Het novembernummer van ‘ROEIEN’ is verschenen op 15 november. Het hoofdartikel gaat over de dubbelvier perikelen, waarin beschreven wordt hoe de KNRB en roeiers tobben tussen de vier en acht.
Bij de November Vieren was de achterstand van tien seconden op de gestuurde vier van Theta/Nereus (zilver bij de WK als lichte vier-zonder) en het marginale verschil van één seconden voorsprong op de instap combinatie Orca/Triton/Laga bijzaak voor Michiel Bartman en Gerritjan Eggenkamp. De helft van de dubbelvier was blij eindelijk weer eens een middag alleen met roeien bezig te zijn. In de handen van de roeiers een boordriem, want al wil het tweetal scullen in de vier bij de Spelen van Athene, November Vieren over vier kilometer vaar je in een vier-met.
Verder in het oktobernummer van het blad Roeien:
|
Aan boord geen Geert Cirkel. De 25-jarige was de sfeer in de ploeg en de oeverloze pogingen de tegenpolen Bartman en Simon bij elkaar te houden meer dan zat en stapte tien dagen voor de November Vieren uit de dubbelvier. De gedemotiveerde Cirkel had eisen kunnen stellen of zelfs een aanval kunnen doen op het olympische startbewijs van de skiff, maar nam in stilte een resoluut besluit. Cirkel stuurde een e-mail aan zijn ploeggenoten waarin hij aankondigde helemaal met toproeien te stoppen. Een uur later werd het nieuws via de website van zijn roeivereniging Orca wereldkundig gemaakt. Cirkel zei alleen nog leuke dingen met roeien te doen. Als eerste noemde hij het roeien in Orca’s Oude Vier voor de Varsity in een adem gevolgd door de toezegging de eerstejaars zware acht in Utrecht te zullen coachen.
Matthijs Vellenga (Skøll) nam op 2 november de plaats in van Cirkel. Jan Willem Gabriëls (Gyas) verving de zieke Simon. Cirkel zelf fietste in de regen met de roeiers mee. Skiffeur Dirk Lippits was als een van de weinigen al langer op de hoogte van Cirkels ideeën zijn topsportcarrière negen maanden voor de Spelen te beëindigen. Een op hande zijnde dubbeltwee van Cirkel en Lippits ging nooit het water op. Lippits zei in de sociëteit van De Hoop dat een dubbeltwee “een keuze uit negativiteit” zou zijn geweest. Het adagium ‘Niet geschoten altijd mis’ gaat volgens de Eindhovenaar in topsport niet op. Het verbaasde Lippits dat Cirkel niet de situatie naar zijn hand heeft gezet toen Cirkel had besloten te stoppen: “Hij had op zijn minst kunnen zeggen: hier dit zijn mijn eisen en als jullie niet akkoord gaan, dan ben ik weg. Hij had natuurlijk een behoorlijk sleutelpositie in die boot die hij echt had kunnen uitbuiten. Maar dat had hij misschien niet eens goed door.”
Ruzies tussen roeiers onderling en onenigheid met bondscoach Jan Klerks duwden de dubbelvier afgelopen seizoen steeds verder in het nauw. Met het vertrek van Cirkel werden niet alleen de kansen op een medaille bij de Spelen van Athene aanzienlijk verkleind. Roeiers èn bond betwijfelen of een succesvolle doorstart van de dubbelvier mogelijk is. Hoofdcoach René Mijnders: “Het was duidelijk dat de dubbelvier prioriteitsboot zou moeten worden. Maar mits dit een gezonde basis heeft. Die is er na het stoppen van Geert mijns inziens niet. Ook daarvoor was er al geen gemeenschappelijke lijn te vinden over hoe de vier roeiers dachten over de toekomst in de dubbelvier. Dan komt de vraag: hoe nu verder? De eerste optie is voor mij een acht. Dat plan heb ik gelanceerd en nu is het dus kijken wat voor een draagvlak daar voor is. Mocht dat er niet zijn, kunnen ook andere optie’s boven drijven, maar dat is vooralsnog niet concreet gebeurd. We moeten niet vergeten dat iedereen in principe hetzelfde doel heeft, alleen moet dat wel in samenspraak zijn.”
De dubbelvier rond Michiel Bartman en Diederik Simon, die olympisch goud wonnen met de Holland Acht bij de Spelen van 1996, kwam al veel vaker in onstuimig vaarwater terecht. Selecties liepen in ’99 uit op muiterij, waarop bondscoach Jan Klerks zijn ontslag indiende. Wegens privé-omstandigheden werd tijdens WK’99, Klerks kreeg na selecties zijn baan terug, met een vervanger geroeid. In het olympisch jaar overwoog Simon de overstap naar de acht. Uiteindelijk won het kwartet zilver bij de Spelen van Sydney. Na WK 2001, waar favoriet Nederland met zilver genoegen moest nemen, besloot Dirk Lippits in de skiff verder te gaan.
