We schrijven eind november 2009. Een zaterdagochtend, 11 uur, in het Gelderse Oosterbeek. Vier kleine stuurvrouwen zitten gezamenlijk rond de koffietafel, die gevuld is met broodjes, een dampende pot koffie en een schaal met koekjes. Jissy Clevering, Martijntje Quik, gastvrouwe Ester Workel en Anne Schellekens hebben onderling al geanimeerde gesprekken terwijl ze wachten op de vijfde gast. Maar waar is toch die redacteur van NLroei die de afspraak had bedacht? Die is nog thuis in Leiden, in de volste overtuiging dat de afspraak niet op zaterdag, maar op zondag staat. Een gemiste kans. Het gebeurt namelijk niet vaak dat je vier ervaren stuurvrouwen en vijf Olympische cycli bij elkaar brengt om over het sturen te praten. Vier (beloofde) flessen wijn, een aantal telefoontjes en vooral ook maanden later dan toch nog hun verhaal. Tweede deel van een tweeluik over sturen op hoog niveau.
Clevering, Quik, Workel en Schellekens zijn niet voor iedereen bekende namen in de roeiwereld. De oudere generatie kent Clevering en Quik, de wat jongere roeiers zullen misschien wat herkenbaarder knikken als het om Workel en Schellekens gaat. Ze hebben allemaal wat gemeen: ze zaten aan het roer van het enige gestuurde vrouwennummer dat Olympisch is. Schellekens, de huidige stuur van de Nederlandse dames-acht, is de enige zonder Olympische ervaring. Of dat er in Londen 2012 van komt is gezien de onvoorspelbaarheid van het roeien in Nederland koffiedik kijken, maar dat de Triton-stuurvrouw en voormalig geschiedenis-studente het goed doet moge duidelijk zijn. Schellekens kwam in 2005 aan in Utrecht en wilde na een bestuursjaar bij de corporale Utrechtse Studenten Roeivereniging het sturen op niveau wel eens proberen. Door haar deelname aan het development-project in 2008 begon het balletje langzaam te rollen. Toch werd Schellekens pas vlak voor de wereldbekerwedstrijd in Luzern gevraagd om in de boot plaats te nemen. Er was wel sprake van selectie, vertelt ze desgevraagd zelf, maar er was niet echt tijd voor om dat goed af te ronden. Ik deed het op dat moment naar tevredenheid, dus ik mocht in de boot blijven.
De wereldbekerontmoeting in Zwitserland en het optreden op het WK leverden de vrouwen-acht, en dus ook Schellekens, een bronzen medaille op. Een goed resultaat, zeker gezien het feit dat er een nieuwe groep was opgestaan. Van de oude bekenden waren in 2009 alleen nog Femke Dekker en Nienke Kingma over. Dit jaar komt daar wellicht Annemiek de Haan bij. De rest van de groep, met benjamin Claudia Belderbos voorop, is nieuw talent. Dat betekent dat de selectie van bondscoach Susannah Chayes nog lang niet afgerond is het vervelende aan een jonge groep met talenten is immers dat er vrijwel continue van onderaf aan de deur wordt gemorreld. Ook voor de stuurpositie is nog lang niet alles zeker. Volgens mij is het nog steeds de bedoeling om te kijken welk stuurtje het beste is, legt Schellekens uit. Wat daarbij belangrijk is? Ik probeer altijd gewoon te doen wat voor mij goed voelt en mezelf te verbeteren. Dat lijkt tot nog toe te werken.
Waar het in het gesprek bij de mannen Duyster, Van Ooijen, Van den Bovenkamp en Wiersum voornamelijk om het technische aspect van het sturen ging, hebben de vrouwen het veel meer over het sociale aspect gehad. De vier dames zijn het er unaniem over eens dat het buiten de boot sturen van wezenlijk belang is. Schellekens legt uit. Vlak voor het WK hadden we een simpele positiewisseling in de ploeg. Toch kan dat voor twijfels zorgen bij een roeister. Ik heb op dat moment geprobeerd om zoveel mogelijk twijfels weg te nemen en ervoor te zorgen dat iedereen dezelfde kant op bleef kijken.
Quik vertelt haar ervaringen hierover. In 2000 hadden we een hele hechte ploeg. Als stuur ging ik bijvoorbeeld vaak trainen met de geblesseerde roeisters die dan op de fiets zaten. En we dronken werkelijk li-ters koffie samen. Het klinkt een beetje triviaal, maar ik denk dat je toch op die manier essentiële dingen met elkaar bespreekt. Bewust of onbewust. Quik zegt in haar dagelijks leven het gevoel te missen om ergens samen naar toe te werken, als ploeg. De periode van het trainingskamp naar het WK vind ik het allermooiste. Niks aan je hoofd, alleen roeien. Samen in een flow zitten. Ik mis dat nu soms in mijn solistische bestaan als huisarts, dat teamgevoel.
