Met een wereldkampioen, twee medailles in olympische nummers en een bronzen plak voor de aangepaste roeiers, kan de Nederlandse equipe terugkijken op een geslaagd avontuur in het verre Japan. Kwam Nederland voorheen met weinig terug van een post-olympische mondiale titelstrijd (in 1997 slechts één niet-olympische medaille en in 2001 slechts één medaille in een olympisch nummer), nu waren de resultaten over het algemeen uitstekend. In het oktober nummer van het blad roeien staat een uitgebreid verslag van de afgelopen wereldkampioenschappen in Japan.
Een jaarabonnement op het blad roeien (sinds kort in full color) kost slechts 22,00, aanmelden via het bondsbureau van de KNRB: [e-mailadres verwijderd]
Verder in Roeien
|
Voor het eerst werd de WK in Japan georganiseerd en dat bleek voor de nationale ploeg een heel avontuur. Naast het feit dat alles vanaf een enorme afstand moest worden geregeld en het de bond veel geld kostte, moesten de boten al na de laatste World Cup in Luzern in containers worden geladen, om ze zo op tijd per schip in Japan te laten arriveren. Zo kon skiffeur Sjoerd Hamburger in Azië niet in zijn favoriete skiff starten. Die gebruikte hij ondertussen om op de Bosbaan wereldkampioen onder de 23 jaar te worden. Daarnaast was er geen geld meer om collectief op trainingskamp te gaan, waardoor lang onder troosteloze omstandigheden op de Bosbaan getraind moest worden. Wel werd ruim van tevoren naar Japan afgereisd. De equipe arriveerde tien dagen voor het toernooi begon en had zo voldoende tijd te wennen aan de oosterse omstandigheden. Dit betekende een hoge luchtvochtigheid gecombineerd met hoge temperaturen.
Na aankomst op het vliegveld in Nagoya, verliep alles echter wat minder soepel dan gehoopt. Na een reis van ongeveer 20 uur, moest eerst nog een busrit van meer dan twee uur worden afgelegd voordat de roeiers hun bed konden opzoeken. Daarbij lag de tijdelijke bestemming flink uit de route. De baan in Gifu kon nog niet gebruik worden, waardoor de equipe ergens in de bergen verplicht moest uitrusten. Wat overigens uiteindelijk helemaal niet erg bleek, want de baan bleek bij aankomst inderdaad verre van klaar. De golven op de rivier Nagaragawa, waar de baan op was gelegen, waren mede door een flinke stroming enorm en roeien was onmogelijk. Het was moeilijk voor te stellen dat op deze rivier die opvallend veel weg had van de Rijn of de Maas, een week later de WK zou worden verroeid. De roeiers wisten hier echter goed mee om te gaan en toen de voorspelde typhoon Mawar uitbleef en de stroming afnam, bleek er prima geroeid te kunnen worden. Het toernooi werd uiteindelijk slechts één dag uigesteld en elke dag waren de condities voor een goed een eerlijk toernooi in orde.
Van Eupen met overmacht naar goud
Na de overtuigende winst in Luzern was Marit van Eupen favoriet voor de wereldtitel. Een langdurige ziekte in Nederland gooide echter bijna roet in het eten. Een week voor Japan ging het weer bergopwaarts met van Eupen, die nog geen enkele WK-medaille in haar bezit had. Overwogen werd om ook in de lichte dubbelvier te starten, maar hier werd mede gezien haar korte voorbereidingstijd wijselijk van afgezien. In het toernooi bleek de 34-jarige Nereïde ongenaakbaar. Zowel in de voorwedstrijd, die naar eigen zeggen waardeloos verliep, als in de halve finale was van Eupen oppermachtig. In de finale sloeg ze na ongeveer 500 meter toe en kon vervolgens rustig toekijken hoe de overige medailles werden verdeeld. Een fantastische wereldtitel, die haar erelijst compleet maakte. Volgende maand een uitgebreid interview met van Eupen, die onlangs door haar eigen gemeente de Sportmedaille van Amsterdam (een hoge onderscheiding voor sporters die veel hebben gedaan voor hun sport) kreeg overhandigd.
