De Oxford blues van Gerritjan Eggenkamp (deel 2)

Archief

[ST452 5263]Nadat ‘Michelmeas Term’ vorige week beëindigd is, alle essays zijn ingeleverd en het examen statistiek is gemaakt, weer een update van Gerritjan Eggenkamp in Oxford. Op het moment is hij op een trainingskamp in Nottingham, waar op de enige 2 kilometer baan van Engeland wordt getraind door de selectie van de ‘blue boat’ voor de beroemde Oxford Cambride boatrace op 30 maart 2002.

De Oxford Terms

Het studiejaar is in Oxford ingedeeld in drie trimesters van 8 weken: Michaelmeas (7 oktober tot 1 december), Hilary (13 januari tot 9 maart) en Trinity (21 april tot 15 juni) Term. Aan het einde van elke term sterft Oxford geheel uit. Dit is vooral te danken aan het feit dat alle undergraduate studenten hun kamers op hun College moeten verlaten. Deze worden in de periodes tussen de terms gebruikt voor congressen, seminars en andere activiteiten waar de Colleges hun kas mee proberen te spekken. Tenzij de student een studie-reden heeft om te blijven, moet hij weg. Op de laatste dag van de term betekent dat dat Oxford overstroomt wordt met ouders die hun kinderen weer naar huis komen verhuizen: alles gaat weer in de auto om 5 weken later weer vervoerd te worden. Voor een aantal jongens uit onze ploeg betekent dat ze bij iemand anders moeten intrekken, daar wij nog tot half december door trainen. Gelukkig geldt deze regel niet voor graduates, waarschijnlijk omdat een veel groter deel van hen van ‘overseas’ komt.

Examens

Het examen systeem is geheel anders dan in Nederland. In tegenstelling tot tentamens aan het einde van elke term hebben de undergraduates 6 grote examens aan het begin van Trinity Term in hun vierde (en laatste) jaar. Tot dan moeten ze per term wel een groot aantal opdrachten maken en zogenaamde papers (opstellen) inleveren, maar deze tellen niet mee in de uiteindelijke examinering: ze zijn noodzakelijk omdat je anders van de universiteit verwijderd wordt. Het studieresultaat wordt daarmee geheel bepaald door die zes examens gedurende de laatste week van april. Examens hebben plaats in de ‘Exam School’, een speciaal daarvoor gebouwd gebouw aan de High Street en studenten worden slechts toegelaten in sub fusc (zie vorige artikel: een donker pak met daarover de gown en mortarboard).

Ook de ons zo bekende schaal van 1 tot 10 om examens te beoordelen bestaat hier niet. Het hoogst haalbare is een ‘first’, gevolgd door een ‘upper second’ en ‘lower second’. Een third is vervolgens de laagste score waarmee je nog slaagt.

Voor graduates hangt het van je studie af hoe er geëxamineerd wordt. Voor mijn opleiding (die één jaar duurt) zijn er bijvoorbeeld vijf onderdelen, die allemaal voor 20% tellen. Aan het begin van Trinity Term (eind april) heb ik een mondeling examen van drie uur voor twee onderdelen en moet ik een paper inleveren (beide tellen voor 20%). Aan het einde van Trinity Term (eind juni) heb ik nog twee examens van elk 3 uur, die ook weer beide voor 20% tellen. Tenslotte moet ik voor 1 augustus mijn dissertatie ingeleverd hebben (de laatste 20%). De examens die ik tot nu gehad heb en de papers die ik heb moeten inleveren tellen dus niet voor mijn eindresultaat, maar moeten wel voldoende zijn: anders wordt ik niet tot de examens toegelaten. Groot voordeel is in elk geval dat alle examens na de Boat Race zijn: de eerste hebben plaats aan het einde van april.

Roeien

Trainingskamp Nottingham dec 2001 De afgelopen maand stond vooral in het teken van een grote omvang in trainingsintensiteit. De duur van de ochtendtrainingen werd opgevoerd, zodat we nu ’s ochtends 80 minuten op de Concept2 zitten, meer dan een uur met de circuits bezig zijn en ’s middags telkens tenminste 20 kilometer roeien. Voor de wedstrijden waar we aan deelgenomen hebben in deze periode, de Fours Head en Britse ergometer kampioenschappen, werd daarbij geen gas teruggenomen: tot de dag voor beide evenementen draaiden we gewoon ons ‘normale trainingsschema’. Resultaat is dat iedereen behoorlijk uitgeput is, maar dat de lactaatscores wel met sprongen vooruit gaan: ik denk niet dat ik ooit aan het einde van november fysiek zo sterk geweest ben, maar onze piek ligt natuurlijk ook veel eerder dan de WK.

Fours Head

Mijn eerste halen op de Tideway (zo wordt de Thames genoemd op het gedeelte waar de eb en vloed vrij spel hebben: het stuk tot de eerste sluis) vonden plaats op vooravond van de Fours Head. De Fours Head wordt gehouden op hetzelfde traject als de Boat Race, alleen in de andere richting: de start is onder Chiswick Bridge, de finish vlak voor Putney Bridge. Ook nu wordt in de richting van de stroom geroeid. Het tijdstip van de Fours Head is zo gepland dat het bij neergaand tij plaats vindt, terwijl de Boat Race bij opkomende tij verroeid wordt.

Maar liefst 530 ploegen namen deel aan dit evenement en daar er niet in verschillende blokken gestart wordt liggen sommige ploegen enige tijd te wachten voor ze mogen starten. De startvolgorde is op basis van de uitslag van het jaar ervoor, waarbij dubbelvieren, vier-zonders en vier-metten en mannen en vrouwen door elkaar heen starten. Zo startten wij als eerste vier-met temidden van dubbelvier en vier-zonders en konden we na het douchen aanschouwen hoe een vrouwen vier-zonder een mannen dubbelvier passeerde.

