Het kon haast niet poëtischer, de botendoop bij roeivereniging Naarden afgelopen weekend. Twee bootjes die uit de mist opdoemen en de toegelopen leden op die manier passend kennis laten maken met de nieuwe aanwinst voor de vloot. De roeivereniging uit het midden des lands is de eerste afnemer van de nieuwe lijn Karlisch-boten die in Nederland geleverd wordt. De twee dubbeltweetjes in kwestie waren al de vierde en vijfde Karlisch-boten die de vereniging had aangeschaft. “Ik was ‘s ochtends even bang dat alles letterlijk de mist in zou gaan,” vertelt Hans van der Pol, de drijvende kracht achter de hernieuwde lancering van Karlisch, “maar het ging gelukkig allemaal door. Misschien kunnen we daarom beter spreken dat Karlisch uit de mist herrezen is.”
Het botenmerk Karlisch is met deze doop min of meer terug van weggeweest. Voor de oudere roeiers is het geen nieuwe naam; Karlisch is een merk dat vroeger dezelfde bekendheid genoot als Empacher nu en net als de bekende bootsmaker uit Eberbach geroemd wordt om het snelle design. Wat minder mensen misschien weten is dat beide bootsbouwers oorspronkelijk samenwerkten. Het bedrijf heette vroeger Karlisch & Empacher, waarbij met name Wilhelm Karlisch verantwoordelijk was voor het ontwerp van de boten. Nadat de firma Empacher vertrok naar het westen van Duitsland bleef Karlisch alleen achter in Mölln, vanwaar de botenwerf internationale faam verwierf als paradepaardje voor Duitse roeisuccessen als het goud in de acht tijdens de Olympische Spelen van 1960.
Karlisch was enorm succesvol in de jaren ’60, 70 en ’80, maar Empacher kreeg vanaf halverwege de jaren ’80 een steeds groter marktaandeel toen de roeiwereld meer gebruik ging maken van kunststof in plaats van het vertrouwde hout. Karlisch koos in deze ontwikkeling voor carbon met schuim als constructiemateriaal, terwijl Empacher had ingezet op kevlar met een honingraatstructuur. De Noord-Duitse firma bleek op het verkeerde paard te hebben ingezet en de rest van de geschiedenis is bekend: Empacher werd de dominante botenfirma op de roeimarkt en Karlisch verdween via de achterdeur van het toneel. De eens zo goed draaiende botenwerf in Mölln ligt er nu verlaten bij, een langzaam steeds meer overgroeid gebouw in de bossen van Sleeswijk Holstein.
Karlisch leek daarom een stille dood gestorven. Maar met Van der Pol is daar nu dus verandering in gekomen. Hij kreeg in via een faillissement van Cambridge Racing Shells in 2008 veel modellen en papieren van Karlisch in handen. “In eerste instantie ben ik met een Chinese firma in zee gegaan voor wat betreft de productie, maar hun filosofie paste niet bij die van mij. Halverwege dit jaar heb ik daarom besloten om zelf een firma op te starten. We zetten in op nieuwe designs, zoals de twee lichtgewicht boten van roeivereniging Naarden, maar ook op het opwaarderen van de door Karlisch ontworpen en inmiddels door iedereen gekopieerde modellen. Waarom zou je immers niet het origineel kopen als het andere merk toch duurder is?”
Bovendien, zo wil Van der Pol nog wel kwijt, is het een groot voordeel dat bij de nieuwe Karlisch-boten geen ingewikkeld handelsnetwerk zit tussen verkoper en producent. “Alle onderdelen worden in Nederland en Duitsland vervaardigd. Vergelijkbare boten uit Europa zijn daardoor duurder. Alleen met de Chinezen valt niet te concurreren qua prijs. Tegen de lonen en de materiaalkosten kunnen we niet op, en we gaan ook niet mee in de milieutechnische opofferingen die ze in China maken.”
Voor Van der Pol breekt nu een spannende tijd aan. Durven de Nederlandse verenigingen het aan om deze nieuwe, maar in zekere zin toch ook oude speler met open armen te verwelkomen? Of kiezen ze voor de bekende weg, die leidt naar West-Duitsland, Italië of China? Naarden is hoe dan ook tevreden met de nieuwe aanwinsten op de vloot. “We zien in Karlisch een kwaliteitsalternatief voor de Chinese merken en een prijsalternatief voor Filippi”, vertelt Jeroen Brinkman, materiaalcommissaris van de Naardense roeivereniging. “Dit zal daarom zeker niet onze laatste Karlisch-aanschaf zijn.”