Vervanging voor de sterke Lippits was niet voorhanden, de overgebleven roeiers weken uit naar de vier-zonder. De verandering van scullen naar boordroeien hield eigenheimer Simon aan boord. Een moeizaam seizoen volgde, blessures en twijfel over de keuze tussen de sterke Geert Jan Derksen (Okeanos) en de onervaren maar veel belovende Vellenga, hielden de ploeg bezig. Desondanks werd de ploeg met Vellenga bij WK 2002 verrassend vijfde. Afgelopen winter ging veel tijd verloren. Cirkel, Bartman en Simon weigerden in mei open selecties, ze spraken zich uit voor een dubbelvier met Eggenkamp. Ondanks tegenslagen boekte de ploeg regelmatig veelbelovende resultaten. Meteen derde in Essen, maar na brons (Milaan) en zilver (Rotsee) bij wereldbekerwedstrijden gebeurde het ondenkbare: de dubbelvier kwalificeerde zich niet voor de Spelen tijdens de WK in Italië. Het vlaggenschip was zelfs geen bespreekgeval voor NOC*NSF want ook aan de IOC-eis (een plaats bij de eerste elf) werd niet voldaan. Onenigheid over coaching en koers domineerden de laatste weken voor de WK. Daarnaast verhinderden wederom blessures goede voorbereiding. Nooit verliepen trainingen perfect.
Na de WK zorgde oplaaiende onenigheid tussen Bartman en Simon voor toenemende spanningen binnen de ploeg. Beide roeiers vormden echter een gezamenlijk front tegen Klerks, een geluid dat al na de WK van 2001 te horen was. Eggenkamp en Cirkel toonden juist vertrouwen in de coach die Ronald Florijn en Nico Rienks in 1988 naar olympisch goud en de dubbelvier naar zilver coachte. Ook de roeibond steunde Klerks en verweet de roeiers alleen met hoofdcoach René Mijnders als alternatieve coach te komen. De roeibond toonde zich niet bereid de coach van de Gouden Acht van ’96 en zilveren vrouwen acht van 2000 volledig voor de vier vrij te maken. Zouden de roeiers domweg voet bij stuk houden, dan overwoog de Commissie Toproeien niet de vier maar de acht tot ‘prioriteitsboot’ te bestempelen. Medio oktober stapte Klerks op als coach van de vier.
Naast de pogingen van de roeibond om de resten van de vier onder de duim te houden, circuleerde een plan van de roeibond waarin stond dat “roeiers geen vroegtijdige keuzes behoeven te maken” voor acht of vier. De bestuurders worstelden met het dilemma: medaillekansen in de vier of een aansprekende acht, waarbij werd veronderstelt dat kwalificatie in de vier minder risicovol is dan in een acht. In de winter van 1998 besloot roeibond KNRB onder druk van NOC*NSF en hoofdsponsor tot achtenprojecten. Nu diende de roeibond zelf een verzoek in voor steun voor acht en vier. Terwijl de plannen nog ter beoordeling bij NOC*NSF liggen, is doordat Cirkel vertrok evenwel feitelijk de dubbelvier ter ziele gegaan.
“Als we niet uit de impasse komen, is de acht een goed alternatief. Met de acht moet een grotere stap worden gemaakt, maar dat is niet onmogelijk”, zei Mijnders. “Het maakt mij in weze niet veel uit, als de beste roeiers maar bij elkaar in de boot zitten.” In een kansrijke acht dienen volgens de hoofdcoach routiniers als Bartman te zitten. “Geert [Cirkel] zijn we al kwijt geraakt. En daar verlies je wel iemand mee.”
Simon toonde sympathieën voor de acht en zou de komende weken met Gijs Vermeulen in de twee-zonder varen. Vermeulen en Matthijs Vellenga, in mei slachtoffer bij dubieuze selecties, werden genoemd als kanshebbers voor de plaats van Cirkel. Maar vlak voor de deadline van ‘Roeien’ hakte de eigenzinnige Simon de knoop door en stapte over naar de groep van het GAP, het Groningen Acht Project. Vellenga en Vermeulen volgden zijn besluit. Eggenkamp zag de beste kansen voor de vier; hij wacht voorlopig af in de skiff en hoopt na de hectische periode weer lol in het roeien te ontdekken. Ook Bartman, die volgens het Dagblad van het Noorden met geen stok de acht in te krijgen was, sloot al voor de keuze van Simon de acht niet meer uit, maar de 36-jarige roeier (“Ik ben koppig, ik kan de kwaliteit en snelheid van de vier niet zomaar weggooien.”) nog even vast aan de dubbelvier. Mijnders: “Die heeft het nog niet opgegeven.”
‘Roeien’ bestaat sinds 1939 en is een onafhankelijk orgaan van de KNRB met een eigen redactie. De redactie bestaat momenteel uit zes leden en wordt tevens gesteund door een groot aantal vaste medewerkers. Het blad komt maandelijks uit, behalve in de maanden februari en maart, wanneer er een gecombineerd nummer in de bus valt. De januarieditie staat beter bekend als de evenementennummer. Hierin alle informatie over de KNRB en haar aangesloten verenigingen met alle belangrijke adressen. De jaarprogramma’s voor de nationale selecties staan hier vermeld en ook informatie over alle evenementen (wedstrijden, tochten, cursussen) van het jaar. De andere edities zijn allen journalistieke uitgaven over de roeisport.
Het maandelijkse magazine geeft aan alle facetten van de roeisport aandacht. Zowel het toproeien krijgt aandacht, maar ook wordt er gelet op het studentenroeien, veteranenroeien, toertochten, zeeroeien en het verenigingsleven. Daarnaast ook veelvuldig aandacht voor verhalen over medische zaken, techniek en materiaal. Een mix van interviews, sfeerverhalen en achtergronden uit de roeierij. Kortom voor elke roeier in Nederland interessant en onmisbaar! Voor meer informatie: mail naar [e-mailadres verwijderd]. Abonnementsinformatie is te verkrijgen bij [e-mailadres verwijderd]