De zilveren plak in Sydney was voor de vrouwenacht van Quik een kroon op het werk. Na het WK in St. Catherines in 1999, waar de acht vierde werd, konden ze zich in alle rust voorbereiden op de Spelen onder leiding van bondscoach René Mijnders. Ik heb ontzettend genoten van die tijd, herinnert Quik zich. Onze zilveren medaille smaakte ook naar meer. Tot en met Beijing heb ik zitten denken aan een comeback. Je wilt immers nog een stapje omhoog. En na één keer goud komt ongetwijfeld de drang naar nog meer goud. Nog lang is het daarom blijven kriebelen, maar na 2008 was het idee van een comeback wel voorbij.
Of Quik uiteindelijk de stuurplek had kunnen veroveren voor Beijing is moeilijk te zeggen. Al sinds 2001 was Ester Workel vaste waarde voor het vrouwensturen in Nederland. In 2004 resulteerde dat in een vrij onverwachte bronzen medaille in Athene, en vier jaar later na een meer gestructureerde voorbereiding van twee jaar tot een tweede plaats. Ik heb mezelf echt wel gezien als een belemmering voor stuurtjes om op hoog niveau te opereren, zegt Workel. Er is wel wat geëxperimenteerd hier en daar, maar ik was eigenlijk gewoon de vaste stuur. Dat moet moeilijk zijn geweest voor stuurvrouwen met ambitie. De lange zit van Workel was ook voor haar zelf af en toe moeilijk. Nu kan ze lachen om het kunst- en vliegwerk dat ze soms moest uithalen om 50 kilo te wegen, maar toen was het andere koek. Ach, zegt ze zelf. Het hoorde er bij. Blij als ze is dat die aspecten van het sturen niet meer tot haar dagelijkse leven horen hoopt ze nog wel ergens actief te kunnen zijn in het roeiwereldje. Zeker voor de stuurtjes.
Als het maar geen boetedoening is voor het feit dat ze acht jaar lang de stuurtouwtjes bezet hield in de top van het Nederlands damesroeien. Dat zou onterecht zijn aangezien Workel simpelweg een van de beste stuurvrouwen was die de afgelopen jaren heeft rondgelopen in Nederland. Dat lijkt Quik ook te willen zeggen. Ik heb de indruk dat er genoeg aandacht is voor concurrentie als het op de stuurpositie aankomt. Ikzelf wilde nooit om willekeurige redenen op die plek zitten. Ik wilde degene zijn die daar het beste was, die de ploeg het hardste kon laten gaan. Quik, vroeger stuur voor de A.S.R. Nereus, lijkt ook te impliceren dat het een kwestie is van doorzetten. En dan is het mooi als je aan je directe omgeving kunt uitleggen waarom je het nu eigenlijk doet. Ik weet nog dat ik een stukje las in Sports International over Jissy, lacht Quik. Toen kon ik aan iedereen om me heen uitleggen waar ik het voor deed.
Het verhaal van de vrouwenacht op de Olympische Spelen van 1996 is een verhaal van veel potentie dat er niet direct uitkwam. Stuurvrouwe Jissy Clevering (toen Jissy de Wolf) zat dat jaar in een draaimolen. Veel wissels, goede prestaties zoals op de internationale wedstrijden in Keulen, waar de acht twee keer tweede werd die werden afgewisseld met dieptepunten, en een draaikont als coach. Een zesde plaats in Atlanta was uiteindelijk het hoogst haalbare. Korzeniowski trok uiteindelijk het boetekleed aan en zei dat het kwam door zijn afwezigheid als gevolg van een rugblessure. Clevering, in haar studententijd lid van Gyas, zegde het roeien vaarwel en ging wonen op een schitterende boerderij in Groningen. En toch kriebelt het. Voor een ochtend en een halve middag gezelligheid en praten over sturen rijdt ze graag van Groningen naar Oosterbeek.
Clevering heeft net als de andere twee een flinke dosis ervaring als het op het sturen aankomt. Olympische know-how, een Fingerspitzengefühl dat je krijgt van het vele werken met topatleten. Ervaring die Schellekens wel kan en vooral ook wil gebruiken. Het is wel weer tijd voor goud, toch? zegt de stuurvrouw van Triton met een knipoog.
Kijk hier voor het eerste deel van het tweeluik. Een interview met stuurmannen Jeroen Duyster, Merijn van Oijen, Niels v/d Bovenkamp en Peter Wiersum.



