Chillen aan de Schie heet het openingsartikel van maandblad Roeien in juni. “Er is geen enkele andere studentenroeivereniging die vanaf haar stichting tot nu zo continu grote lustrumwedstrijden heeft neergezet als het Delftse Laga. Het opbouwen van zon groots lustrumwedstrijdterrein zit de Delftse fietsenmakers natuurlijk in het bloed”, schrijft Jan Willem Landman in het openingsartikel van Roeien nummer 739. “Maar desondanks verdient die inzet grote bewondering. Vrijwel onopgemerkt heeft zich binnen Laga de afgelopen vijf jaar een grote verandering voorgedaan: de corpsvereniging is opengegaan voor niet-corpsleden.”
Verder in Roeien
|
Laga liep met haar rug naar de toekomst, zo kenschetste het kersverse erelid van Laga, Christian van Boetselaer, de situatie waarin de oudste Delftse studentenvereniging zich enige jaren geledenbevond. De slag van de winnende Oude Vier 1990 vertelde dat ook binnen Oud-Laga men zich toch enige zorgen had gemaakt over de continuïteit in de vereniging.
Vroeger behoorde wedstrijdroeien toch heel duidelijk tot de belangrijkste onderdelenvan de corpscultuur in Nederland, maar dat is blijkbaar sterk veranderd, zo kenschetst Van Boetselaer de situatie als president Oud Laga. Als Laga op deze wijze was voortgegaan, was het duidelijk, dat de vereniging langzamerhand dood zou bloeden, in ieder geval een uiterst marginaal bestaan was gaan leiden.Hij geeft toe dat het, overigens als laatste corporale roeivereniging, opengaan van Laga binnen de oud-ledenvereniging aanleiding heeft gegeven tot enige discussie, maar het was mijns inziens hard nodig, dat Laga met een gezonde instelling en ontlast van een blijkbaar niet meer in deze tijd passende binding, verder kon gaan.
Ondanks die gedaantewisseling van deze naar de (overigens alleen in de Delftse mythologie voorkomende) godin met de drie borsten genoemde vereniging, was men erin geslaagd een groots lustrumterrein neer te zetten. Voorts was Laga weer terug naar de oude stek: tussen Rijswijk en Delft in plaats van tussen Delft en Rotterdam. En: uiteraard aan de Schie, diemevenwel ter plekke zo smal is, dat er wel ruimte is voor een twee ploegenbaan, maar daarnaast niet voor een op- en/of uitroeibaan. Dat betekende, dat de wedstrijden in blokken werden gevaren. Steeds moesten alle ploegen, die in een bepaald blok moesten roeien, voor het begin van het blok voorbij de startlijn zijn. Vervolgens werd dan een heel blok weg gestart, waarna er weer pauze was, die benut kon worden als scheepvaartpauze en tegelijkertijd de mogelijkheid bood aan de ploegen voor het volgende blok om op te roeien naar de start. Evenals vijf jaar geleden was gekozen voor een systeem met meefietsende baancommissarissen en één kamprechter op de finish.
Laga was met betrekking tot het weer op haar lustrumviering dit jaar zeer gelukkig. Ook de finish van de Ringvaartregatta (zie elders in dit blad) lag bij het lustrumterrein. En derhalve werd het lustrumterrein op de woensdag voor de wedstrijden bezocht door vele duizenden toeschouwers en roeiers en had daarmee al een zware test doorstaan. Het kon niet anders of ook de nodige humor kwam in de organisatie terug. Zo vond de weging der lichte roeiers niet op de traditionele wijze plaats. In plaats daarvan had men een grote wip gemaakt, waarop roeiers aan de ene zijde werden geplaatst en werden afgewogen tegen een andere lichte roeier. Men ging er eigenlijk overigens van uit, dat als iemand zei dat hij licht was, het ook was.
Het aantal inschrijvingen was niet heel erg groot, maar net voldoende om de tweeploegenbaan twee dagen lang redelijk bezet te houden. Heel veel meer had de baan, mede in verband met het ontbreken van de oproeibaan, niet kunnen hebben. Opvallend was, evenals vorig jaar op het Tritonlustrum, de grote belangstelling van Nereuszijde. Zulks onder de bezielende leiding van Diederik Simon, die nog eens benadrukte, dat dit soort Henley-achtige op het knock-outsysteem gebaseerde wedstrijden toch een bijzondere charme hebben en ook een bijzondere tactiek vereisen. Eigenlijk zou er ieder jaar een KNSRB-vereniging moeten zijn die zon wedstrijd organiseerde. Het winnen van een wedstrijd als deze, vereist ook een specifieke mentaliteit, het is toch heel wat anders, wanneer je echt direct het gevecht met één ploeg die naast je ligt, aangaat, aldus de veelvoudig olympisch medaillist en zelf winnaar van de Grand Challenge Cup in Henley.
In de baan zat kort na de start een kleine bocht. Daarin lag evenwel geen boei, zodat men in principe althans de baan mocht verlaten. Al spoedig hadden enkele ploegen door dat, wanneer men in de baan met de buitenbocht startte, het loonde door een bliksemstart snel een zon grote voorsprong op de andere ploeg te creëren, dat daardoor de baan kon worden bekort. De bocht lag echter zo dicht achter de start, dat dit meestal niet lukte en eerder aanleiding gaf tot botsingen. Met name zoontje Abel Göbel, uitkomend als skiffeur voor Skadi, probeerde daar tactisch gebruik van te maken, hetgeen hem evenwel een aantal malen bezuurde.
