Schaduw over de titel

Archief

Normaal gesproken is de strijd in de acht het spektakelstuk van het Nederlandse kampioenschap voor grote nummers. Juist in dat veld hoopt het toegestroomde publiek op een roeishow van de nationale achten. Nagenietend van harde klappen, strak voorgeslagen ritmes en imponerend roeien kan men daarna met een tevreden gevoel naar huis. De zondag van de ARB kende echter niet zo’n slot. De Holland Acht zat het hele weekend op de ergometer in het olympisch trainingscentrum, en van de selectie van de vrouwenacht deden alleen de voorlopig buiten de boot vallende Femke Dekker, Wianka van Dorp en Olivia van Rooijen mee. Vanzelfsprekend won dit trio samen met Ellen Hogerwerf, Kirsten Wielaard, Jenny van Dobben de Bruijn, Nicole Beukers, Inge Janssen en stuurman Peter Wiersum de strijd om de titel afgetekend.

Het winnen van de titel in de acht is een kleine opsteker voor Femke Dekker. De roeister worstelde langdurig met haar vorm en haar fitheid en lijkt de gang naar boven eindelijk te hebben gevonden. Wel is de ervaren kracht van Nereus teleurgesteld. “Het is jammer dat de technische staf mijn klachten heeft onderschat. Ik heb daar best veel moeite mee gehad”, zegt Dekker zelf. Ondanks de gouden medaille in München lijkt dus niet alles pais en vree in de selectie voor de damesacht. Temeer omdat de vrouwen, met de medailles nog om de nek, op het vliegveld te horen kregen dat ze niet op het NK zouden starten in de gouden opstelling.

“We wilden de drie thuisblijvers, Femke Dekker, Wianka van Dorp en Olivia van Rooijen, een eerlijke kans geven op de selectie”, legt technisch directeur René Mijnders uit. “We hebben aangegeven dat we na München weer als één groep zouden gaan trainen, en na de wedstrijd in Sint Petersburg zouden gaan selecteren. Om de thuisblijvers een eerlijke kans te geven wilden we ze het NK laten starten, samen met de twee slagen van de acht en drie andere roeisters die we zouden loten.” Mijnders geeft ruiterlijk toe dat deze keuze demotiverend kan zijn geweest voor de winnende acht in München. “Als ze vijfde waren geworden had deze beslissing er anders uitgezien. We hebben de keuze uiteindelijk ook bij hen gelegd.”

Geen van de acht roeisters verscheen uiteindelijk aan de start. De gouden acht kwam tegen de loting in het geweer en besloot onderling van deelname af te zien. In plaats daarvan voer het octet, met uitzondering van de licht geblesseerde Annemiek de Haan, op vrijdag een ergometertest. De resultaten daarvan waren zeer hoopgevend, en zullen vast meegenomen worden in de selectieprocedure. Meer nog dan de resultaten op het Nederlands kampioenschap grote nummers. Daar viel in veel gevallen niet gek veel over te zeggen. De harde, soms schuin over de baan blazende wind tegen maakte het soms een boeienpot. Gelukkig leidde dat niet tot discutabele resultaten, maar werden de velden in het merendeel van de gevallen gewonnen door de ploegen die vooraf als kanshebbers werden getipt.

De nationale lichte vier, met Bjorn van den Ende als vervanger van de in München nog als reserve optredende Joris Pijs, won op die manier de zware vier-zonder. De dubbeltwee was, net als vorig jaar, een prooi voor Dirk Uittenbogaard en Freek Robbers. En de lichte dames Maaike Head, Rianne Sigmond, Marie-Anne Frenken en Annick Taselaar waren overduidelijk de beste in de dubbelvier open klasse. Het was, met andere woorden, een Nederlands kampioenschap zonder echt grote verrassingen. Geen strijd op leven en dood. Het was zaterdag wel broeierig warm, maar tot echt vuurwerk kwam het nauwelijks. Het onderscheid tussen het NK Groot en andere Bosbaanwedstrijden vervaagt langzaam.

Alles staat of valt met de beschikbaarheid van de Nederlandse toproeiers. Als hun schema niet correspondeert met de nationale wedstrijdkalender, dan ben je als organisatie de gebeten hond. In den beginne juichten de bondscoaches de opsplitsing van het nationale kampioenschap toe, was men blij dat de toproeiers niet veertien keer de baan over gingen in één weekend, maar inmiddels is men het erover eens dat de planning van het NK Groot niet ideaal is. “We zijn op de achtergrond bezig te kijken hoe we het kunnen verbeteren”, legt René MIjnders uit. “De splitsing van het NK willen we graag zo houden, maar liever hebben we dan de grote nummers tijdens de Holland Beker.” De wens van Mijnders blijft evenwel nog een jaartje in de koelkast liggen. Volgend jaar worden beide nationale kampioenschappen, in verband met de Olympische Spelen, waarschijnlijk eenmalig samengevoegd en in het begin van het jaar georganiseerd. Het zou mooi zijn als de olympische achten dan wel een vlammend slotakkoord op het NK kunnen geven.

De uitslagen van het NK zijn terug te vinden op de website van Time Team.