Stilte voor de storm

Archief

De Nederlandse Kampioenschappen Indoorroeien waren gisteren een open podium voor diegenen die zich wilden bewijzen. De Nederlandse equipe die ruim een maand geleden in Nieuw-Zeeland roeide hoefde niet mee te doen op het evenement in de Sporthallen Zuid te Amsterdam. Roeiers en roeisters die nog niet bij de selectie hoorden wel. Voor hen was de NKIR net als de Hel van het Noorden een moment om zich (weer) bij de bond in de kijker te roeien. Daar slaagde een flink aantal van hen ook daadwerkelijk in. Harmen Eefting (Njord) won in een indrukwekkende tijd van 5:49.7 de open klasse bij de mannen. Bij de vrouwen was Jenny van Dobben de Bruijn (Nereus) voor de derde keer op rij de beste met 6:49.9. Mies Bernelot Moens (RV Rijnland) verbeterde bovendien het wereldrecord indoorroeien 65+ met maar liefst 10,2 seconden.

Mies Bernelot Moens van RV Rijnland heeft het wereldrecord indoorroeien 65+ met 10,2 sec. verbeterd in de open klasse. De oud-Argonaute (zilver en brons in Argo-acht op EK’s van 1965 en 1966) roeide de 2 km in 7.43,2. Het oude record stond op naam van de Amerikaanse Barbara Pike. Het 60+ record 7:31,0 staat eveneens op naam van de veteranenroeister van Rijnland.

Eefting en Van Dobben de Bruijn lopen inmiddels al een aantal jaar rond in de roeiwereld. Daarbij hebben ze beiden nog weinig geluk gehad met de selecties. Van Dobben de Bruijn staat, net als bijvoorbeeld Sanne Beukers voor haar, meer bekend om haar prestaties op de ergometer dan op het water. Om die reden is ze door de bondscoaches ook nooit geselecteerd voor een wereldbeker. Telkens strandde de Nereïde in de selecties – als ze al werd uitgenodigd.

Om Eefting kon de roeibond de afgelopen jaren niet heen. In de aanloop naar het seizoen 2009/2010 was het de boomlange roeier van Njord die, tot verbazing van velen, bij fysiologische testen vaak als beste uit de bus kwam rollen. Nog voor een aantal gevestigde namen van de Holland Acht. Toch viel Eefting vaak bij de laatste selecties af. Dat was vorig jaar het geval, in de aanloop naar het WK in Poznan, en dat bleek dit jaar toen er werd geraced voor de ploegen die naar het Europese Kampioenschap in Montemor-o-Velho zouden gaan.

Dat Eefting gisteren het kampioenschapsrecord van Gerritjan Eggenkamp (NKIR 2002 – 5:49.4) met drie tiende benaderde zorgde bij de vrijwel compleet aanwezige Holland Acht voor veel respect. Olivier Siegelaar, die de ochtend na het Nationaal Sportgala weer naar Amerika zal vertrekken, was één van de eerste bekende atleten die de roeier in de gangen van het sportgebouw feliciteerde met zijn nieuwe persoonlijke record. “Als Ruben [Knab, die tweede werd in 5:52, red.] niet zo aan had gedrongen was ik waarschijnlijk niet zo hard gegaan. Ik wist dat ik het kon, maar niet dat ik aan het eind nog zo veel over had”, zei Eefting na zijn race. De roeier van Njord gaf aan dat hij niet weet wat hij van de roeibond moet verwachten, maar dat hij het prima naar zijn zin heeft in de eenmansboot. Dat bleek twee weken geleden al op de Hel, toen Eefting toch wel verrassend als eerste eindigde in de race over zes kilometer.

De meest opvallende deelnemer in het veld was ongetwijfeld Matthijs Vellenga. De roeier van Skøll flirte de afgelopen seizoenen al opzichtig met een comeback, maar gaf in de aanloop naar Nieuw-Zeeland bij René Mijnders aan dat hij het wel wilde proberen. De succesvolle roeier, die zilver won in Athene 2004 en een grote hoeveelheid wereldbekermedailles vergaarde in de Holland Vier, heeft tegelijkertijd geen beloftes geegeven. Als hij met zijn staat van dienst en zijn ergotijd van 6:02 welkom is bij de groep, dan zal hij kijken of een hernieuwde roeicarrière te combineren is met zijn gezin en zijn baan.
Vellenga is overigens niet de enige van de Holland Vier die met een terugkeer in aanraking is gebracht. Ook Gyas-roeier Jan-Willem Gabriëls wordt in de wandelgangen genoemd. “Ik ben inderdaad met René Mijnders in gesprek gegaan”, legt Gabriëls desgevraagd uit, “maar bij mij is het minder concreet dan bij Matthijs. Ik denk dat ik wel stabiliteit kan toevoegen, ja, maar ik denk wel dat er nog meer structuur in moet komen wil ik echt instappen.”

