De Bosbaan is de afgelopen dagen omgetoverd tot het centrum van de internationale roeiwereld. Een grote, met blauwe kleden opgesierde tribune, talloze puntige witte tenten en een vele hekken met daarop het sierlijke logo van het WK onder 23. En dan zijn er natuurlijk de botenwagens met honderden boten, beplakt met stickers van ‘worldrowing’ en de drie letters tellende landencode. Zes jaar geleden was het al groots aangepakt, en anno 2011 heeft de organisatie die standaard nog wat verhoogd. Dit, zo lijkt men te willen zeggen, is wat we doen voor een WK onder 23. Bij het WK in 2014 pakken we pas echt uit. En dan moet het roeien eigenlijk nog beginnen.
Voor Nederland bracht de eerste dag van het toernooi gelijk actie. Zowel de vrouwen twee-zonder (inge Janssen/Ellen Hogerwerf) en de lichte mannen dubbelvier (Timo van Wittmarsche/Bastiaan Vervoort/Tim Weerkamp/Ide Hingstman) moesten hun visitekaartje afgeven. De dames slaagden daar zonder al te veel moeite in. “Na drie starthalen lagen we al een bootlengte voor”, zei slagroeister Hogerwerf na de race. “Vooraf hadden we onszelf al een goede kans gegeven om deze voorwedstrijd te winnen, maar na onze start was het eigenlijk al duidelijk. Het roeien was niet de hele race even goed, maar zonder tegenstand in je voorwedstrijd is dat ook moeilijker vast te houden.”
Hogerwerf en Janssen gelden tijdens het WK onder 23 als een medaillekandidaat, maar dat zullen de dames zelf niet zo snel zeggen. Verwijzend naar de voorspelling op deze website, waar werd gesproken over misschien wel een bronzen medaille, lieten de dames weten dat ze zichzelf niet vanzelfsprekend aan de top zien. Eerst de finale halen en dan zien we wel weer verder, zo lijkt het credo.
Voor de lichte dubbelvier is die finale een stapje verder weg. Het nog niet zo gek lang samen roeiende viertal kon niet opboksen tegen de concurrentie en finishte een flink eind achter winnaars Duitsland en de nummer twee Denemarken. Hoewel de eerste drie ploegen doorgingen naar de halve finale drongen de Nederlandse roeiers niet echt aan. ‘Niet ons gevecht’, zag je het kwartet denken. Op donderdag wacht voor hen de herkansing en is er voor de Nereus/Nautilus/Gyas/Triton-combinatie nauwelijks een keuze. Niet eindigen bij de eerste drie betekent C-finale, nou niet bepaald een race waar je een toernooi in eigen land mee wil eindigen.
Met maar vier bootklassen en welgeteld twaalf verroeide wedstrijden was de woensdag een opwarmertje voor dat wat komen gaat. Een opwarmertje met en wereldrecord welteverstaan: zes jaar geleden roeide de Duitse vier-zonder naar 5:53.19. In de voorwedstrijd kwam Italië dankzij een zinderende eindsprint tot 5:52.79. Tijdens de openingsceremonie, met naast de plichtmatige welkomstwoorden ook drie parachutisten die de vlaggen van FISA, Nederland en de KNRB kwamen afleveren, was er nog meer vuurwerk. Dat belooft wat voor de komende vier dagen.



