Geen konijnen meer in de hoed

Archief

Er kwam altijd wel een eindsprint, een push of een magnifieke tweede kilometer die hen naar voren deed schuiven. De lichte vier-zonder had altijd wel een konijn dat ze uit hun hoed konden toveren om het toernooi of de wedstrijd te redden. Maar dit seizoen zit veel tegen. Blessures, mentale strubbelingen, veel wisselingen in de boot. Het kwartet hoopte na het nemen van deze hordes weer op de weg terug te zijn. Totdat in Luzern alle stoelpoten van de vier-zonder hardhandig onder hen uit werden gezaagd. Zesde en laatste in de herkansing van zaterdagmiddag. C-finale. De vier roeiers zaten na de wedstrijd lange tijd met hun coach John Faulkner in conclaaf. Hoe nu verder? “Dieper dan dit kunnen we denk ik niet zinken”, sprak een emotionele Vincent Muda.

Een keer in de C-finale roeien lijkt van een afstandje bezien niet zo erg. Een slechte dag kan iedereen wel eens overkomen. Bovendien zijn er in principe nog vijf grote internationale wedstrijden die de Nederlandse roei-equipe kan starten. Een WK, drie wereldbekers en het grote doel: de Olympische Spelen in Londen. Laat het nu vooral om deze laatste wedstrijd gaan; daar wil je vlammen, daar wil je een medaille winnen. Maar het toernooi der toernooien is door het resultaat van de lichte vier ook een stapje verder van de ploeg verwijderd geraakt. Een plaats in de A-finale van Luzern, iets waar Vincent Muda, Tycho Muda, Tim Heijbrock en Roeland Lievens de afgelopen twee jaar altijd zeker van waren, was genoeg geweest voor olympische nominatie. Met die voordracht was het WK ietwat eenvoudiger geweest; de prioriteitsboot bij het lichte roeien had in dat geval genoeg gehad aan een klassering bij de eerste elf tijdens het WK in Bled. Nu is een finaleplaats een must als de lichte vier het olympisch kwalificatietoernooi wil ontwijken.

Een dergelijke opgave legt alleen maar meer druk op de toch al geplaagde ploeg. “Je zou verwachten dat het op een gegeven moment wel een keer ons toernooi is”, verzuchtte Vincent Muda. “John vertelde ons dat we misschien een gevecht verloren hadden maar nog niet de oorlog. Dat is ook wel zo, maar waarom lukt het nou nooit? We varen hier op woensdag nog een duizend meter in 2:53, echt supersnel gezien het weer.” Het onbegrip straalde van de ploeg af. Ook coach John Faulkner had moeite om een oorzaak te vinden voor het dramatische optreden van zijn ploeg, buiten de logische gevolgtrekking dat de voorbereiding dit seizoen verre van optimaal is geweest.

“Tim is thuis weer belastbaar, dus zodra de jongens hun verplichte vijf dagen vrijaf hebben gehad gaan we weer met de oude vier aan de slag”, blikte de Engelsman vooruit. Daarbij deelde Faulkner de zwarte piet overigens geenszins uit aan invaller Arnoud Greidanus. Het zou te makkelijk zijn om te concluderen dat de vervanger van de geblesseerde Tim Heijbrock de oorzaak is van de malaise. De ploeg oogde als geheel te weinig als collectief, niet als de solide machine die het de afgelopen grote wedstrijden was. De magie was weg, de ploeg lijkt fysiek en mentaal opgebrand.

Het verhaal van de lichte vier-zonder lijkt in zekere zin symptomatisch voor de gehele Nederlandse equipe. Hoge pieken, diepe dalen; dat is in een notedop waar het in Luzern om gaat. Een flink aantal ploegen vaart C-finale – de lichte mannen dubbeltwee, de vrouwen twee-zonder, de mannen twee-zonder (Noordhuis/van der Want) en de lichte skiff – terwijl de twee absolute prioriteitsboten, de Holland Acht en de vrouwenacht, direct finale haalden door hun voorwedstrijd te winnen. Vooral het optreden van de mannen was daarbij het gesprek van de dag. Na een gelijkwaardige race was het Nederlandse achttal in de sprint slechts één honderdste van een seconde sneller dan de Britten. De vrouwen rekenden op hun beurt eenvoudig af met Canada, Duitsland en Rusland.

De voorlopige successen in deze grote nummers zijn hoopgevend. Ook de halve finaleplekken van de lichte dames Maaike Head en Rianne Sigmond, de prima roeiende mannen vier-zonder en de mannen twee-zonder met Rogier Blink en Nanne Sluis zijn dat. Maar de ambitie van de Nederlandse roeibond om bij de beste vijf roeilanden te horen heeft als consequentie dat er over de hele breedte van de linie gepresteerd moet worden. Voor de zomer staat er dus nog genoeg te gebeuren. René Mijnders zei na de herkansing van de lichte vier-zonder gekscherend dat succes garant staat voor een extra dag vakantie en een misser betekent dat er harder getraind moet worden. Maar hard trainen is niet altijd het antwoord op minder roeien. Goochelen met trainingskilometers en intensiteit leidt niet altijd tot magie.