Een toprace varen, de Britten verslaan en dan toch weer brons. De Holland4 roeide op de olympische baan te Oberschleissheim bij München een fantastische WK-finale. Tot 1750 meter lagen Geert Cirkel, Matthijs Vellenga, Jan-Willem Gabriels en Gijs Vermeulen aan de leiding. Toen kwam de eindsprint van de Nieuw-Zeelanders Carl Meyer, James Dallinger, Eric Murray en Hamish Bond in baan 3 naast hen, die was hen te machtig. Helemaal aan de buitenkant op de baanvoordelige boei 6 klauwde de Italiaanse vier (Carlo Mornati, Alessio Sartori, Niccollo Mornati, Lorenzo Garboncini) naar het zilver. Tweevoudige titelverdediger Groot-Brittannië schoof als vierde over de bubbeltjeslijn. Hun neergang liet zich in de halve finale al aanzien. Alex Partridge, lang afwezig door een blessure, kreeg de laatste meters van de halve finale kramp en roeide niet meer mee.
Wéér brons. ‘Het is even slikken’, zei Cirkel, ‘je krijgt niets cadeau. Brons is geen schande. Wij hebben een topseizoen. Tot de laatste 300 meter was het geweldige race.’
‘Een goede race’, vond Gijs Vermeulen, ‘we hebben keihard aangevallen. Op het einde misten we net iets meer piekvermogen.’
Vermeulen was verbaasd over de Italianen. Hij had ze niet zien komen, want ‘op het laatste stuk kijk je niet meer naar de anderen.’ De ‘Ito’s’ profiteerden van het boeivoordeel op 6 aan de buitenkant. De meewind stond schuin over de olympische waterpiste in Oberschleissheim. Kort voor de finale van de vier-zonder profiteerde de Tsjechische skiffeur van de omstandigheden met zilver achter de drievoudige wereldkampioen Mahe Drysdale uit Nieuw-Zeeland en bleef hij olympisch kampioen Olaf Tufte uit Noorwegen voor.
‘Zuur’, vond Matthijs Vellenga de uitkomst van de finale. ‘Wij zijn de snelste boot op de baan. De klasse hebben we meer dan ooit geëxploiteerd. Alleen het slot, die angel moeten we er nog uit trekken.’ ‘We konden niet harder’, was het commentaar van Jan Willem Gabriëls. ‘Niets aan te doen. Als je de Britten verslaat, verwacht je niet derde te worden. Boeiverschil was er misschien, maar roeien is nu eenmaal een buitensport.’
De Holland4 stond drie keer achter elkaar op het podium van de WK. In dezelfde samenstelling. Op zich is dat al een unieke prestatie. De vier roeiers waren niet gebroken dat de wereldtitel hen was ontglipt. Ook Mark Emke vond het op zich niet zo’n ramp. ‘Klasse hoor, deze medaille’, vond de coach. ‘Italië had mazzel. Dat de Kiwi’s op het einde zouden komen, wisten we ook. Misschien hadden we iets verder weg moeten. Er komt nog één belangrijke wedstrijd, in Peking, dan met de ploeg helemaal top zijn.’
Met de zekerheid dat hij zijn debuut gaat maken op de Olympische Spelen, verliet Sjoerd Hamburger München om met de eerste gelegenheid naar Peking te vliegen. De 24-jarige skiffeur wil gedurende een kleine week de olympische regattabaan verkennen. ‘Belangrijk om te weten wat mij daar volgende jaar te wachten staat’, zei hij. Na de verkenning van Peking gaat Hamburger op vakantie naar Zambia. ‘Met een aantal Britse WK-roeiers ga ik beetje roeien in een acht tot meerdere eer en glorie van de Zambiaanse sport. Voor de rest zal het wel bier drinken worden.’
De B-finale had hij behoorlijk defensief gevaren. Lange halen in een goed ritme. ‘Heel bewust wilde ik beter roeien dan in de halve finale. Tempo 30, wat mij goed ligt. Zonder risico de klus geklaard.’
Hamburger hoefde in de B-finale slechts één roeier te verslaan voor het ticket naar Peking. De 17-jarige Bulgaar Aleksandar Aleksandrov was de pineut tegenover de vijf olympiërs. Hamburger bleef met 6.59,76 op de vierde plaats ook de Australiër Peter Hardcastle voor. De troostfinale kwam op naam van de Belg Tim Maeyens in 6.54,99 met de Argentijn Santiago Fernandez in 6.56,96 als tweede en de Zwitser Andre Vonarburg in 6.58,29 op de derde positie. ‘Het was heel raar, zo’n WK met de olympische kwalificaties. Een ongelooflijk aparte vipe. De kwartinales mocht ik niet verknallen omdat ik me dan niet voor Peking kon plaatsen. De halve finale ging ongemakkelijk en bleef er nog een wedstrijd over waarin het niet mis mocht gaan.’
Nienke Kingma en Helen Tanger kwamen in de twee-zonder-stuurvrouw één plaats tekort voor de olympische kwalificatie; derde achter de Amerikaansen Portia McGee/Anna Mickelson en de Canadesen Darcy Marquardt/Jane Rumball, vorig jaar nog de wereldkampioenes. Kingma/Tanger voer de beste race van hun toernooi. Wil Oranje ook een twee in Peking resteert nog de laatste kans in Luzern.
Tanger zei zeker te weten dat zij volgend jaar weer in de acht zal roeien. ‘We gaan ons dan ook plaatsen voor Peking. In 2004 hebben we het voor Athene gedaan en volgend seizoen zullen we het weer doen.’ Dit jaar was Tanger voor de acht uitgeselecteerd. ‘Logisch’, vond zij, ‘want ik was nog niet goed genoeg na twee jaar coschappen. Nu ben ik weer een jaar verder en kom ik weer op mijn oude niveau.’
Nienke Kingma was eveneens een blije roeister. ‘Ik geloof dat ik kans heb op een plaats in de acht van volgend jaar. Ik heb dit seizoen in de twee veel ervaring erbij gekregen.’


