Ontgoocheling bij jongens dubbelvier

Archief

De ontgoocheling was groot voor de jongens dubbelvier met Job Heidweiller, Amos Keijser, Niki van Sprang en Abe Wiersma met de vijfde plaats in de finale bij de wereldkampioenschappen junioren in Eton. Het kwartet had tot dan een goed toernooi gevaren, maar de harde schuine meewind op Dorney Lake was voor hen niet de ideale omstandigheid. Heidweiller, Keijser, Van Sprang en Wiersma moesten direct na de start al te veel bijsturen en kwamen daardoor in vijfde positie. Te ver weg om nog een kans op een medaille te maken. In de laatste paar honderd meter bij de eindsprint leek het Nederlandse kwartet Nieuw-Zeeland, dat vierde lag nog te passeren, maar Heidweiller maakte een misslag, waardoor deze missie mislukte. “Ik voelde de boot even heen en weer bewegen en was mijn riem kwijt”, verklaarde de blonde boeg. Hij herstelde snel, schreeuwde zijn ploeggenoten toe om het roeien weer op te pakken en zo hielden Heidweiller, Keijser, Van Sprang en Wiersma Hongarije nog achter zich. “Zij hebben minder roeiervaring dan de meiden en komen daardoor technisch nog iets te kort waardoor ze hun power niet goed kwijt kunnen”, aldus bondscoach Rob Robbers. Italië, dat favoriet was voor de titel had ook last van de wind en verspeelde de gouden medaille aan Roemenië. Duitsland werd derde.

Zaterdag was de teleurstelling nog groot bij Roos de Jong en Charlotte de Groot nadat zij in de dubbeltwee met de vierde plaats in de halve finale uitgeschakeld werden voor de A-finale. Met een overwinning in de ‘troostronde’ en daarmee de zevende plaats overall was het duo zeer tevreden. En ook bondscoach Hans Lycklama was content. “Ze hebben zeker een even goede prestatie neergezet als Anne Fischer en Ilse Paulis die vorig jaar in de dubbeltwee zesde werden in de finale bij het wereldkampioenschap junioren.

Jort van Gennep en Conno Kuyt roeiden een ontspannen B-finale en behaalden daarin de tweede plaats achter Hongarije. Een resultaat waar het tweetal tevreden mee was. “We hebben veel geleerd tijdens dit toernooi”, vertelt Kuyt. Hij kan deze kennis niet meer gebruiken als junior. Volgend jaar gaat hij als lichte roeier verder bij de senioren. Van Gennep gaat nog een jaar door als junior. “Ik zal het nog een jaar bij grote jongens moeten doen. Daarna kan ik ook naar de kabouters”, aldus Van Gennep, die samen met Kuyt in de dubbeltwee op dit junioren kampioenschap qua lengte tot de kleinere jongens behoorde.

Met zilver voor de meisjes dubbelvier heeft Nederland een goed resultaat neergezet. De laatste keer dat Nederland een medaille won, was in 2008 met de jongens dubbelvier. Toen starten er slechts twee Nederlandse ploegen op de wereldkampioenschappen junioren. Net als vorig jaar namen er dit jaar vier boten met het rood-wit-blauw deel aan het mondiale toernooi voor junioren. Vorig jaar bereikte één ploeg meer, in totaal drie, de finale, maar kwamen er geen ploegen op het erepodium. “Het maximale medailles dat we nu kunnen halen is twee, maar dan hebben we ook een groter coachkader nodig”, reageert Lycklama. “De instroom van roeiers moet ook groter”, vult Robbers hem aan. “Met Diederik de Boorder vonden we twee jaar geleden al dat er toen een grote groep makkelijk coachbaar meisjes was. Dat betaalt zich dit jaar uit”, vervolgt Robbers. “Het blijft nog te veel toeval per jaar of er een goede groep is. Misschien hebben we volgend jaar wel weer een betere jongens groep”, aldus Robbers. Een aantal van de jongens is volgend jaar ook nog junior. Bij de meiden groep moeten de bondscoaches weer putten uit een nieuwe groep talenten.