VARESE – Bijna kon de Nederlandse jongens-acht op zondag het succes van de eerste dag tijdens de Coupe de la Jeunesse in Varese herhalen. Dit keer waren de Spanjaarden net te sterk en wonnen het goud voor Nederland. Een dag eerder waren de rollen nog omgekeerd toen Spanje het zilver won en Nederland goud. De tweede dag van de Coupe de la Jeunesse leverde Nederland geen tweede gouden medaille op. Naast de zilveren medaille van de jongens-acht, herhaalde Sara Papinau Salm en Annick Tasselaar in de dubbeltwee hun prestatie van de vorige dag en pakten opnieuw het brons opnieuw achter de Belgen die de titel prolongeerden en Spanje dat een dag eerder nog als vierde was gefinisht.
De hitte en mogelijk de lichte tegenwind op de tweede dag leek de Nederlandse ploegen parten te spelen waardoor de successen iets minder waren dan zaterdag. Bondscoach Rob Robbers was een tevreden man met totaal zes medailles tijdens het toernooi. “Dit was wat ik ook wel verwacht had. Een aantal velden zijn in de breedte wel erg sterk”, aldus Robbers.
De meisjes-dubbelvier die op zaterdag nog zilver won kon deze prestatie op zondag niet herhalen. Tot vlak voor de finish leek brons voor hen bestemd, maar in de eindsprint werden zij voorbij gevaren door Frankrijk. Het goud en zilver ging respectievelijk naar Groot BrittanniÎ en Ierland.
In de skiff zette Lisa Wörner de eindsprint te laat in miste daardoor de A-finale. De B-finale won zij onbedreigd van Spanje en Zwitersland. Bij de jongens skiff presteerde Allard van den Hoven consequent met op beide dagen de vijfde plaats. Op zaterdag was het verschil tussen Van den Hoven met de nummer vier, de Portugees Santos, slechts 0,5 seconde. Op zondag verraste Santos iedereen door als eerste te finishen. Het zilver ging naar Frankrijk en Groot Brittannië won brons.
Folkert Kool en Freek Robbers bereikten zondag wel de A-finale, maar bliezen zich op tijdens de eerste 1000 meter en eindigden eveneens op de vijfde plaats achter ItaliÎ, Polen, Groot Brittannië en Hongarije. De teleurstelling van de jongens dubbelvier (Elmer van Ewijk, Shahriyar Pruiskens, Tim van der Vendel en Martijn Kost) was groot toen zij zondag opnieuw de finale misten. Een dag eerder hadden zij aangetoond dat ze ‘te groot’ waren voor de B-finale die met ruim verschil gewonnen werd. Opnieuw werd de A-finale gemist met een tijd die in de andere voorwedstrijd goed was voor de finaleplaats. In de B-finale was de Nederlandse boot opnieuw te sterk voor de andere landen.


