Dames vier overleeft als beste

Archief

Overleven. Zo noemde Chantal Achterberg de eerste 1500 meter van de race. Een beter woord is waarschijnlijk niet te bedenken. Waar de wedstrijden op dag 1 van de wereldkampioenschappen nog werden afgelast vanwege de zware wind, moesten de ploegen vrijdagmiddag gewoon hun races varen. Voor de niet-Olympische vrouwen vier-zonder – met aan boord Femke Dekker, Nienke Kingma, Carline Bouw en Chantal Achterberg – pakte het goed uit dat ze in baan 2 over het Karapiro-meer schoven. De favoriet geachte Nederlandse ploeg had daar van alle ploegen het minste last van de wind en besliste de wedstrijd in de laatste 500 meter: goud.

Gelijk na de race leek Femke Dekker het eigenlijk nog niet te geloven. Dat ze haar wereldtitel geprolongeerd had misschien wel, maar dat de wedstrijd in deze omstandigheden gevaren moest worden was ‘echt niet normaal’. De Nederlandse vier-zonder kwam in het eerste deel van de race op achterstand en voer zelfs een tijdje op de derde plek, overduidelijk moeite hebbend met de wind en de golven. De sterk gestarte Australische ploeg zakte in het tweede kwart langzaam terug, had vervolgens een flinke mishaal en ook de Amerikaanse ploeg kwam niet geheel snoekloos de eerste kilometer door. De Nederlandse dames hielden zich aan het Zeeuwse credo ‘luctor et emergo’ door flink te worstelen en uiteindelijk zegevierend boven te komen.

Minder voortvarend ging het bij Jaap Schouten. De lichtgewicht skiffeur had een pittige halve finale, maar dat de roeier van het Leidse Njord er met zo’n verschil af ging had niemand verwacht. De complete tribune was nog meer verrast om te constateren dat ook wereldkampioen Duncan Grant (NZL) zich in dezelfde halve finale ook niet wist te kwalificeren. Toen de ene na de andere ploeg in baan 1 en 2 vooraan eindigde terwijl de ploegen in baan 5 en 6 meestal niet verder kwam dan een derde plaats, was duidelijk dat het weer niet langer een excuus maar ook een reden was. Schouten zelf bleef er relatief nuchter over. Hij leek zich al tijdens de race te realiseren dat het een vrijwel onmogelijk taak zou zijn om zich in deze omstandigheden te plaatsen voor de finale. Uiteindelijk kwam de skiffeur als vijfde over de streep en moet hij zondagochtend de B-finale roeien. Vooraf had hij waarschijnlijk niet verwacht zijn aartsrivaal Grant in de kleine finale te treffen.

Het missen van de LM1x-finale van Grant was niet eens de grootste verrassing op deze eerste finaledag. De Britse zware vier-zonder, de grote favoriet voor de titel, moest vanuit baan 4 lijdzaam toezien hoe Frankrijk (baan 1), Griekenland (baan 2) en in de laatste 100 meter ook Nieuw-Zeeland (baan 3) aan hen voorbij stoomden. De Fransen waren buiten zichzelf van vreugde met hun eerste plaats. Op de perstribune vroegen de Franse journalisten zich hardop af of de roeiers het goud wel alleen aan zichzelf hadden te danken. Overigens waren er natuurlijk ook uitzonderingen: de Nieuw-Zeelandse lichte dubbeltwee met Storm Uru en Peter Taylor knokten zich op hun tandvlees langs Canada en wonnen brons. Ook de Griekse lichte dames moesten vanuit baan 5 alles uit de kast halen, maar meer dan een bronzen medaille zat er voor de favoriete Grieken niet in.

De komende twee dagen heeft Nederland nog kansen om het aantal medailles te verveelvoudigen. De lichte vier-zonder moet zaterdag om 14:48 (02:48 GMT+1) hun race varen. De vrouwenacht en mannenacht komen zondag in actie, respectievelijk om 15:18 en 15:38 (03:18 GMT+1 en 03:38 GMT+1).


Roei.tv: