Blad Roeien: Hommes en Simon blikken terug

Archief

Nu de succesvolle Olympische Spelen achter de rug zijn, is het voor het maandblad ‘Roeien’ tijd om terug te blikken. Het oktober nummer evalueert afgelopen seizoen met twee roeiers uit beide achten. Wat ging er goed en wat niet? En wat maakte de Spelen zo succesvol? Diederik Simon, ervaren kracht uit de mannenacht, laat zijn licht erover schijnen. Nienke Hommes, roeister uit de voormalige dubbelvier die vlak voor de Spelen werd geofferd voor de acht, behaalde brons en legt uit hoe het laatste jaar is verlopen.

Nienke Hommes
Via omweg naar medaille

Vorig jaar werd op de WK een negende plaats behaald in de dubbelvier en er moest een groot verschil overbrugd worden met de Russen om alsnog kwalificatie te bewerkstelligen. Hoe keek jij hier na afloop van de WK tegenaan?

“De halve finale op de WK was een heel erg goede race, waarmee we net niet de finale bereikten. Dat was enorm balen, maar het gaf ook wel vertrouwen dat we goed bezig waren. In de periode naar de WK boekten we snel progressie, daar bleek het alleen nog net niet goed genoeg. Maar ik wist daardoor wel dat, als we goed zouden door trainen het kwalificatietoernooi geen onmogelijke opgave zou zijn.”

Hoe verliep die eerste periode van samen trainen? Daarbij raakte je vlak voor de NK ernstig geblesseerd, hoe heb je die periode ervaren?

“In de winter had ik zeker het vertrouwen in een goede afloop. Ondanks dat de samenstelling nog niet bekend was, hebben we goed gewerkt aan techniek en fitheid, waardoor we ook als groep beter werden. Die blessure (aan de rib, red.) kwam als een klap in mijn gezicht. Ik had op dat moment het gevoel dat ik nog nooit zo fit was geweest en ineens ging het toch fout. Dat kwam hard aan, maar ik heb me er bij neergelegd en besloten om maar te proberen er zo sterk mogelijk uit te komen. Heel veel fietsen dus.”

De World Cup in Poznan werd zonder jou gevaren, in München was je er weer bij. Had je toen ook al door dat er een acht was die ook wel snel ging?

“Een week voor München werd ik getest en bleek dat ik net fit genoeg zou zijn. De race daar ging goed, en ik zeg het zelf niet graag, maar we hadden ook wel last van baannadeel, waardoor het resultaat niet optimaal was.” Met die acht heb ik me van tevoren niet echt bezig gehouden. Ik wist dat er een acht was, want je houdt natuurlijk altijd wel bij wie er verder in Nederland hard roeien, maar ik was daar natuurlijk ook veel bezig met mezelf. Mijn blessure en onze eigen race.”

Daarna ging het allemaal snel. Jullie werden diezelfde week nog samen- gevoegd met een deel uit de acht, want het kwalificatietoernooi was al binnen twee weken. Terwijl jullie je het hele jaar gericht hadden op de vier. Dat moet wel een rare situatie zijn geweest?

“Ja, het was veel gedoe, met veel onzekerheden. Van scullen naar boordroeien, vieren en achten, en in welke samenstelling? Het was vrij onduidelijk. Het was wel te accepteren, maar twee weken was wel erg kort hiervoor. Wel scheelde het enorm dat het roeien meteen goed ging, dus dan weet je dat je goed zit. Je wilt in principe gewoon de Spelen halen en als het op die manier de meeste kansen oplevert, dan maar zo.”

Jullie startten in het kwalificatietoernooi ook nog in de vier. Maar eerst werd er in de acht geroeid en kwalificeerden jullie je. Hoe ging die race en hoe keek je na de winst tegen de dubbelvierrace aan?

“In de acht hadden we een hele goede race en iedereen was goed gefocussed. We hadden natuurlijk nog nooit samen een race geroeid, dus het was wel even afwachten hoe dat zou lopen. Ik vind het achteraf heel bijzonder dat we daar als ploeg zo goed hebben gepresteerd. In zo’n korte tijd samen en dan zo’n resultaat. Ik was heel blij, maar hield me wel meteen bezig met de volgende race. Dat wilden we gewoon ook op een soort goede manier afsluiten, daar hadden we in eerste instantie voor getraind. Ondanks dat we geen kwalificerende plek behaalden, is dat ook gebeurd.”

