De roeibond heeft de namen bekend gemaakt van het ‘AEGON Nationale Team 2013’ die mee mogen naar het zonnige Avis voor een trainingskamp. Van de 49 atleten reizen er 31 samen met de technische staf voor twee weken af naar het zuiden van Europa om weg te zijn van de kou en het ijs in Nederland. In Portugal moet de equipe de eerste stappen zetten in de richting van het WK in 2014 en de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, in 2016. Het zijn ook de stappen van herstel na een magere oogst in Londen; de eerste stappen uit de as die is overgebleven na de bestuurlijke en coachtechnische crisis. Maar die eerste stap lijkt niet bepaald soepel te verlopen.
Dat er nieuwe namen op de lijst met uitverkoreren staan mag geen verrassing zijn. Na de Olympische Spelen hebben een aantal roeiers en roeisters hun riemen aan de wilgen gehangen – Matthijs Vellenga, bijvoorbeeld, en bij de vrouwen Jacobine Veenhoven, Roline Repelaer van Driel, Annemiek de Haan en (in elk geval tijdelijk) Sytske de Groot. Er moet dus jong bloed komen om de gaten op te vullen. De nieuwe namen zijn in veel gevallen niet verrassend: Dirk Uittenbogaard is al enige jaren een van de grootste talenten van het zware roeien, lichtgewicht Timo van Wittmarschen maakt na een moeizame start op Nereus de laatste maanden veel indruk op fysiek gebied en Marie-Anne Frenken is weer de Marie-Anne Frenken van vroeger: sterk, constant en met kop en schouders boven de rest van de lichte roeisters uitstekend.
Tot zover de ‘usual suspects’. Bij de dames is het wat minder rechttoe-rechtaan. Vier van de veertien vrouwen zijn bekend: Claudia Belderbos, Chantal Achterberg, Carline Bouw en Olivia van Rooijen. Maar waar op basis van de trial van afgelopen zaterdag ook roeisters als Lisa Scheenaard, Janneke van der Meulen en Nicole Beukers op de lijst werden verwacht staan ze er niet bij. De talenten van de afgelopen jaren zijn verrassend genoeg gepasseerd en in plaats daarvan staan er tien jonge roeisters en een stuurvrouw paraat die nog weinig op het nationale toneel hebben geacteerd. De twintigjarige Margriet Lantink was tot haar nationale ergometertitel niet heel erg bekend in roeiend Nederland. Een aantal anderen van de lijst kennen we vooral van de SB-acht van vorig jaar of uit hun juniorentijd.
“Vrij snel na de Spelen zijn Susannah Chayes, Diederik de Boorder en Rob Robbers aan de slag gegaan met een nieuwe groep dames voor een nieuwe acht,” vertelt René Mijnders, die in Avis de scepter zal gaan zwaaien over de dames. “Veel dames uit de vrouwenacht van Londen waren gestopt, maar we wisten wel dat het mogelijk moest zijn om een vrouwenacht te formeren in Nederland. De afgelopen vier Olympische Spelen leverde de acht een medaille op, en na Beijing hebben we met een hele nieuwe groep in korte tijd successen behaald. We wisten dus dat het mogelijk was.”
Maar Mijnders onderkent ook dat de groep jong is, onervaren. Oorspronkelijk was het volgens hem ook helemaal niet het idee om ze mee te nemen naar Avis. Het kamp zou voor de olympiërs zijn, aangevuld met talenten uit het roeicircuit. Bij NOC*NSF werd een plan ingediend om met een flinke groep af te reizen naar Portugal, om breed te beginnen en toe te werken naar een kerngroep. “Maar we kwamen tot de conclusie dat ze er over de breedte niet genoeg talent was om met een grote groep te gaan. Als je kijkt naar de dames zouden we eigenlijk onder de vier olympiërs een streep moeten trekken voor wat betreft het niveau.”
Op voorspraak van technisch adviseur Joop Alberda is er toen nadrukkelijk gekeken naar de jonge lichting talenten, niet de mensen die al enige jaren rondroeiden en hun status niet leken te ontstijgen. Bij de dames viel de blik vervolgens op de groep jonge roeisters die een flink aantal weekenden op de Bosbaan trainden en over behoorlijk niveau beschikten. Roeisters die op fysiek gebied niet direct krankzinnig goede resultaten hadden laten zien, maar in de ogen van de bondscoaches wél over het nodige talent beschikten.
Maar dit hele verhaal was voor de buitenwacht onduidelijk. Voor hen sijpelen alleen als het meezit resultaten door: profieltesten, een ergometerwedstrijd als de NKIR. Voor de rest is het gissen. En de website van de KNRB legde veel nadruk op de trial van afgelopen zaterdag. Daar moest het allemaal gebeuren, zo schemerde het door. Wilde je een uitzending dit jaar, dan mocht je in Almere niet ontbreken. Die strenge woorden blijken achteraf wel mee te vallen, en het is niet de eerste keer dat een dergelijke eis na afloop wordt afgezwakt. “Het is ontzettend vervelend dat het beeld is ontstaan dat de trial leidend was,” reageert Mijnders. “Dat is een fout van ons. De trial was een onderdeel van het hele plaatje. Het is ook helemaal niet definitief: we gaan waarschijnlijk met een kleine groep naar het WK in Zuid-Korea en het zou me verbazen als deze damesacht zoveel groei doormaakt dat ze dat toernooi gaan halen. Daarnaast kan iedereen zich nog bewijzen op de ergometertest op 2 maart en tijdens de NK klein.”
De verwarring over de nieuwe trainingsgroep is dus terug te voeren op een onvervalst staaltje gebrekkige communicatie. En zou het niet tijd worden om dat soort dingen op te lossen? Om meer openheid van zaken te geven? Een periodieke blik in de gaarkeuken kan dat soort dingen voorkomen. Net als duidelijkheid over je beleid: als de trial dan toch niet belangrijk was voor de keuze, dan had de KNRB er minder nadruk op kunnen leggen. En het had de roeisters die toch geen kans maakten de nodige kopzorgen – en teleurstellingen – bespaard. Waarom iemand als Janneke van der Meulen, die een puike trial vaart, een trainingskamp ontzeggen? Omdat ze ‘ouder’ is? Geen ‘talent’ meer? Waarom niet een evenwichtiger groep nemen, met meer dan alleen jonge talenten?
Het antwoord blijft subjectief. En de keuze om met een jonge, frisse groep voor de acht te gaan is uiteindelijk natuurlijk aan de bondscoach. Maar door het rookgordijn dat is opgetrokken heeft de roeibond een flinke kloof gecreëerd richting haar achterban. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Er zal waarschijnlijk best wat voor nodig zijn om het vertrouwen van een aantal atleten en hun coaches terug te winnen, zodanig dat ze zich willen inzetten en blijven inzetten voor het nationale team. Een schone taak voor de nieuwe technisch directeur die hopelijk per 1 maart kan starten.