Bij de lichte heren werd vooraf voorspeld dat de strijd zou gaan tussen Arnoud Greidanus (Proteus-Eretes) en Joris Pijs (Gyas). Laatstgenoemde heeft te kennen gegeven dat hij graag in de lichte dubbeltwee wil roeien. Maar Pijs is blessuregevoelig en kampte de afgelopen jaren vaak met rugkwetsuren. Dat hij in de loop van het seizoen soms op bewonderenswaardige wijze terugkeerde aan de top, met bijvoorbeeld een bronzen medaille in de lichte skiff op het WK onder 23 in 2008, spreekt in zijn voordeel. Op de NKIR in 2010 moest de roeier van Gyas zijn meerdere echter erkennen in zijn naaste concurrent van Proteus. Hij werd ex aequo tweede met Dion van Schie (Asopos de Vliet) in een tijd van 6:20.2.
Greidanus had eerder die dag zijn vader al zien winnen, en nu maakte hij korte metten met de concurrentie. Tevreden was hij echter niet. Zijn 6:16.6 was gezien de tijden die de afgelopen jaren werden gerealiseerd inderdaad aan de magere kant. Desalniettemin bleef de concurrentie op voldoende afstand.

In het LDSA-veld zag het er lange tijd naar uit dat Maaike Head als enige van de WK-equipe mee zou gaan doen. Toch was haar ergometer leeg tijdens de race, wat betekende dat de strijd om het kampioenschap tussen Marianne Frenken van Njord zou gaan, en Nienke van Hoogenhuyze (Triton). De Utrechtse trok uiteindelijk in een zeer sterke tijd aan het langste eind. Na 7 minuten en 7,7 seconden kwam Van Hoogenhuyze over de virtuele streep, daarmee nadrukkelijk haar sollicitatie voor de lichte dubbeltwee indienend bij de roeibond. Frenken volgde op vier seconden, op de hielen gezeten door Rianne Dekker (Thêta) die 7:12 op de klokken zette. Dekker roeide het afgelopen jaar overigens in de open klasse dames twee-zonder op het EK voor studenten in Amsterdam.

Met de afwezigheid van de A-equipe was er ruimte voor de jonge, talentvolle garde om zich te laten zien. Aan die opdracht voldeed een aantal roeiers en roeisters met verve. Wie weet gaan zij de impuls brengen waar Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC*NSF, en René Mijnders, technisch directeur van de KNRB, op doelen. Voor de camera’s van de NOS verhaalde het duo onafhankelijk van elkaar over de potentie die er in Nederland is. “Maar”, zo voegden zowel Hendriks als Mijnders aan hun uitleg toe, “er moet nog wel wat gebeuren.” Een injectie van vermogen, talent, roeicapaciteit. Dat lijkt nodig om het Nederlandse roeien in de aanloop naar Londen 2012 weer op de rails te brengen. Want op koers is men nog niet, dat erkende ook Mijnders in diplomatieke termen.

De NKIR luidt op die manier de stilte voor de storm in. Komend seizoen zijn de Olympische nominaties te verdelen op het wereldkampioenschap in het Sloveense Bled. De Nederlandse ploeg moet er dan staan wil het voorkomen dat eeuwig en altijd de Olympische kwalificatietoernooien moeten worden afgelopen. Een trendbreuk zou een mooie opsteker zijn, en daarvoor moet het flink gaan stormen in roeiend Nederland. De laatste race van de dag was gisteren dan ook treffend. Vlak voor de start van de derde heat in het veld van de zware eerstejaars achten werd het op verzoek van de kamprechter muisstil. Toen het startsein gegeven was, barstte de storm los.

De uitslagen van de NKIR zijn terug te vinden op de website van de organisatie