Wij waren verdeeld over 3 vier-zonders en 3 vier-metten, waarbij de beste twee ploegen over de vier-zonder en vier-met verdeeld waren. Ik zat met Dan Perkins (reserve Amerikaanse dubbelvier op de WK), Angus Warner (goud Nations Cup in 4+) en Nick O’Grady (6 uit Isis vorig jaar) in de vier-met. Onze eerste vier-zonder bestond uit 4 jongens die vorig jaar in de Blue Boat roeiden (Ben Burch, de president, Andrew Dunn, Matthew Smith en Robin Bourne-Taylor). Oorspronkelijk zat Luke McGee (5 uit de Amerikaanse acht op de WK) op de plaats van Nick O’Grady, maar die moest naar het huwelijk van zijn zus. Cambridge had zijn beste roeiers verdeeld over een dubbelvier, met daarin Sebastian Mayer (uit de Duitse Olympische dubbeltwee), Tom Stallard (vorig jaar Blue Boat), Rick Dunn (Engelse vier-zonder die goud won op de WK) en Josh West (uit de Engelse acht), en een vier-zonder met Sam Brooks (2 uit Amerikaanse acht), Stuart Welch (6 Australische acht Sydney) en Lukas Hirst en Colin Swainson (beiden Blue Boat vorig jaar).

Onze race ging redelijk, zeker gezien de geringe tijd die we samen geroeid hadden (drie dagen) en het feit dat ik aan het omboorden ben naar stuurboord, maar er was de nodige ruimte voor progressie. De uitslag was echter zeer hoopgevend. De vier-zonder won haar evenement, 15 seconden voor de Cambridge vier-zonder. Wij eindigden als tweede in de vier-met, achter een Leander vier-met met Pinsent, Cracknell en twee roeiers uit de gouden Engelse vier-zonder, met wie het gat wel erg groot was (meer dan 30 seconden). Tussen de Cambridge vier-zonder en ons zat 21 seconden, geen slecht resultaat op een race over 19 minuten.

Uiteindelijk bleek echter dat zowel wij als onze vier-zonder gediskwalificeerd waren omdat we te veel wijzigingen hadden aangebracht ten opzichte van de oorspronkelijke inschrijving (twee per boot), ook al hadden we die van tevoren aangemeld. Volledige uitslagen zijn te vinden op http://www.hor4s.org.uk/ en http://www.theboatrace.org.

British Indoor Rowing Championships

Britse indoor roei kampioenschappenZes dagen later vonden de BIRC plaats, de Engelse versie van de ONEK. Net als bij de Fours Head ook hierbij een factor 5 meer deelnemers dan in Nederland. Een gigantische sporthal in Birmingham was omgebouwd tot ergometerpaleis, met shifts van meer dan 100 roeiers tegelijk. Grote publiekstrekkers waren natuurlijk Pinsent en Cracknell, die hier een ware sterrenstatus genieten: alleen hun warming-up trok al een kleine 100 belangstellenden, die zich achter hun ergometers hadden geposteerd. De sportpers was massaal uitgerukt en had zich voor hun ergometers genesteld en de BBC besteedde maar liefst 10 minuten aan het uitzenden van hun volledige ergometerduel. Daarnaast nam de gehele Engelse selectie deel en had de organisatie de nodige buitenlandse toppers binnengehaald om er spannende races van te maken.

Ik eindigde uiteindelijk als 8e in 5’57, na een week waarin ik ziek geweest was en de nodige kilo’s verloren was, geen slechte score. Dan Perkins was de snelste Oxford roeiers met 5’54. Luke McGee (5’55) en Tom Westerling (5’56) waren de andere Oxford roeiers onder de zes minuten. Onze eerste acht roeiers hadden een gemiddelde van 6’00, terwijl Cambridge niet verder kwam dan een gemiddelde van 6’03. Daarmee sleepten we de ‘Team Cup’ in de wacht. De volledige uitslagen: http://www.concept2.co.uk/birc/.

Selectie

[ST452 5254]In de week na de BIRC is de groep teruggebracht naar 22 roeiers. Het afgelopen weekeinde is er geseatraced om de groep terug te brengen naar 20 roeiers, maar de verschillen waren zo miniem, dat ze die beslissing hebben uitgesteld tot het einde van het trainingskamp wat we nu in Nottingham hebben. Tien jongens hoefden niet aan het seatracen mee te doen, waarvan er nu acht in een voorlopige eerste acht roeien: dat zijn de twee eerste viertjes van de Fours Head, maar dan met Luke McGee op de plek van Nick O’Grady. Gedurende dit trainingskamp wordt er ook een voorlopige tweede acht geformeerd. Maar natuurlijk zijn deze twee opstellingen niet definitief. Af en toe worden er mensen gewisseld en de definitieve Blue Boat schijnt pas bekend gemaakt te worden na enkele laatste seatraces in de week na de 5 kilometer ergometer test (25 januari).

Tot dit weekeinde wordt er in deze twee achten getraind, waarna ze worden gemixed tot twee gelijkwaardige achten om volgende week woensdag de zogenaamde Trial Eights te roeien: we roeien dan het Boat Race traject met alles er op en eraan. In de het weekeinde erna roeien we nog een skiftrial, waarna we twee weken vrij hebben om 2 januari op trainingskamp naar Spanje te gaan.

Gerritjan Eggenkamp ([e-mailadres verwijderd])
6 december 2001