Zondag was de meest sfeervolle van de twee wedstrijddagen. In de tenten was een vergadering van Oud-Laga belegd, die zeer veel ex-Delftse roeiers mede had geïnspireerd de gang naar het lustrumterrein te maken. Daar werd voor Lagas roem en voorspoed nog een aantal boten gedoopt, onder andere tot zijn grote verrassing vernoemd naar kersvers erelid Van Boetselaer. Een live bandje zorgde op het lustrumterrein de hele middag voor een lounge-achtige sfeer. Dat samen met een heerlijk voorjaarszonnetje en vele goede, elkaar waarschijnlijk voor het eerst sinds jaren weer ontmoetende oud-roeiers zorgde voor een uiterst plezierige en ontspannen sfeer op het wedstrijdterrein.
Bij het Laga-lustrum zijn traditioneel twee hoofdnummers. Voor het hoofdnummer voor de dames, dit jaar de gestuurde twee, wordt aan Hare Majesteit de Koningin gevraagd een medaille ter beschikking te stellen. Ook dit jaar had zij daarop positief gereageerd. In de halve finale van dit tot koninginnenummer gedoopte veld, had, geheel passend bij de sfeer van de wedstrijden, finalist Triton dan ook kroontjes in het haar. Maar dat koninklijke randje rond deze halve finale inspireerde de dames van de enige koninklijke studentenvereniging, Njord, dusdanig, dat zij zich door dit uiterlijk vertoon van de Utrechtse dames niet van de overwinning lieten houden.
Oud-Laga had voor het hoofdnummer, steeds de Oude Acht, wederom gouden blikken ter beschikking gesteld. De voorwedstrijden voor dit nummer waren verdeeld over de zaterdag en de zondag. De op dit soort lustra altijd hooggestelde verwachtingen van de organiserende vereniging werden op de eerste wedstrijddag niet teleurgesteld. In een werkelijk fantastische heat tussen Aegir en Laga was de winnaar tot het laatste moment onzeker. Beide ploegen gaven elkaar geen centimeter en lagen om en om voor en/of achter. Pas met de finishlijn in zicht zweepte Lagas slag, Serge Rodriguez Lopez zijn acht, voor een goeddeels met pas tweedejaars roeiers gevuld, tot grote hoogte op. En tot uiteraard groot genoegen van het thuispubliek was de winst voor Delft.
Op zondag wist diezelfde acht echter Triton niet van een finaleplaats af te houden. Via het andere kerstboompje plaatste Nereus zich via een overwinning op Njord voor de eindstrijd. Net als op de Varsity waarin de voorwedstrijden slechts over 2000 meter gaan, is ook alleen de finale in het hoofdnummer verlengd tot 3000 Delftse meters. De finale was het slotstuk van de wedstrijden. De start lag ter hoogte van de zo met Delft verbonden fabriek van Calvé. In de baan lagen daardoor twee bochten. Triton had de baan met de buitenbocht, Nereus de binnenbocht. Beide ploegen kwamen goed uit de start en leken elkaar niet veel toe te geven. Maar eigenlijk al na een paar honderd meter nam Nereus een voorsprong. Triton gaf zich niet gewonnen en vocht terug met name met een aantal zinderende sprints. Daarmee bedreigde het in de eerste helft van de strijd Nereus nog wel enigszins, maar slaagde er niet in de Amsterdammers van de eerste positie te verdrijven. Met nog ongeveer duizend meter te gaan hadden de Amsterdammers zon voorsprong opgebouwd, dat de zege onafwendbaar was. Gevolgd door de -na een stijlvolle première bij de Varsity- met zon dertig oud-Lagaaiers met de finale meevarende eresloep van De Maas was dit het slotakkoord van een succesvol lustrum.
‘Roeien’ bestaat sinds 1939 en is een onafhankelijk orgaan van de KNRB met een eigen redactie. De redactie bestaat momenteel uit zes leden en wordt tevens gesteund door een groot aantal vaste medewerkers. Het blad komt maandelijks uit, behalve in de maanden februari en maart, wanneer er een gecombineerd nummer in de bus valt. De januarieditie staat beter bekend als de evenementennummer. Hierin alle informatie over de KNRB en haar aangesloten verenigingen met alle belangrijke adressen. De jaarprogramma’s voor de nationale selecties staan hier vermeld en ook informatie over alle evenementen (wedstrijden, tochten, cursussen) van het jaar. De andere edities zijn allen journalistieke uitgaven over de roeisport.
Het maandelijkse magazine geeft aan alle facetten van de roeisport aandacht. Zowel het toproeien krijgt aandacht, maar ook wordt er gelet op het studentenroeien, veteranenroeien, toertochten, zeeroeien en het verenigingsleven. Daarnaast ook veelvuldig aandacht voor verhalen over medische zaken, techniek en materiaal. Een mix van interviews, sfeerverhalen en achtergronden uit de roeierij. Kortom voor elke roeier in Nederland interessant en onmisbaar! Voor meer informatie: mail naar [e-mailadres verwijderd]. Abonnementsinformatie is te verkrijgen bij [e-mailadres verwijderd]




