Versluis verovert boegpositie vier-zonder

Archief

Toen hij vandaag op zijn werk verscheen was zijn hele werkplek versierd met slingers en prijkte er een grote beker op zijn bureau. Het was duidelijk: de collega’s van Mechiel Versluis (Okeanos) waren in hun nopjes dat hij gisteren uit de bus komen rollen als nummer vier in de mannen vier-zonder. Afgelopen maandag waren de overige drie roeiers al duidelijk geworden, maar Versluis moest de strijd nog aangaan met David Kuiper en Nanne Sluis voor de laatste stuurboordplek. De roeier van Okeanos, die afgelopen seizoen niet goed genoeg werd geacht voor de wereldkampioenschappen, bleek na een paar races over 500 meter in baantempo de beste. “Ik ben vooruitgegaan op de ergometer en ook tijdens het trainingskamp in Varese heb ik het gewoon goed gedaan. Ik wist dus wel dat ik beter was dan vorig jaar”, vertelt Versluis over zijn selectie.

De afgelopen paar jaar meldde Versluis zich periodiek aan de Nederlandse (sub)top. Begonnen als roeier in de televisieploeg ‘De Acht’ en vervolgens steeds verder doorgegroeid. In 2009 roeide hij met Derk Noordhuis, Kaj Hendriks en Boris Lefeber een ijzersterk seizoen, maar een teleurstellend WK onder 23 jaar. Een jaar later mocht hij als reserve mee naar de WK in Nieuw-Zeeland en belandde door de blessure van David Kuiper in de boot die daar elfde werd. Vorig seizoen kwam de lange roeier van Okeanos niet echt aan bod. Mijnders, Maurogiovanni en McGowan kozen voor andere roeiers met meer ervaring en vermogen. Maar nu heeft hij dan zijn revanche en keert hij terug in de boot met zijn oude maatje Hendriks. “Maar ik heb er niet echt bij stilgestaan dat ik nu de mindere prestatie van het WK onder 23 kan wegpoetsen. Het is gewoon mooi dat ik de ploeg heb gehaald. Nu moeten we maar bewijzen dat we hard kunnen.”

De vier-zonder die nu geselecteerd is bestaat volledig uit studenten. Met een gemiddelde leeftijd van 25,5 jaar – Boaz Meylink trekt dit dankzij zijn verjaardag vandaag een stukje omhoog – zijn ze weliswaar al wat ouder, maar niemand van hen heeft al eens aan de Spelen kunnen ruiken. Het zijn stuk voor stuk roeiers die hun carrière pas begonnen bij aankomst op hun studentenvereniging en daar hun aan de weg timmerden. Meylink en zijn verenigingsgenoot Knab lopen al enige jaren rond op Nereus en vormen het vermogende hart van een nieuwe generatie bordeauxrode toproeiers. Hendriks is binnen Triton de eenzame kartrekker als het op zwaar roeien aankomt. En Versluis, die altijd in de schaduw stond van de alom bewierookte Thijs Bosgoed, blijkt vier jaar na ‘De Acht’ de grote vedette van die ploeg.

Met een gemiddelde ergometerscore van ongeveer 5:52 doet de ploeg het qua vermogen zeker niet slecht. Maar de kunst is natuurlijk om dat op het water te leggen én niet afgeleid te raken door dat grote avontuur dat deze zomer mogelijk wacht. Londen lonkt namelijk wel nadrukkelijk, maar om zeker te zijn van de Olympische Spelen moet het kwartet nog bewijzen over voldoende snelheid te beschikken. Als de vier-zonder niet bij de eerste tien ploegen weet te roeien tijdens de eerste of de derde wereldbekerwedstrijd verandert NOC*NSF de nominatie niet in een kwalificatie. “Onder vormbehoud naar de Spelen”, noemde Meylink het treffend.

Voor de mannen twee-zonder, de derde zware boot die vorig jaar een olympische nominatie in de wacht sleepte, zijn nog zes roeiers in de race. De bondscoaches en de technisch directeur hebben er voor gekozen om drie ploegen te kiezen die onderling moeten uitvechten wie de snelste twee-zonder is. David Kuiper en Derk Noordhuis vormen een paar, net als Meindert Klem en Nanne Sluis. De derde twee-zonder bestaat uit Robert Lücken en Vincent van der Want. De komende tijd zal een van die drie twee-zonders definitief afvallen. De andere twee zullen naar de eerste wereldbekerwedstrijd in Belgrado gaan, waar de snelste twee-zonder zich waarschijnlijk dé twee-zonder mag noemen.