Twee finaleplaatsen, twee medailles. Qua efficiëntie zou je zeggen dat het niet beter kan. De Nederlandse vrouwenacht, een van de twee favorieten voor de gouden medaille op de Rotsee, had teveel moeite met de wind en finishte in derde positie. De mannen daarentegen pasten dezelfde truc toe als in Athene zeven jaar geleden: een iets lichtere afstelling, die hen de mogelijkheid gaf om in het tweede deel van de race aan de concurrentie voorbij te stomen. In een zinderende eindsprint kwam de ploeg uiteindelijk net voor de Britten binnen op de tweede plek. Nederland is terug van weggeweest in achtenland.
Ondanks de bronzen medaille stonden de Nederlandse vrouwen beteuterd op het podium. Ze verloren van een nog niet op oorlogssterkte verkerende Amerikaanse boot, en ook de Canadezen, die tot drie keer toe werden verslagen in de aanloop naar dit toernooi, waren de Nederlandse dames te snel af. De derde plek voelde daarom voor de roeisters aan als een teleurstellend resultaat. De winst in de wereldbeker, de eerste keer ooit dat een Nederlandse acht daarvoor zorgt, was niet meer dan een schrale troost.
“We kunnen gewoon nog niet goed omgaan met wind tegen”, analyseerde Jacobine Veenhoven na afloop. “Dat is iets waar we nog op moeten gaan trainen.” De boegroeister van het Leidse Njord doelde daarmee op het ietwat nerveuze roeien van de acht. Anders dan de afgelopen wedstrijden waren de Nederlandse dames op de Rotsee niet zo ontspannen en was het roeien niet zo strak en gelijk. De Amerikaanse en Canadese dames roeiden niet noodzakelijkerwijs beter, maar beukten zich een weg door de windvlagen en de regen.
De gouden reeks van de vrouwenacht viel op die manier letterlijk in het water. Maar misschien is dat niet eens zo heel erg. Op deze manier is de ploeg van Susannah Chayes weer even wakker geschud. De concurrentie staat niet stil en zal zich er niet bij neerleggen dat de Nederlandse vrouwen een flink aantal stappen hebben gemaakt. De vraag is echter welke stappen nog gaan volgen om de ploeg twee plekjes te laten stijgen in de eindstand. Aan Femke Dekker, die in Luzern een vrij roemloos avontuur in de skiff aanging, is beloofd dat ze middels een goede ergometertest een kans krijgt op een plekje in de acht. Of dat het antwoord is valt natuurlijk moeilijk te zeggen. Misschien heeft de ploeg in de aanloop naar het WK meer ervaring nodig, misschien juist een solide basis zonder al te veel selectiestress.
Bij de mannen hebben de aanpassingen in de selectie ogenschijnlijk prima uitgepakt. De zilveren medaille is een enorme verbetering ten opzichte van vorig jaar, toen de ploeg op een tweede plek in de B-finale binnenkwam. Olivier Siegelaar, over het algemeen al de meest vocale van de groep, toonde zich enthousiast over het warme bad waar hij in terecht was gekomen. “Antonio Maurogiovanni is een fantastische coach. Echt een figuur die er staat, die een bepaalde autoriteit heeft. Helder, duidelijk, streng. Dat hebben we nodig”, sprak de roeier die sinds Nieuw-Zeeland weer in San Francisco bivakkeerde omwille van zijn studie.
De opmerking van Siegelaar snijdt hout. De weg die de Nederlandse coaches onder leiding van Maurogiovanni zijn ingeslagen werpt inderdaad zijn vruchten af. Harde selecties, strenge eisen, veel en intensief trainen – het is goed voor de onderlinge concurrentie en de resultaten in het zware mannenroeien. In ieder geval voor de acht. Voor de ploegen onder de prioriteitsboot is het nog afwachten of de focus op dat ene nummer goed zal uitpakken. Het echte slachtoffer van de nieuwe insteek lijkt het lichte roeien te zijn. Te rigide trainingen, vele sparsessies tegen hun zware collega’s en de ongeremdheid van met name de Muda-tweeling hebben er toe geleid dat de lichte vier-zonder nog voor het WK opgebrand is. Dat is een zware prijs die betaald wordt, zeker gezien het feit dat iedereen het er over eens was dat de nog jonge vier-zonder wel eens voor olympisch succes zou kunnen gaan zorgen.
Over de breedte gezien lijkt het een open deur dat het Nederlandse roeien tot veel in staat is. Veel ploegen zitten in de lift; de mannen vier-zonder laat potentie zien, de lichte dames komen steeds dichter bij de top, de lichte vier-zonder zorgde de afgelopen jaren voor genoeg finaleplaatsen en ook de mannen twee-zonder is geen slechte ploeg. De vraag is alleen op welke verdieping we nu zijn. De derde? De twintigste? En hoeveel verdiepingen is dat onder de top? Genoeg vragen die in Bled beantwoord zullen moeten gaan worden. Je gaat immers niet naar Slovenië om alleen in de lift te zitten.