Naar goud ruikende vier-zonder pakt zilver
Nadat Matthijs Vellenga, Jan Willem Gabriëls en Gijs Vermeulen vorig jaar het zilver in de acht hadden gepakt, waren de jongens toe aan een nieuwe uitdaging. Vellenga probeerde het met Geert Cirkel in de twee-zonder, maar al snel bleek de vier kansrijker. Na een overtuigende race in Luzern waar het zilver werd binnengehaald, zetten de jongens hoog in. Het traditionele sterke Engeland was binnen bereik en kon wel eens verslagen gaan worden. Omdat de zware mannen in de winter niet naar Sevilla waren gegaan, was er geld over om nog op trainingskamp te gaan. Terwijl de rest van de equipe op de Bosbaan baantjes aan het trekken was, kon het vlaggenschip van de KNRB in Zuid-Frankrijk op prachtig water (een oude roeivriend had coach Mark Emke hierop geattendeerd) de basis leggen voor een goede prestatie. In Japan kwam men de Britten pas tegen in de finale en tot dan leken beide ploegen gelijke tred met elkaar te houden. Helaas stond er in tegenstelling tot de eerdere wedstrijden, in de finale een flinke wind tegen, waarmee de sterkere Engelsen voordeel leken te hebben. Zo trokken de Engelsen vanaf de start inderdaad net te hard weg en kwamen de Nederlanders uiteindelijk 1,5 seconde te kort voor de winst. Het hoog ingeschatte Amerika en Canada werden wel ruimschoots verslagen. Slagman Vermeulen omschreef het gevoel na afloop: “Tuurlijk zijn we tevreden met het resultaat. Een zilveren WK-medaille is heel bijzonder. Maar vroeger dacht ik altijd dat er maar twee manieren waren om een medaille te beleven. Of je wint uit het niets een medaille en ben je blij met wat dan ook, of je pakt een medaille en je verliest tegelijkertijd goud, omdat je op niets anders had gehoopt. Maar nu ben ik er achter dat er ook nog iets tussen zit. Het eerste hadden we vorig jaar toen we ineens zilver behaalden in de acht. Dat was nu niet het geval, maar nu we dit jaar nog niet hadden gewonnen waren we zeker ook niet favoriet voor goud. Dus is zilver een hartstikke mooi resultaat. Ik denk dat we heel goed waren: fysiek sterk en technisch op ons beste kunnen. Maar het kan nog beter, dat weet ik zeker. Dat moeten we dan maar de volgende keer laten zien, niet?”
Gemengde gevoelens na brons vrouwen acht
De finale van de vrouwen acht zou onheilspellend worden was de verwachting. Die voorspelling bleek te kloppen. Met Roemenië, de Verenigde Staten, Australië en Nederland waren er vier kanshebbers op goud. Amerika ging overduidelijk voor de overwinning en vertrok explosief vanuit de startblokken. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse dames die na 500 meter al vier seconden achter lagen op de VS. De ploeg leek te bezwijken onder commotie die bij de start was ontstaan omdat bleek dat de vrouwen petjes met verschillende logoÄôs op hun hoofd hadden. De starten verzocht hen daar verandering in te brengen. Discussie ontstond over wie welk petje moest afzetten. Daarnaast werd er vervolgens om onduidelijke reden onreglementair gestart, waardoor alle boten weer terug naar de start moesten. “Op dat moment konden ze het helaas niet van zich laten afglijden en weer met zijn allen gefocussed raken. Dit resulteerde in geforceerd en ongelijk roeien”, verklaarde coach Susannah Chayes na afloop. Na 500 meter begon de boot dan eindelijk te lopen en een uitstekend laatste deel was het gevolg. Het veld schoof in elkaar en vanuit het niets denderde de acht richting top 3. Op de finish bleken Australië en Roemenië net te ver buiten bereik. Wel werden de opgebrande Amerikanen verslagen. Na afloop heerste voornamelijk ontevredenheid, hoewel de meeste dames op het erepodium een glimlach te voorschijn wisten te halen. “Het is zuur dat we Australië in de voorwedstrijd nog hadden verslagen en zij nu met goud om hun nek staan. Als we vanaf de start geconcentreerd hadden geroeid weet ik zeker dat dat erin had gezeten. Aan de andere kant had het ook weinig gescheeld of we hadden hier met lege handen gestaan” vertolkte Laura Posthuma de algemene opinie.