Na de zilveren medaille op de aansluitende World Cup werden jullie ineens medaillekandidaat. Zorgde dat voor extra druk richting de Spelen?

“De situatie lag inderdaad wel ineens iets anders, maar ik ben eigenlijk te nuchter om me daar druk over te maken. Ik ben dan gewoon bezig met wat ik moet doen en dat was gewoon met zijn allen progressie maken. Vervolgens hadden we nog wel wat kleine obstakels te overwinnen, zoals een late selectie en blessures op trainingskamp, maar de stijgende lijn bleef.”

Na de gewonnen voorwedstrijd bleken andere ploegen uit de andere race ineens een stuk sneller te gaan. Schrok je daarvan? En hoe ging uiteindelijk de finale?

“Ja, wel een beetje. Ondanks dat je wel beseft dat het een andere race was heeft het er wel voor gezorgd dat we nog een hele week scherp waren en echt met beter roeien bezig waren in plaats van een beetje aanpeddelen. Je weet dat je geen steekje kan laten vallen in de finale. Dat gebeurde gelukkig ook niet en we hebben heel koelbloedig gevaren. We waren natuurlijk wel een heel onervaren ploeg. Niemand met ervaring op de Spelen en niemand die ooit een WK-finale in een olympisch nummer had gevaren. Dat maakt de prestatie wel bijzonder.”

   Diederik Simon
Zonder druk naar zilver

Na het desastreus verlopen WK van vorig jaar in Milaan zag het er weinig rooskleurig uit voor het zware mannen roeien in Nederland. Heb je gedacht aan stoppen?

“Nou, dat is heel simpel. In mijn optiek is stoppen in een olympisch jaar geen optie voor een toproeier. Je traint vier jaar om naar de Spelen te gaan. Daar doe je het voor. De rest stelt nu eenmaal minder voor.”

Jij was meteen grote voorstander van een acht. Waarom dacht je dat dat de oplossing was? En speelde jij een grote rol bij het overstappen van Gerritjan Eggenkamp en Michiel Bartman?

“Een maand na de WK in Milaan was het voor mij klink en klaar duidelijk dat er geen basis was voor een dubbelvier. Daar zaten allemaal obstakels die niet zomaar weg te nemen waren. En daarbij had ik, ondanks de slechte prestatie in Milaan, een positief gevoel over de manier waarop Mark (Emke, red.) bezig was met die acht. Ik wilde er graag aan meedoen, het was volgens mij de enige reële kans op succes. Verder heb ik altijd gedacht dat de anderen er op een gegeven moment vanzelf wel bij zouden komen. In het geval van Michiel duurde het even, maar ik heb er nooit aan getwijfeld.”

Jullie groeiden door het jaar heen, elke race was beter. Had je dat ook zelf door? En hoe beleefde je het kwalificatietoernooi?

“Kijk, het hele jaar hebben we een gezellige groep gehad, waardoor bijna alles met plezier werd gedaan. Dat scheelt enorm. Het was een beetje een gezellige chaos met voldoende onderling vertrouwen. Hierbij was Mark zijn rol een hele goede. Hij hield de sfeer er in, terwijl er tegelijkertijd hard getraind werd. Maar ik heb heus ook wel momenten gehad waarbij ik dacht dat het echt nog wel wat beter moest. Dat houdt je overigens ook scherp. De kwalificatie moest natuurlijk nog wel even gebeuren. Je moet je erop instellen dat er heel onverwachte dingen kunnen gebeuren, zoals bijvoorbeeld de Roemenen die zich verrassend ineens niet wisten te plaatsen. Maar uiteindelijk ging het natuurlijk wel gemakkelijk.”

Kan je de oorzaak geven van waarom het in het toernooi zo goed ging en jullie zo verrasten met die zilveren medaille?

“We hadden te maken met een aantal positieve factoren. Ten eerste had de helft van de boot al voldoende ervaring met de Spelen. Daarnaast hadden we – en dat is heel belangrijk om goed te presteren – geen last van druk of hoge verwachtingen. En tenslotte hebben we ook geen gekke dingen gedaan. Gewoon goed getraind met een simpel en doordachte aanpak. Dat heeft ons in staat gesteld om te blijven groeien tot het einde en dat ontbreekt soms bij goede ploegen. Bij druk vanwege eerder gedane prestaties gaan die dan alleen maar in de verdediging of uit angst ineens nog harder trainen in plaats van gewoon doen wat je moet doen. Dat kan tot ‘underperformance’ leiden en daar was in ons veld toch ook een beetje sprake van. Wij hebben daar mooi van kunnen profiteren. De Canadezen en in mindere mate de Duitsers bijvoorbeeld hebben het toch een stuk minder gedaan dan verwacht. Terwijl wij nooit hebben gedacht dat we er al waren en altijd bezig zijn geweest met verbeteren. Maar misschien zijn we ook wel gewoon acht heel erg goede roeiers…”

Wat was de rol van jullie coach Mark Emke en heeft hoofdcoach René Mijnders zich veel met jullie bemoeid?

