Het is weer goed toeven aan de oevers van de Thames in Henley. Er zijn veel Nederlandse ploegen neergestroken in dit normaal zo slaperige dorpje ten westen van Londen, en nu het toernooi ruim twee dagen onderweg is wordt het kaf langzaam van het koren gescheiden. De Nederlandse ploegen weren zichzelf kranig, maar temidden van het internationale roeigeweld dat bij vlagen op de wateren van Henley losbarst is het niet altijd eenvoudig om door te stoten naar de volgende ronde. Zeker de evenementen met veel inschrijvingen – zoals de Temple Challenge Cup – maken het de Nederlandse afvaardiging moeilijk. Maar niet getreurd: uitschakeling betekent niet het einde van de wereld. Met een glaasje Pimm’s in de hand kan je nog prima genieten van hét sociale roei-evenement van het jaar.
Woensdag en donderdag zijn tijdens Henley Royal Regatta over het algemeen niet de meest drukke dagen. Het Engelse roeipubliek komt meestal op zaterdag pas tevoorschijn voor de meer spannende wedstrijden. Halve finales, strijd op het scherpst van de snede tussen de beste scholieren, studenten en internationale toppers. Toch was het de afgelopen twee dagen al druk. Veel stoelen op de grote tribunes op Stewards Enclosure, het afgesloten toeschouwersgebied vlakbij de finish waar een strikte kledingetiquette van toepassing is, waren beide dagen bezet. En ook het pad langs de rivier waar de gewone bezoeker geniet van het roeien zat vol.
Het zegt iets over de aantrekkingskracht van het evenement. Ondanks het licht elitaire karakter van de wedstrijd komen allerlei mensen er op af. En zeker voor de roeiers heeft een optreden tijdens Henley Royal Regatta iets magisch. Eens in je leven in de spotlights roeien, tussen de ‘booms’ tegen je tegenstander strijd leveren en een donderend geraas van het applaudiserende publiek. Dat wil iedereen wel. En win je dan uiteindelijk de beker, dan ben je helemaal onsterfelijk. Zeker hier in Engeland staat het winnen van Henley bijna op dezelfde hoogte als het winnen van de Boat Race. Maar wat geldt voor de Engelse teams is ook een gegeven voor de Nederlandse roeiers.
Toch zal het moeilijk worden voor de vaderlandse afvaardiging in Henley om de komende twee en een halve dag tot de finale te komen. Van de negen ploegen die naar Engeland zijn afgereisd zijn er op het moment van schrijven nog maar twee over: skiffeuze Femke Dekker en de op de Holland Beker al succesvolle Nereus-acht. Dekker gebruikt Henley als voorbereiding op de wereldbekerfinale in Luzern, waar ze hoopt haar vorm aan te tonen. Door hier zichzelf alvast voorzichtig te meten met de internationale concurrentie – vooral in de vorm van de Australische selectie en de Tsjechische Mirka Knapkova – kan de roeister van Nereus al wat ervaring op doen op het hoogste niveau. Winnen lijkt evenwel moeilijk, daarvoor is de concurrentie toch echt wat te groot.
Over de Nereus-acht gonzen wel wat voorzichtige geruchten, zelfs bij de Engelsen. ‘Nerois from Amsterdam’ staat met schuingedrukte letters in het programmaboekje, daarmee aangevend dat de bordeauxrode ploeg een geplaatste ploeg is. En nu de eerste paar races voorbij zou fluistert men in de wandelgangen dat de mannen van coaches Sander Smulders, Stan Wouter Admiraal en Merijn van Oijen best wel eens finalist zouden kunnen zijn. “Het zijn jachtluipaarden”, legde eerstgenoemde na de tweede wedstrijd in het toernooi uit. “Ze zijn lui, moeten zichzelf naar de start slepen, maar eenmaal daar aangekomen kunnen ze vlammen als geen ander.”
Dat bleek tijdens de race in de tweede ronde tegen Newcastle University ‘B’. Een handje geholpen door de goede omstandigheden – weinig stroming tegen en een lekker briesje mee – roeide Nereus zichzelf in 1:46 naar de Barrier, een van de officiële meetpunten van de wedstrijd. Die tijd was sneller dan het oude record en gelijk aan de eerder die dag gerealiseerde 1:46 van Berkeley, de andere ploeg die veelvuldig in een zin genoemd met de Temple Challenge Cup. Om de finale te halen moet Nereus morgen afrekenen met een Amerikaanse ploeg, de universiteit van Virginia. Misschien moet het aanwezige bestuur van Nereus overwegen de normale ‘ioe hikemalaya’ ietwat aan te passen. Daar komen de leeuwen? Daar komen de jachtluipaarden!



