In 1900 boekte Nederland olympisch roeisucces in Parijs. François Brandt en Roelof Klein en een onbekend Frans jongetje wonnen de gouden medaille in de twee-met, en ook in de acht kwam Nederland op het podium terecht. Brandt, Klein, hun vaste stuurman Herman Brockmann en zes ploeggenoten kwamen als derde binnen in de finale en wonnen zo het brons. Het zijn bijzondere medailles, officieel de allereerste olympische roeiplakken zelfs. In 1896 kon het roeitoernooi namelijk geen doorgang vinden, omdat het weer in Athene te wensen overliet. In de haven van Piraeus – we zouden het toernooi nu wellicht ‘coastal rowing’ genoemd hebben – waren de golven zo hoog dat de organisatie besloot de wedstrijden af te gelasten. Een domper voor de teams die naar Athene waren afgereisd. Voor hen geen medailles. Of toch?
Hans Lenk en Kraft Schepke, twee roeiers die tijdens de Olympische Spelen van Rome in 1960 goud wonnen in de acht, publiceerden namelijk op de website van de Duitse roeibond een opmerkelijk verhaal. Bij het bestuderen van archiefstukken van de Berlijnse roeivereniging ‘Spandau’ stuitte het duo namelijk op een bijzonder verslag van de Duitse roeier Berthold Küttner uit 1936. Küttner was een van de twee roeiers die namens de Academische Roeivereniging van Berlijn – de voorganger van Spandau – was afgevaardigd naar de Olympische Spelen van 1896. Niet alleen zou hij in de skiff starten, maar ook moest de zesentwintigjarige Küttner zijn concurrenten samen met Alfred Hunter, zijn drie jaar jongere bootgenoot, aftroeven in de dubbeltwee.
Het verslag van Küttner bevat bijzondere anekdotes over de reis naar Athene en de situatie aldaar. Zo besluit Küttner, na ‘s ochtends al getraind te hebben in de dubbeltwee, ‘s middags nog een keer in de skiff te varen om zijn sprintvezels wat te testen. Tijdens het roeien ontwaart hij in de verte plotseling iets op het water dat op hem af lijkt te komen. Eerst denkt de eenzame skiffeur dat het een zeilboot is, maar als hij de boot niet kan ontdekken snapt hij pas dat er een haai op hem af komt gezwommen. Veel zin om uit te vogelen wat het dier kwam doen heeft Küttner niet, dus zette hij het op een roeien om zo snel mogelijk de kust weer te bereiekn. “Ik denk dat ik nog nooit zo hard gesprint heb in mijn leven”, vertrouwt de Duitser zijn lezers toe.
De ontmoeting met de haai is een mooi verhaal voor bij het haardvuur. Mooier wordt het echter als Küttner vertelt over de wedstrijddag. Omdat het weer niet echt meezit besluit de organisatie de wedstrijden te beginnen met de wedstrijd tussen de dubbeltweetjes. De Duitsers gaan het water op, maar van hun Griekse en Italiaanse tegenstanders is geen spoor te bekennen. De kamprechter vindt het niet nodig om langer te wachten en stuurt de Duitse dubbeltwee alleen de baan over – de allereerste olympische row-over. Bij die ene ‘wedstrijd’ blijft het helaas. De uit Italië, Griekenland en Frankrijk afkomstige tegenstanders in de skiff geven geen thuis en omdat het weer almaar slechter wordt besluit men ook de wedstrijd in de eenzitter af te lasten. Een domper voor de Duitsers, die al die tijd hebben zitten wachten op het terrein.
Misschien ook wel daarom wordt Küttner in de koninklijke box ontboden. De Duitser ritselt ergens een passend jasje om toonbaar voor de dag te komen, en verschijnt ten overstaan van de voorzitter van het Olympisch comité voor watersport, prins George van Griekenland. Die kan zijn lachen niet inhouden als hij de bijzonder uitgedoste skiffeur voor ogen krijgt. Ondanks zijn voorkomen krijgt de Duitser uit handen van Prins George een bronzen medaille, min of meer voor de moeite. De reden die Küttner namelijk aanhaalt voor het verkrijgen van de eerste olympische roeiplak is “het verschijnen op de roeibaan.”
Zijn bootgenoot Hunter, niet aanwezig bij deze uitreiking, is ook die eer toegedaan. Daarbij dient te worden opgemerkt dat, anders dan nu, de bronzen medaille niet voor de derde plek stond. De Grieken hadden in 1896 namelijk weinig geld. Winnaars kregen daarom geen gouden, maar een zilveren medaille. Voor de tweede plaats was er het brons, nog los van de standaard bronzen herinneringsmedaille die iedereen kreeg en de Duitse roeiers sowieso hadden ontvangen. In zekere zin konden Küttner en Hunter zichzelf olympisch kampioen noemen. Maar zo hebben de Duitse roeiers zichzelf waarschijnlijk niet gezien; ze waren medaillewinnaars, dat zeker, maar bovenal teleurgestelde roeiers die zich graag hadden willen meten met hun concurrentie.
Het roeitoernooi wordt na een dag na de mislukte eerste wedstrijden – het is inmiddels nog slechter weer geworden – afgeblazen. “Wat een ironie”, verzucht Küttner in zijn schrijven. “Drie weken waren we in Athene en elke dag hadden we het mooiste weer en het rustigste water.” De Duitsers beseffen zich noch op dat moment, noch in 1936 als Küttner het verhaal optekent dat ze unieke medaille in handen hebben: de eerste twee uitgereikte olympische roeimedailles. De enige bovendien van het mislukte toernooi van 1896.

