De kersverse bondscoach junioren, Ronald Florijn, gaat inzetten op een juniorenacht. Meeliftend op de geuzennaam die hij zelf bijna twintig jaar geleden bedacht moet deze ‘junioren Holland Acht’ dit jaar al te bewonderen zijn op de internationale wateren. In Trakai, Litouwen, wil Florijn namelijk al ten tonele verschijnen met het project, dat gecoacht zal gaan worden door Willem-Jan de Widt. “Het is een risico om voor een acht te gaan, maar wie niet waagt die niet wint”, zegt Florijn. “Ik ben bereid om mijn kersverse functie als bondscoach ervoor in de waagschaal te leggen.”
De keus voor een juniorenacht is wat opmerkelijk, een aantal dagen na een NK waarbij het merendeel van de junioren in de skiff heeft gevaren. Maar volgens Florijn hoeft het geen enkel probleem te zijn om na de door jonge scullers overspoelde Hollandia op een boordroeinummer te mikken. Sterker nog: als het aan de bondscoach junioren ligt blijven de beoogde kandidaten voor de acht nog tot en met de Holland Beker in kleine nummers roeien. Het is goed mogelijk dat daarna de acht pas definitief geformeerd. Volgens Florijn is er ook geen snelheidseis voor de ploeg: er gaat sowieso een acht komen op het wereldkampioenschap junioren.
“Ik geloof dat het kan”, zegt Florijn. “Er is achter jongens als Michiel Oyen en Jaap Scholten een grote groep met roeiers die een heel fatsoenlijk niveau halen en helemaal niet zo onder doen voor de snelste skiffeurs. Ik denk niet dat we ooit zo’n goede skiffgroep hebben gehad als dit jaar. Sommigen moeten nog wel wat stappen maken, de een meer dan de ander, maar ik denk dat we een goede acht kunnen maken. Natuurlijk zijn landen als Duitsland en Engeland goed. Maar toen wij begonnen met de Holland Acht zei ook iedereen dat het ons niet zou lukken en dat de gouden medaille een prooi was voor Duitsland of Rusland. Je weet wat er daar van gekomen is.”
Voor een meisjesacht is het nog te vroeg, denkt Florijn. Daarvoor is de spoeling te dun, maar volgend jaar hoopt de bondscoach junioren alsnog een acht op het water te kunnen leggen. Een ploeg die dan hopelijk tot betere prestaties komt dan de laatste keer dat Nederland een meisjesacht afvaardigde naar het WK Junioren. In een veld van zeven achten kwamen de Nederlandse meisjes, waaronder Nicole Beukers, in 2007 in Peking niet verder dan de vijfde plek in de finale. Alleen Rusland en Polen, niet bepaald hoogvliegers op het gebied van het achten bij de meisjes, werden verslagen.
Het niveau bij de jongens ligt in de acht vaak een stuk hoger dan bij de meisjes. De winnende tijd ligt geregeld rond de 5:45 en in 2012 voeren vijf van de zes finalisten ruim onder de zes minuten. Florijn weet dat het niet makkelijk zal worden goed te presteren met een Nederlandse acht en noemt zijn zet dan ook “een gok”. Het kan immers ook de verkeerde kant op vallen: acht goede skiffeurs maken namelijk niet automatisch een goede ploeg. Om de roeiers tot elkaar te brengen heeft Florijn Willem-Jan de Widt gevraagd om de begeleiding en coaching van het project op zich te nemen. De Widt, die zelf een juniorenverleden heeft bij Rijnland alvorens over te stappen naar Njord in de jaren ’80, begeleidt op Willem 3 een flink aantal jonge skiffeurs en Florijn is erg gecharmeerd van de aanpak aldaar. “Willem-Jan heeft op Willem 3 een grote groep met junioren die samen heel goed aan het trainen zijn. Dat werpt zijn vruchten af. Hij kijkt bovendien ook breder dan Willem 3. Het is niet alsof de acht straks alleen maar bestaat uit roeiers die van die vereniging afkomstig zijn.”
Voorlopig is de acht echter nog niet geformeerd en richt Florijn zijn aandacht op de vijf junioren die tijdens de juniorenwedstrijden in München acte de présence zullen geven. “Het liefst laat ik iedereen daar naartoe gaan, maar daar hebben we geen budget voor. Nu gaan Michiel Oyen en Jaap Scholten in de jongens dubbeltwee, Marieke Keijser en Annemarie Schonk in de meisjes dubbeltwee en Medien van der Laan in de meisjes skiff. Ik ben benieuwd hoe ze het daar gaan doen. Mocht de dubbeltwee niet lekker gaan dan is het zomaar mogelijk dat die jongens overstappen naar de acht.”
De laatste keer dat Nederland een mannelijke juniorenacht op het WK had liggen was in 2006. Destijds kwam de ploeg niet verder dan de B-finale. Maar slagman Thijs van Luijk, die inmiddels behoort tot de A-selectie en morgen zal gaan racen voor een dubbelvier, houdt desalniettemin goede herinneringen over aan zijn eerste grote toernooi. “Ik heb er ontzettend veel van geleerd”, aldus Van Luijk. “Ik denk ook dat het goed is om een acht te maken. Wij waren destijds de C-garnituur: voor ons zat nog een dubbelvier en een vier-zonder. We hadden het geluk dat het WK in Amsterdam was, anders waren we waarschijnlijk niet uitgezonden.”






