Robert Lücken (Nereus) sowieso plaats in zullen nemen, staat qua prioriteit een stapje boven de acht. Vandaar dat de laatste afvaller – de strijd gaat tussen Kaj Hendriks (Triton) en David Kuiper (Skadi) – naar de selectie van de Holland Acht zal gaan. Dat project wordt dus duidelijk gezien om jonge talenten in op te leiden en in het kader daarvan mag de ploeg sowieso naar de Europese kampioenschappen en naar de World Cup in Luzern. Roeiers die nog voor de acht in aanmerking komen zijn Govert Viergever (Nereus), Harmen Eefting (Njord), Harold Langen (Triton), Thomas Doornbos (Aegir), Geert Hemminga (Gyas), Boudewijn Röell (Asopos de Vliet), Vincent van der Want (Nereus), Gerbren Spoelstra (Gyas), Milan Kamphuis (Aegir) en Sjoerd de Groot (Proteus-Eretes). De geblesseerde Ruben Knab (Nereus) kan later ook nog aanhaken voor de selectie.
Hoewel de KNRB begin dit jaar ook de pijlen op een vrouwenacht leek te richten heeft het er alle schijn van dat de bond die plannen nu ietwat laat varen. Naast de scullnummers en de twee-zonder met Carline Bouw en Olivia van Rooijen wordt er namelijk een vrouwen vier-zonder gemaakt, waar Heleen Boers (Okeanos), Kyra de Vries (Orca), Aletta Jorritsma (Nereus), Dominique van der Pauw (Skøll) en Kirsten Wielaard (Nereus) voor in aanmerking komen. De SB-dames die begin dit jaar mee mochten op trainingskamp zijn ook ingedeeld in een dubbelvier en een vier-zonder. De keuze voor dat laatste boottype is opmerkelijk, aangezien technisch directeur Hessel Evertse vlak voor het NK Klein benadrukte dat de niet-olympische nummers niet meer worden ondersteund. Het lijkt er daarom op dat de KNRB de huidige status quo wil consolideren nu er nog niet genoeg duidelijkheid is over de snelheid van alle vrouwenboten. De vraag is alleen of in het woud der damesploegen de acht nog wel zichtbaar is voor Chungju, of dat die pas in 2014 op het water komt te liggen.
Bij de lichte roeiers zijn de zaken gelukkig overzichtelijker. De Muda’s stappen met elkaar in de dubbeltwee, en daarachter zijn er vier roeiers die samen een vier-zonder zouden kunnen vormen. Maar willen ze dat wel? Arnoud Greidanus en Joris Pijs wonnen vorig jaar in de lichte twee-zonder zilver tijdens het WK in Plovdiv, Bulgarije, en dat smaakt naar meer – ook al zouden ze een trip naar Zuid-Korea zelf moeten betalen. Eerst staat Essen echter op het programma. Daar zullen Greidanus en Pijs roeien tegen de andere twee, Björn van den Ende en Tim Heijbrock. De snelste boot mag naar het EK en beide tweetjes zullen starten tijdens de wereldbekerwedstrijden in Eton. Mogelijkerwijs stappen beide ploegen daarna in één boot om in de olympische lichte vier-zonder te roeien in Chungju.
Bij de lichte roeiers is er naast de dubbeltwee en de vier-zonder ook een ander project begonnen. Volgend jaar, tijdens de wereldkampioenschappen in Amsterdam, moet een Nederlandse lichte acht namelijk het goud winnen. Dat is in elk geval de ambitie van de roeibond. Vandaar dat er vanaf nu een groep wordt opgebouwd die onder begeleiding van Rob Jonkman zal gaan trainen en zes jaar na de laatste oranje wereldtitel in de lichte acht weer eerste moet gaan worden.
Hoewel het goed is om te zien dat er diverse zaadjes zijn geplant en er schot lijkt te zitten in de duidelijkheid omtrent de plannen van de roeibond, is het jammer dat het nu pas op gang komt. De maanden na de Spelen heeft de boel hopeloos stilgelegen, en pas na de gedwongen paleisrevolutie onder leiding van Joop Alberda zijn er concrete plannen geformeerd voor de toekomst. Alle andere landen hebben de eerste dag na Londen 2012 al hun toekomstplannen op tafel gelegd – Nederland loopt simpelweg maanden achter en dat lijkt funest voor de kansen dit seizoen. Dan mag het selectiecircus nog zo mooi zijn met alle seatraces, wissels, en nieuwe geformeerde ploegen, maar als er na het jongleernummer alleen maar gebroken borden op de grond liggen is niemand vrolijk.


