Ook op de laatste dag van de Coupe de la Jeunesse in Ottensheim heeft Nederland niet één medaille gewonnen. Sinds Nederland meedoet aan dit twaalflanden toernooi is het niet eerder voorgekomen dat geen enkele Nederlandse ploeg op het erepodium kwam. De jongens acht leek in het laatste nummer van het driedaagse toernooi voor een goede afsluiting te zorgen. Lang lag de Nederlandse boot op medaillekoers. In de eindsprint was Italië echter beter en bleef de zure vierde plaats over voor de jongens van Het Spaarne. Slechts zes ploegen werden uitgezonden naar Ottensheim en ook dat was veel minder dan de laatste jaren. In het landenklassement eindigde de rood-wit-blauwe delegatie op de laatste plaats, terwijl Nederlands vorig jaar nog goed was voor de derde plaats.
Het landenklassement wordt overigens voor een belangrijk deel bepaald door het aantal ploegen dat start, en de laatste plek van Nederland is door het geringe aantal deelnemende ploegen wat vertekekend. Dat landen zoals Polen en Spanje (gedeeld derde) en het ‘kleine’ Ierland (zesde) hoger eindigden dan Nederland passeerden deed wel pijn. Deze landen werken de laatste jaren hard aan een talentplan waarin de Coupe de la Jeunesse een onderdeel is. Een evaluatie voor de bondscoaches en technisch directeur René Mijnders lijkt noodzakelijk als Nederland serieus willen werken naar een plaats bij de top vijf bij de Olympische Spelen van 2020.
De afgelopen jaren was de Coupe de la Jeunesse ook in Nederland een duidelijk onderdeel van het talentplan. Dit seizoen werd volledig ingezet op een kernteam dat net als bij de senioren in de winter naar warmere oorden ging om daar te trainen. Talentvolle roeiers die nog net te kort kwamen voor het nationale team kwamen niet in aanmerking voor de regionale talentcentra. Roeiers en hun coaches moesten op eigen initiatief met of zonder steun van de vereniging een ploeg samenstellen en vervolgens kwalificatie afdwingen bij de Koninklijke Holland Beker.
Tekenend was dat Nederland dit jaar voor het eerst geen meisjes acht op het water kon brengen. De afgelopen jaren had Nederland altijd voldoende ploegen die op de vrijdag ook gezamenlijk in de meisjes acht startten en dan ook een medaille wonnen, wat een goede stimulans was voor de overige dagen. Dit jaar was de dubbeltwee met Anne-Marie Schonk en Lotte van Ditshuizen de enige meiden ploeg. Zij waren met de vierde plaats de beste Nederlandse ploeg op zaterdag. Op zaterdag slipten de meiden nog net de finale binnen en werden daar vervolgens vierde. Een dag later mislukte dit in het sterke veld van de meisjes dubbeltwee. De B-finale werd overtuigend gewonnen.
Door het nieuwe selectiebeleid van de roeibond zorgde Het Spaarne voor een unicum door met een complete verenigingsacht aan de start te verschijnen. Op zaterdag werd de ploeg, die tijdens de Koninklijke indruk maakte, echter laatste. De race in de vier-zonder-stuurman eerder die dag zat Just van der Endt, Kars Huisman, David Soff en Daan Ram nog in de benen. Op de laatste dag startten David Soff, Just van der Endt, Daniel van de Berg, Daan Ram, Brinio Claerbout, Floris von Bonninghausen, Mark Buis, Kars Huisman met stuurman Pepijn de Groot alleen in de acht en deden ze mee in het veld met de sterke landen Groot-Brittannië, Spanje en Italië. Na een sterke opening lagen ze tot de 1000 meter aan de leiding. Het verval in de derde vijfhonderd meter was echter te groot. De Britten namen de leiding over en in de eindsprint waren ook Spanje en Italië sneller dan de Spaarne-acht. de overwinning leverde de Britten overigens niet de door hen fel begeerde eindoverwinning van het landenklassement op. Dat ging voor het tweede achtereenvolgende jaar naar Italië, dat twee punten meer had dan de Britten.
Uitslagen finale zondag met Nederlandse ploegen:
JM8+: 1. Groot-Brittannië 6.00,41, 2. Spanje 6.03,56, 3. Italië 6.05,61, 4. Nederland (Just van der Endt, Kars Huisman, Daniel van de Berg, David Soff, Daan Ram, Brinio Claerbout, Floris van Bonninghausen, Mark Buis, stm. Pepijn de Groot) 6.06,87.
JM4x: 1. Groot-Brittannië 6.10,75, 2. Spanje 6.12,76, 3. Italie: 6.13,09, 5. Nederland (Jeroen de Wit, Lennart van Lierop, Michiel Oyen, Daan Klomp) 6.16,37.



