Column | Wil de echte Holland Acht nu opstaan?

Archief

De Holland Acht. Het is een naam die past bij een achttal roeiers dat furore maakt op wereldkampioenschappen en Olympische Spelen. Een geuzennaam die oorspronkelijk werd bedacht om tegenwicht te bieden aan de fameuze Deutschland Achter. Een naam, met andere woorden, die niet aan elke willekeurige ploeg te koppelen is. In mijn ogen is de naam zelfs een klein beetje heilig. Je moet heel wat betekenen wil je in de Holland Acht terecht komen en die naam mogen voeren. Je ergometerscore moet toch minimaal onder de zes plat zitten, je moet weten hoe een wereldkampioenschap er vanaf de atletenkant uitziet en, misschien het belangrijkst, men moet een klein beetje bang van je zijn. De naam ‘Holland Acht’ boezemt ontzag in. Niet alleen in de nationale roeiwereld, maar ook buiten onze landsgrenzen. Want ook daar weten ze: een Nederlandse mannenacht kan verdomd hard varen op een goede dag.

Geen wonder dus dat Nederlandse toproeiers hoog op het verlanglijstje staan van wedstrijdorganisaties. En vandaar ook dat de organisatie van de sprintwedstrijden in Sint Petersburg eerder dit jaar een uitnodiging stuurden naar de KNRB. Of de roeibond niet alsjeblieft wilde overwegen om een tweetal achten naar Rusland te sturen. Ter meerdere eer en glorie van het Russische roeien, dat sowieso, maar ook om de nieuwbakken ‘City Sprints’ van de FISA met een klapper te laten beginnen. De net geselecteerde Holland Acht zag een Russisch avontuur niet zo zitten en sloeg het aanbod af. De vrouwenacht, daarentegen, ging wel en won uiteindelijk in een onderling duel van aartsrivalen Canada. Eind goed, al goed, zo zou je denken. Ware het niet dat er toch een Nederlandse mannen acht naar Sint Petersburg was afgereisd.

De acht in kwestie kwam vanuit het regionaal talentcentrum Groningen. Roeiers van Gyas en Aegir die, met eenmalige hulp van toproeiers Rogier Blink, Nanne Sluis en Mitchel Steenman, in het voorjaar de Head of the River wonnen. En nu mochten de talentcentrum-roeiers zonder die topassistentie als negen volleerde understudy’s de plaatsen van de Holland Acht innemen. Zonder dat de organisatie het overigens wist. Pas vlak voordat de ploeg naar Sint Petersburg afreisde kwam men er in Rusland achter dat men niet negen Nederlandse halfgoden had gestrikt, maar gewoon een stel Groningse jongens. “Ach, wat maakt dat toch uit”, hoor ik u al denken. “Kunnen ze toch lekker ervaring opdoen? Als die jongens dat toch zelf willen betalen?” Was het maar zo’n feest. De complete reis naar Sint Petersburg, het verblijf in een peperduur hotel en alle festiviteiten (tot aan handtekeningensessies en het signeren van t-shirts aan toe) waren op kosten van de organisatie. O ja, er werd ook nog startgeld uitgekeerd. Een schamel bedrag van € 5.000,-.

Al het bovenstaande valt te rijmen met de titel ‘Holland Acht’. Als je als organisatie nu eenmaal een topploeg naar een wedstrijd wil halen, middenin een toch niet onbelangrijk roeiseizoen, dan zal je de portemonnee moeten trekken. En als je een ploeg dan uitgebreid wilt fêteren met kaviaar en boottochten over de Neva? Dan zijn dat je eigen keuzes – en dan is dat je eigen geld. Maar je trekt je portemonnee niet voor een lokale roeiploeg, hoe aardig die jongens ook zijn. Het feit dat de KNRB zo lichtzinnig met de uitnodiging van zowel de Russische roeibond als de FISA is omgesprongen spreekt van weinig respect. Als oud-diplomaat zou roeibondsvoorzitter Eric Niehe toch moeten weten dat het handig is om je internationale collega’s te vriend te houden. Maar goed. Een missertje kan iedereen over komen. Even diep door de knieën, een aantal keer je oprechte excuses prevelen en zand erover.

Helaas blijkt de Nederlandse roeibond een spreekwoordelijke ezel die zich twee keer aan dezelfde teen weet te stoten. Op het moment van schrijven is er in Duitsland een kleine roeiwedstrijd aan de gang. Wat heet: de E.on Hanse Cup. Een sportfestijn waar roeien groots in de schijnwerpers staat. Tienduizenden enthousiaste supporters op de kant. Een select aantal topachten dat is uitgenodigd voor een bitse pot roeien: liefst dertien kilometer hard op het klotsende Noord-Oostzeekanaal. En wie verschijnen er aan de start? De wereldkampioenen van Bled, Duitsland. De nummer twee, Groot-Brittannië. En ook Australië en Amerika zijn van de partij met topploegen. En de Holland Acht is er. ‘Brons tijdens het WK in 2009’, staat er als trotse vermelding. En daaronder volgen de namen van de roeiers. Coen de Joncheere. Wijnand Schoenmaakers. Hebben Dave McGowan, Antonio Maurogiovanni en René Mijnders soms hun selectie uitgebreid? De nattigheid is pas goed te voelen bij de naam Elias van Haute. Deze roeier van Laga bezit helemaal geen Nederlandse paspoort, maar is een rasechte Belg. Ironie ten top dat hij onder de naam Holland Acht start tijdens de E.on Hanse Cup – nota bene in het rood-wit-blauwe Aegon-pakje.

Voor de roeiers is het ongetwijfeld leuk om zo’n uitstapje te maken. Lekker varen tegen de echte mannen ten overstaan van juichend publiek. Genieten van je vijf minuten in de spotlights. Maar voor de KNRB is dit een regelrechte blamage. Een van de toproeiers uit je acht neemt het recht in handen om een aantal verenigingsgenootjes – waaronder een aantal eerstejaars en een veteranenroeier – mee naar Duitsland te slepen en daar in de naam van de Nederlandse driekleur een wedstrijd te varen. Zouden ze het op de Bosbaan eigenlijk wel gemerkt hebben? Het is een harde klap in het gezicht van de roeiers die jarenlang keihard trainen om überhaupt maar in de buurt te komen van de allerbeste boot die het Nederlandse mannenroeien te bieden heeft. Wat is de titel Holland Acht op zo’n moment eigenlijk nog waard?