Goud was het doel toen zij weer samen in de boot stapten. In driekwart jaar moest het hoogste olympische goed worden gerealiseerd. Pal voor de afronding in Peking bleken Kirsten van der Kolk en Marit van Eupen op medaillekoers te liggen. Op het Meer van Shunyi voeren zij in elk geval een gouden voorwedstrijd. Bij lichte meewind versloegen zij Amber Halliday en Marguerite Houston uit Australië in de beste tijd uit alle series: 6.50,90. Halliday en Houston grepen vorig jaar in München de wereldtitel. De winnende tijd van Oranje lag 1,13 seconde boven het wereldrecord dat de Chinese roeisters Dongxiang Xu en Jemin Yan in 2006 bij de World Cup in Poznan vestigden.
Marit van Eupen had het wereldrecord graag overgenomen, verklaarde zij tegenover ANP-verslaggever Tim Senden. ,,De omstandigheden waren uitstekend om mooie halen te halen. Coach Josy Verdonkschot maalde er niet om. ,,In voorwedstrijden is niets te verdienen.
In totaal plaatsen drie keer twee ploegen zich voor de halve finales. In de eerste reeks won Nederland in 6.50,90 voor Halliday/Houston (Australië) in 6.53,23. In de tweede waren Berit Carow en Marie-Louise Draeger eerste in 6.51,96 voor Duitsland tegen Melanie Kok en Tracy Cameron in 6.54,07 voor Canada. De derde en laatste serie was voor Dongxiang Xu en Hua Yu in 6.57,58 voor China tegen Katrin Olsen en Juliane Rasmussen in 6.58,63 voor Denemarken.
Toen de lichte dubbeltweeën roeiden waren de omstandigheden nog uitstekend. Later sloeg het weer om. Voor de achten hun voorwedstrijd gingen roeien kwam er onweer opzetten en moest de roeiregatta worden afgebroken. De achten moesten van het water en kregen te horen dat zij maandag moeten terugkomen voor hun heats.
De lichte vier-zonder kwam nog wel in actie. Gerard van der Linden, Marshal Goldschalk, Ivo Snijders en Paul Drewes raakten met 5.57,54 achterop bij China 5.51,30, Groot-Brittannië 5.52,38 en Australië 5.55,18. De vierde plaats betekende een terugkeer in de herkansingen. In de race met vijf boten (Egypte speelde geen rol) waarin drie plaatsen voor de halve finale te verdienen waren, leken de kansen op een medaille voor het Nederlandse kwartet ver weg. In de beide andere voorwedstrijden roeiden Denemarken 5.50,12 en Duitsland 5.50,16 het snelst.