“Mark heeft heel duidelijk en bekwaam de touwtjes zelf in handen weten te houden en dat was geen makkelijke opgave. De ene helft wist zogenaamd al hoe het moest, terwijl de andere helft nog relatief onervaren was. Om daar een goede balans in te vinden, moet je wel een beetje eigenwijs zijn en daar zag hij volgens mij ook wel een uitdaging in. Hij kon op een gezonde manier de discussie aangaan en gaf zo een goed tegenwicht aan beterweters, inclusief mijzelf. Zijn humor en nuchtere aanpak spraken mij aan. René was er zo nu en dan voor zoals wij dat noemden een ‘kleine chirurgische ingreep’. Dat heeft uiteindelijk een kleine, maar nuttige bijdrage aan het geheel geleverd.”

Jij hebt maar liefst drie olympische medailles, terwijl je maar éénmaal een WK-medaille wist te behalen. Een opmerkelijke oogst, niet?

“Dat komt doordat Nederland in niet-olympische jaren vaak onder de maat presteert. De aanpak in een jaar van de Spelen is gewoon beter, dat heeft bij mij altijd tot goede prestaties op de OS geleid. Maar misschien is het ook wel deels toeval.”

Er is veel gesproken over slecht beleid het afgelopen jaar, wat is jouw mening daarover?

“Kijk, er is inderdaad veel geklaagd, maar in voorgaande jaren was dat volgens mij niet anders. Geklaag, terecht of onterecht, zal er ook in de toekomst altijd zijn. Desondanks worden er gewoon regelmatig medailles gewonnen.

Verder in ‘Roeien’…

  • Coen Eggenkamp laat in een dubbelinterview Diederik Simon en Nienke Hommes verhaal doen over het afgelopen seizoen in respectievelijk de mannenacht en de vrouwenacht. Wat ging er goed en wat niet in het afgelopen seizoen en wat maakte de Spelen zo succesvol?
  • Rogier Blink vertelt over de prestaties van de Nederlandse ploegen op de FISU Studenten WK, waar de mannenacht verrassend zilver behaalde.
  • Op blz. 7 interviewt Marijke Vooren, Lies Muller, de veterane van RV Naarden die al in 1975 aan de FISA Masters meedeed en ook nu in Hamburg weer van de partij was.
  • Roeien op de roeifiets, op het vaste land dus. Ymte Sijbrandij werd dit jaar Europees kampioen ‘roetsen’. Danny Siepman beschrijft de verrichtingen van de deelnemers op het zware weekendprogramma met vier onderdelen.
  • Op blz. 9 beschrijft Willem Jan Merkies de Amstel Lustrum Marathon, een marathon over 50 kilometer, waar het gezin Muda in diverse nummers de overwinning voor zich opeiste.
  • Een nieuwe rubriek ‘Bosbaan 6’, waarin de voorzitter van de KNRB, Jan Karel Mak, terugkijkt op de verrichtingen op de Spelen en overige toptoernooien. Tevens kijkt hij vooruit naar het door de KNRB te realiseren meerjarenplan. Eveneens op deze pagina een kort verslag van de IJsselregatta van het lustrerende Daventria.
  • De aloude Bedrijfsachten Regatta heeft een nieuw jasje gekregen. André Everard beschrijft de Arbo Unie Bedrijfsachten Regatta die onlangs op de Bergse Voorplas werd gehouden. Onder de titel ‘Sportvis’ de Column van Jeroen van Renesse.
  • De Dordtsche slaat zijn vleugels steeds verder uit met zijn zeeroeiploeg. Na intensieve voorbereiding waagde de zeeroeiers de oversteek van Medemblik naar Stavoren en Makkum en vervolgens staken ze de Waddenzee over van Harlingen naar Terschelling en weer terug. Willem Jan Merkies een impressie van hun prestaties.
  • Panta Rhei, de Adelborsten Roeivereeniging, bestaat dit jaar 100 jaar. Peter van der Sterren bezocht deze unieke vereniging en doet verslag van zijn bevindingen.
  • Christiaan Hupkes was dit jaar vrijwilliger op de Olympische Spelen, waar hij op het erepodium moest figureren als atleet. Zijn ervaringen vindt men in Ingelijst.
  • Veel is er gediscussieerd over de racestrategie van de Nederlandse ploegen op de Olympische Spelen. In Wetenschap en techniek op blz. 15 toont David Heineman onder de titel ‘Race-analyses finales Athene’ aan dat de keuze van de Nederlandse strategie de juiste was, wilde men voor een medaille gaan. Voor goud is een strategie gewenst met een iets snellere start.
  
