Als er iets in één zin genoemd wordt met de Martini Regatta is het wel het weer. Het maakt niet gek veel uit wanneer de wedstrijd wordt georganiseerd – begin april of half juni – maar vrijwel altijd draaien de windmolens langs de roeibaan in Harkstede volle toeren en valt het water met bakken uit de hemel. Wie herinnert zich niet de memorabele Nederlandse kampioenschappen in 2005, toen de organisatie op zaterdag hals over kop besloot time trials te houden om de eerlijkheid te kunnen garanderen? Zes jaar later is het niet anders. Kamprechters die met hun motorbootjes moeten assisteren om de startprocedure – letterlijk – in goede banen te leiden, huilende meisjes die niet weten hoe ze hun bootje heelhuids over de golven moeten krijgen en vlothonden wiens platform meer een surfplank lijkt dan een stabiel houten vlonder. En ondertussen malen de windmolens maar door.
Volgens de overlevering is het nooit goed weer in Groningen. De nationale roeiwereld heeft een weinig vleiend stigma op de wedstrijd geplakt. Alles zit tegen: het regent er altijd, het waait er te hard, het roeien gaat er (daarom) nooit goed en zelfs de politie is niet eens je beste vriend. Als je na een slechte, verregende wedstrijd ook nog eens een bekeuring krijgt omdat je vanaf het parkeerterrein rechts afslaat op de Kooistraat zijn de poppen ongetwijfeld aan het dansen. Je belooft jezelf, terwijl je anderhalve dag later de modderstrepen van de zijkant van je Volvo poetst, nooit meer naar Groningen te reizen voor de Martini.
En toch, is dat terecht? Is het in het hoge noorden zo veel slechter dan elders? Is de Martini, doordat er maar één keer per jaar een wedstrijd wordt georganiseerd, niet miskend? De wereldbekerwedstrijden in Hamburg vielen dit weekend ook in het water. Veel wind en regen en moeilijke omstandigheden. En de Nederlandse roeiwereld had tijdens het merendeel van de Bosbaanwedstrijden van dit seizoen ook te kampen met slecht weer. Om nog maar te zwijgen over de in de wandelgangen veelvuldig besproken eerlijkheid van de roeibaan in Amstelveen. Baan 7. Een betere loting kun je niet hebben. Maar o wee als je daar een blik in trekt, want je lag wel op de voordeelboei.
Misschien ligt het helemaal niet aan de Martini, maar moet men gewoon wat te klagen hebben. Misschien is klagen inherent verbonden aan de soms hoog oplopende belangen. Dus praat niemand lovend over de spectaculair ogende finishtoren in Harkstede, maar is het vooral een lelijk ding. En dus vergeten ploegen hoe leuk het kan zijn om samen ergens te logeren en denken ze vooral aan de golf water die over de boordrand kwam zetten bij de start. En daardoor merken ze niet dat het slechte Groningse weer waar ze zo tegenop kijken verbroederend werkt. En is niets gezelliger dan samen met je tegenstander of ploeggenoot onder een afdakje staan en lekker ageren tegen de golven en de regen.
De Martini is dus lang zo slecht nog niet. De roeisport is immers een buitensport. Als je niet tegen een regendruppel kan, dan kan je beter binnen zitten en je flippoverzameling afstoffen. Als het daarom een dag rampzalig weer is, prima. Je kan er zelfs een heroïsch verhaal over vertellen als je later oud bent. Zolang de volgende dag maar wél het zonnetje schijnt en de wind maar in je gezicht blaast in plaats van in je rug. Dan is alles prima en wordt er niet geklaagd. Nou ja, over verbrande neuzen en beblaarde handen misschien.