Van der Linden ten onder aan stress
Met de vijfde plaats van Gerard van der Linden in zijn eerste skiffjaar lijkt in eerste instantie weinig mis. De Amsterdamse skiffeur, vorig jaar nog deel uitmakend van de lichte vier die in Athene op 0,05 sec. het brons miste, roeide op alle World Cups finale en behaalde in München zelfs een bronzen plak. In Japan was de vorm van de 23-jarige Nere?Ød zelfs uitstekend. In een bloedstollende halve finale kwalificeerde van der Linden zich met een tweede plaats op indrukwekkende wijze als medaillekandidaat voor de finale. In de eindstrijd ging hij echter ten onder aan wedstrijdspanning. Terwijl zijn concurrenten na het startsignaal wegstoven, leek het wel of van der Linden stil bleef liggen. Op 500 meter had hij al bijna zes seconden aan zijn broek. Ondanks een heldhaftige poging terug te komen was het kwaad al geschied. Slechts de moegestreden Ingo Euler werd nog ingehaald, de strijd om de medailles bleef ver weg. Enkele uren na de race had de voormalige jeugdroeier de oorzaak van zijn eigen falen al gevonden. “Dit is mentaal, dat kan niet anders. Ik kan gewoon nog geen finales roeien, in Luzern ging het ook mis (zesde, red.) en nu weer. Op basis van de voorwedstrijd en halve finale had ik een medaille kunnen halen, nu sta ik wederom met lege handen.” Een middagje shoppen, karaoke-zingen en drankwedstrijdjes met de zware Wit-Russen zorgden ervoor dat de altijd uitgesproken roeier toch met plezier op het avontuur in Japan kon terugkijken: “Van alle WK’s die ik heb meegemaakt was dit verreweg de leukste.”
Hamburger mee met groten der aarde
Sjoerd Hamburger arriveerde uiterst ontspannen in Japan. Zijn doelstelling voor dit jaar, wereldkampioen worden onder de 23 jaar, was reeds geslaagd en in Luzern skiffte ons nationaal talent reeds naar een spectaculaire finaleplaats. In Gifu leek de vorm van de nuchtere Fries zelfs nog beter. Een taxatiefout in de herkansing zorgde er echter voor dat de finale niet werd gehaald. In deze race liet de boomlange Orcaan de Cubaan Hernandez ogenschijnlijk gaan en nam genoegen met de tweede, eveneens kwalificerende positie. Hierdoor lootte Hamburger een loodzware halve finale. Na een zwak voorseizoen bleek de Tim Maeyens (net als overigens alle andere Belgen in Japan) ineens in topvorm en een maat te groot voor de pas vierdejaars roeier. Maeyens pakte de tweede plaats achter Olaf Tufte. Hamburger was in staat de strijd aan te gaan met ex-wereldkampioen Marcel Hacker voor de laatste kwalificerende plek. Op de streep kwam hij echter net te kort. In de B-finale bleek dat Hamburger inderdaad in de verkeerde halve finale had gezeten. Met overmacht trok hij de winst naar zich toe. “Ik had inderdaad niet voorzien dat Maeyens zo goed zou zijn, dat was een verkeerde inschatting” aldus Hamburger.
Mannen acht naar prima achtste plaats
Na een onverwachte vierde stek in Luzern waren de verwachtingen voor de WK hoog gespannen voor de Äòjonge honden achtÄô, zoals de ploeg in de media wordt omschreven. Een aantal sterke landen (VS en Canada) waren er in Zwitserland echter niet bij en een aantal andere ploegen waren versterkt (o.a. Engeland). Mede hierdoor kon de onervaren ploeg nog niet meedoen voor de prijzen. Ook de finale bleek een kleine maat te groot. In de B-finale werd echter goed geroeid en een achtste plaats achter het sterke Canada bleek het hoogst haalbare resultaat. “De jongens hadden er na de herkansing niet zoveel zin meer in. Maar ik zei Äòkom op gasten, gewoon even lekker roeien. Gewoon varen en lol hebben.Äô Ze worden toch maar mooi achtste. Ze weten dat we voor volgend jaar nog een boel te doen hebben. Maar het motiveert wel dat je weet dat je er dichtbij ligt”, sprak coach Mark Emke tevreden.
Lichte vier stelt teleur
Een geheel nieuwe ploeg wist in het sterke lichte vier-zonder veld op de World Cups behoorlijk aansprekende resultaten te behalen. In Japan viel de ploeg echter als enige echt tegen. Door een ernstige rugblessure van slagman Tom van den Broek kon de ploeg in de voorbereidingsperiode bijna niet in de oorspronkelijke op- en samenstelling roeien. Dit brak, naast wat gewichtsproblemen, de onervaren boot met verder Roy Delis, Karel Dormans en Arnoud Griedanus uiteindelijk op. Een dertiende plaats, slechts voor India en Indonesië was het resultaat. De reserves Wolter Blankert en Paul Drewes kwamen wel goed voor de dag. Een negende positie, midden in het veld was een prima prestatie voor de twee, die door het vele invalwerk bijna niet met elkaar had geroeid.