  • In de rubriek Atleten en kamprechters komt Koos Bauman terug op de aanvaring van de Canadese twee zonder stuurman met de boot van de Zuid-Afrikanen en de daarna volgende jurisprudentie.
  • Peter van der Sterren evalueert met commissaris IJsbrand Haagsma, verantwoordelijk voor het juniorenbeleid, de resultaten van het afgelopen seizoen. Conclusie is dat het ingezette juniorenbeleid scoort.
  • Judith Brouwer is weer in de Roeihistorie gedoken, waar zij ontdekte dat in 1883 naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling in Amsterdam roei- en zeilwedstrijden werden gehouden op het IJ en de toenmalige Zuiderzee. Het programmablad is toegevoegd.
  • De toerroeiers waren actief blz. 20 en 21. Dertien roeiers van roeivereniging ‘De Ank’ uit Doetinchem roeiden over de grote rivieren, begeleid door het volgschip ‘De Compaen’ waarin zij onderdak vonden. Wellicht ook een aardig idee voor andere roeiers in Nederland. Sacha Wijmer van De Hertog doet verslag van haar eerste buitenlandse tocht, op de Donau, en een penibele situatie in een van de sluizen, waarbij een wherry volsloeg.
  • Erica Meijer verhaalt op blz. 22 over de Nachttocht van Willem III, een toch interessant onderdeel van de prestatietoerkalender. Helaas vond dit jaar slechts een miniem aantal deelnemers de nachtelijke tocht de moeite waard, waardoor voortzetting van het evenement in gevaar komt.
  • De 10 vragen aan… stelde Geo Arnold dit maal aan twee leden van de Commissie Opleidingen, namelijk voorzitter Paul Wouters en werkgroeplid KNRB instructeurscursus Bert Monna.
  • Op blz. 24 geeft Erwin Cardol zijn weergave van met roeien gerelateerde items op TV en het glossy magazine Miljonair.
  • Eelco Tienstra, DDS, geeft in de rubriek Van de beste Stuurlui zijn visie over het gebruik van geavanceerde materialen in de botenbouw zoals glasvezels, aramide en koolstofvezel. Tevens een rectificatie op de melding in Kort Nieuws september 2004 op het probleem Woonboten in Leiden door Careljan Mansveld, voorzitter van Die Leythe.
  • Op blz. 2 en 26 vindt u de normale rubrieken Kort Nieuws en Mutaties/Vraag en Aanbod.

‘Roeien’ bestaat sinds 1939 en is een onafhankelijk orgaan van de KNRB met een eigen redactie. De redactie bestaat momenteel uit zes leden en wordt tevens gesteund door een groot aantal vaste medewerkers. Het blad komt maandelijks uit, behalve in de maanden februari en maart, wanneer er een gecombineerd nummer in de bus valt. De januarieditie staat beter bekend als de evenementennummer. Hierin alle informatie over de KNRB en haar aangesloten verenigingen met alle belangrijke adressen. De jaarprogramma’s voor de nationale selecties staan hier vermeld en ook informatie over alle evenementen (wedstrijden, tochten, cursussen) van het jaar. De andere edities zijn allen journalistieke uitgaven over de roeisport.

Het maandelijkse magazine geeft aan alle facetten van de roeisport aandacht. Zowel het toproeien krijgt aandacht, maar ook wordt er gelet op het studentenroeien, veteranenroeien, toertochten, zeeroeien en het verenigingsleven. Daarnaast ook veelvuldig aandacht voor verhalen over medische zaken, techniek en materiaal. Een mix van interviews, sfeerverhalen en achtergronden uit de roeierij. Kortom voor elke roeier in Nederland interessant en onmisbaar! Voor meer informatie: mail naar [e-mailadres verwijderd]. Abonnementsinformatie is te verkrijgen bij [e-mailadres verwijderd]