Van roeien een wetenschap maken

Archief

Sinds kort hebben we er officieel één. Donderdag 12 februari 2010 promoveerde Mathijs Hofmijster aan de Vrije Universiteit (VU) in de bewegingswetenschappen. Het onderwerp? Roeien. Globaal gezien komt het daar in ieder geval wel op neer, en dat betekent dat de voormalig roeier van Okeanos de eerste officiële roeiwetenschapper is in Nederland. Hofmijster is al enige jaren bezig met onderzoek naar kracht, mechanica en energie binnen de roeibeweging en de implementatie van verbeteringen daarbinnen. Nu de Nederlandse roeibond op topniveau steeds meer aan het professionaliseren is lijkt de tijd rijp voor een gesprek met ‘roeidoctor’ Hofmijster. NLroei ging op onderzoek in de wereld van de getallen, ingewikkelde grafiekjes en vooral de weg naar het hogere, het snellere en het sterkere.

Het is vrijdag rond het middaguur als Hofmijster de telefoon opneemt. Hij staat net een eitje te bakken. Begrijpelijk. De avond ervoor vierde hij tot laat zijn promoveren. Hoe dat was? “Je nodigt een aantal experts op je vakgebied uit. In mijn geval waren dat onder meer een wetenschapper in de hydrodynamica uit Nantes, Frankrijk, en een Noors-Amerikaanse fysioloog. Die legden het vuur flink aan mijn schenen, maar het ging allemaal prima”, vertelt Hofmijster. Om de wijze buitenlandse heren niet alleen voor de promotie naar Nederland te halen organiseerde de promovendus een dag voor de plechtigheid een symposium. Daar kwamen hele interessante verhalen uit. Hofmijster: “Een erg boeiende gedachte kwam van Stephen Seiler, de Noors-Amerikaanse fysioloog. Die zei dat het eigenlijk gek is dat maar een klein percentage van de trainingen die topatleten draaien op wedstrijdniveau wordt afgewerkt. In zekere zin is dat moeilijk te verklaren, terwijl we toch merken dat het geen ongunstig effect heeft. Een verklaring binnen het roeien was volgens Seiler dat de energie-input per haal binnen de roeihaal in hoge en lage intensiteit bijna identiek is.”

Voor de roei-leek klinken dit soort verhalen als abracadabra. Voor een topcoach juist niet: over de hele wereld zoeken topsportbegeleiders naar wetenschappelijke onderbouwing voor hun vermoedens. Hoe pakt dit trainingsschema uit? Waarom gaat deze bootvorm sneller dan de andere? En wat is het voordeel van een smoothie ten opzichte van een macon-blad? Daarom is het ook van belang dat er niet alleen theorie is, maar ook toepassing. De ideeën van bijvoorbeeld Hofmijster, over de vergroting van de efficiëntie in de roeihaal, zijn op zichzelf leuk, maar als ze niet te realiseren zijn komen de roeiers er op de Olympische Spelen niet verder mee.
Vandaar ook dat Hofmijster het stiekem jammer vindt dat de Nederlandse roeibond zijn SuperSeat, een bankje met klittenbandzitting, niet durfde te gebruiken bij de Olympische Spelen. “In experimenten hebben we aangetoond dat roeiers er echt profijt van kunnen hebben. Ik begrijp de KNRB wel dat ze het om veiligheidsredenen niet aandurfden, maar ergens is het wel jammer. Zeker op een ergometer kan je op 1.000 meter al een seconde winnen”, geeft Hofmijster aan. “Of we het concept ook aan andere landen kunnen verkopen? We hadden met de KNRB een overeenkomst tot en met de Olympische Spelen van Beijing. Wat dat betreft kunnen we gaan en staan waar we willen.”
De Nederlandse roeiers hoeven zich echter geen zorgen te maken te maken dat buitenlandse concurrenten opeens Nederlandse uitvindingen gebruiken en daar profijt van hebben. De komende tijd wil Hofmijster zich namelijk richten op het verbeteren van testapparatuur, in samenwerking met technisch directeur annex bondscoach René Mijnders. “Je wil gewoon zoveel mogelijk gegevens hebben. Het is vreemd dat je op een ergometer op de seconde, of op de watt nauwkeurig bezig bent, maar op het water nauwelijks tot geen feedback hebt. Een hartslagmeter, hooguit. Daar probeer ik een oplossing voor te vinden, zonder dat de meetapparatuur een belemmering vormt.” Om dat te kunnen testen hoopt Hofmijster op een groep roeiers waar hij langere tijd mee kan werken. De financiering van dit project is nog niet helemaal rond, maar men is wel in een vergevorderd stadium met innosportNL.

De stap van een innovatie als de SuperSeat naar bijvoorbeeld een klapschaats is snel gemaakt. Toch gaat die vergelijking niet helemaal op. “Bij de klapschaats waren de verschillen echt enorm”, zegt Hofmijster. “Ik denk dat het bij een ontwikkeling binnen de roeisport meer marginaal effect heeft, secondenwerk. Het nadeel van roeien is dat bijvoorbeeld de weersomstandigheden meespelen waardoor verbeteringen in prestatie moeilijker op te merken zijn; schaatsen heeft daar minder last van.” Aan de andere kant, een seconde kan het verschil zijn tussen goud, en helemaal niets.
Ziet de nieuwbakken roeiwetenschapper veel mogelijkheden? “Zeker”, zegt Hofmijster overtuigend. “Die Franse wetenschapper, bijvoorbeeld, is heel ver in de gegevensanalyse van de beweging van een roeiblad onder water. Als je die data tegenover de fysiologie van roeiers kan zetten, kan je een ideale bladvorm bedenken. Zelfs voor individuele roeiers. Maar dat is allemaal toekomstmuziek, hoor. Het duurt nog even voor we daar zijn.” Als de roeigerelateerde innovaties van Hofmijster er voor zorgen dat Nederland nog meer goud gaat winnen op wereldkampioenschappen en Olympische Spelen gaat die toekomstmuziek toch verdacht veel lijken op het Wilhelmus.