Lichte vrouwen dubbelvier naar vijfde plaats
Enigszins discutabel was op voorhand de uitzending van de niet-olympische lichte vrouwen dubbelvier. Tot aan Luzern kwam deze ploeg bij alle wedstrijden niet goed uit de verf. Op de Rotsee zorgde een uitstekende finalerace (vierde) voor een onverwachte uitzending. Vervolgens werd de trainingsarbeid flink omhoog geschroefd en overwogen werd om Marit van Eupen dubbel te laten starten. Vlak voor vertrek werd echter toch besloten om met Julie Tabbers, Linde Verbeek, Katrien Hautvast en Eeke Thomée aan de start te verschijnen. In een veld van slechts zeven boten werden de Amerikanen, gecoacht door Michiel Bartman, uit de finale gehouden. In de eindstrijd kon de boot geen rol om de medailles spelen. Vijfde was de eindpositie. “Met een perfecte race hadden ze hooguit vierde kunnen worden, meer niet. Maar dit was prima, ze hebben veel geleerd voor de toekomst en dat is het belangrijkste”, evalueerde bondscoach Josy Verdonkschot het resultaat.
Reserves in achterhoede
Marlies Smulders en Sanne Beukers roeiden naar een elfde plaats in de twee-zonder. Met een goede herkansing kwam de twee nog dichtbij de finale, in de B-finale kwam men echter niet verder dan de vijfde plaats. De nog zeer onervaren zware twee is weer een internationale ervaring rijker. Floris Lievens en Roel Haen eindigden op een zestiende stek.
| Nieuw-Zeeland vier maal wereldkampioen Een unieke prestatie werd neergezet door de roeiers uit Nieuw-Zeeland. Deze relatief kleine roeinatie wist maar liefst vier gouden medailles te veroveren. Leuk detail was dat dit in vier achtereenvolgende nummers gebeurde. De mannen skiff werd verrassend gewonnen door Mahe Drysdale. De eerstejaars skiffeur pakte in Gifu zijn eerste internationale overwinning en wist olympisch kampioen Olaf Tufte en Holland Beker-winnaar Ondrej Synek voor te blijven. De mannen twee-zonder Twaddle/Bridgewater was oppermachtig en ook hun vrouwelijke collegaÄôs Juliette Haigh en Nicky Coles sloegen toe. Halsreikend werd uitgekeken naar de tweestrijd in de vrouwen dubbeltwee tussen Bulgarije en Nieuw-Zeeland. De Bulgaren met de beruchte Rumyana Neykova aan boord, hadden met een zinderende eindsprint er in Luzern nog voor gezorgd dat er een einde was gekomen aan de jarenlange hegemonie van de Evers-Swindell-zusjes. De Nieuw-Zeelanders lieten in Gifu echter zien dat de misstap in Luzern slechts een eenmalig was en namen al snel een onoverbrugbare voorsprong. Bulgarije kwam op het eind nog wel dichterbij, het verschil op de meet bedroeg toch 1,5 seconden. Opmerkelijk is dat drie van de vier boten (alleen Drysdale niet) door dezelfde man worden gecoacht. Richard Tonks mag zich met recht de meest succesvolle persoon van afgelopen WK noemen. Medaillespiegel Helden ten onder |
‘Roeien’ bestaat sinds 1939 en is een onafhankelijk orgaan van de KNRB met een eigen redactie. De redactie bestaat momenteel uit zes leden en wordt tevens gesteund door een groot aantal vaste medewerkers. Het blad komt maandelijks uit, behalve in de maanden februari en maart, wanneer er een gecombineerd nummer in de bus valt. De januarieditie staat beter bekend als de evenementennummer. Hierin alle informatie over de KNRB en haar aangesloten verenigingen met alle belangrijke adressen. De jaarprogramma’s voor de nationale selecties staan hier vermeld en ook informatie over alle evenementen (wedstrijden, tochten, cursussen) van het jaar. De andere edities zijn allen journalistieke uitgaven over de roeisport.
Het maandelijkse magazine geeft aan alle facetten van de roeisport aandacht. Zowel het toproeien krijgt aandacht, maar ook wordt er gelet op het studentenroeien, veteranenroeien, toertochten, zeeroeien en het verenigingsleven. Daarnaast ook veelvuldig aandacht voor verhalen over medische zaken, techniek en materiaal. Een mix van interviews, sfeerverhalen en achtergronden uit de roeierij. Kortom voor elke roeier in Nederland interessant en onmisbaar! Voor meer informatie: mail naar [e-mailadres verwijderd]. Abonnementsinformatie is te verkrijgen bij [e-mailadres verwijderd]




