Wat begon als een betrokkenheid bij de organisatie van de vorige WK roeien van 2014 in Amsterdam, groeide uit tot een internationale bestuursrol bij World Rowing voor Gerritjan Eggenkamp. Inmiddels is hij penningmeester van de mondiale roeifederatie en staat hij midden in de uitdagingen van een sport die financieel en organisatorisch onder druk staat.
Eggenkamp rolde naar eigen zeggen “min of meer vanzelf” in het internationale circuit. Tijdens de voorbereiding van het WK in Amsterdam raakte hij intensief betrokken bij de onderhandelingen met de wereldroeibond. “We moesten veel heronderhandelen om het evenement financieel haalbaar te maken”, vertelt hij. Het succesvolle verloop van dat toernooi bleef niet onopgemerkt: een half jaar later werd hij benaderd door de bond om een rol te vervullen binnen de organisatie.
Hij begon in de council, het orgaan waarin vertegenwoordigers van commissies en continenten samenkomen om sportieve en technische beslissingen te nemen, zoals de toewijzing van wereldkampioenschappen. Enkele jaren later volgde zijn benoeming tot penningmeester en lid van het dagelijks bestuur.
Afhankelijkheid
In die rol kreeg Eggenkamp direct te maken met een van de grootste uitdagingen van de roeisport: geld. ,,We hebben geen grote hoofdsponsor”, zegt hij. ,,Ongeveer twee derde van onze begroting van acht miljoen zwitserse frank komt van het Internationaal Olympisch Comité.” Dat maakt de bond sterk afhankelijk van het IOC en beperkt de bewegingsvrijheid. “Zonder het IOC hebben we een groot probleem,” bevestigt Eggenkamp.
Andere inkomstenbronnen, zoals sponsoring en tv-rechten, staan onder druk. “Door dopingschandalen en governancekwesties in de sportwereld zijn sponsoren voorzichtiger geworden. En ook de inkomsten uit televisie lopen terug.” World Rowing beschikt daarnaast over een bescheiden beleggingsportefeuille, maar die wordt bewust conservatief beheerd.
Onder druk
De financiële krapte werkt door in de organisatie van wedstrijden. Waar wereldkampioenschappen doorgaans op veel belangstelling kunnen rekenen, zijn de World Cups een stuk lastiger rond te krijgen. ,,Daar moeten we als bond vaak geld op toeleggen”, legt Eggenkamp uit. Toch blijven ze belangrijk, omdat ze zorgen voor zichtbaarheid op televisie.
De World Cups, ooit een belangrijk podium, kampen met een gebrek aan topploegen. Nationale teams kiezen steeds vaker voor trainingskampen boven wedstrijden. Het resultaat: matig bezette velden en minder spektakel.
Dictaat
Dat roept fundamentele vragen op over het bestaansrecht van deze wedstrijden. Eggenkamp erkent dat er wordt nagedacht over alternatieven, zoals het combineren met bestaande evenementen. Maar dat soort ideeën is niet nieuw. Eerdere pogingen leverden weinig blijvend succes op.
De afhankelijkheid van het IOC werkt ook inhoudelijk door. Beslissingen over wedstrijdvormen en afstanden worden mede ingegeven door de eisen van het IOC. Zo werd de traditionele 2000 meter in Los Angeles ingekort naar 1500 meter. Niet primair uit sportieve overtuiging, maar door praktische beperkingen rond de locatie. Dit zelfde lijkt ook te gaan gebeuren bij de Olympische Spelen van 2032 in Australië, waar het roeitoernooi op stromend water moet plaatsvinden en regelmatig krokodillen gespot worden.
Het illustreert een bredere spanning: in hoeverre bepaalt de sport nog zelf haar koers? Of volgt zij vooral de voorwaarden van het olympisch programma? “In Los Angeles hebben we geen andere keus. Lake Casitas waar in 1984 het roeitoernooi plaatsvond, ligt praktisch droog. Lake Perris zou een alternatief zijn, maar daar is het overdag veertig graden tijdens de Spelen en dat wil je de atleten ook niet aandoen’’, weerspreekt Eggenkamp dat de invloed van het IOC te groot is. “We hebben bij LA alle mogelijkheden bekeken en ook voor 2032 in Australië. Brisbane is weer een heel ingewikkelde zaak.’’ Ook voor de Spelen in 2032 volgen de internationale roeibond en kanobond het IOC en organisatie Brisbane 2032 die de watersportbaan gepland hebben in de Fitzroy-rivier. De locatie is omstreden vanwege de stroming van de rivier en krokodillen die daar ook voorkomen. “We hebben intensief contact met de organisatoren en hebben het vertrouwen dat er een goede oplossing wordt gevonden.”
Status cruciaal
De grootste prioriteit voor World Rowing is het behoud van een sterke positie op de Olympische Spelen. Nationale bonden zijn sterk afhankelijk van olympisch succes voor hun financiering.
Tegelijkertijd zet World Rowing sterk in op nieuwe disciplines zoals beach sprint-roeien, dat in Los Angeles zijn olympisch debuut maakt. Het is bovendien goedkoper en flexibeler te organiseren. “Dat helpt ons om relevant te blijven én om meer landen te betrekken,” aldus Eggenkamp. Hoewel hij ook ziet dat om meer landen er bij te betrekken nog wel ‘ontwikkelingshulp’ nodig is. Beach sprint wordt, net als destijds bij het lichte roeien, voornamelijk gedomineerd door de Westerse landen.
Ook wordt gekeken naar de introductie van gemengde onderdelen, zoals een mixed acht. Dat zou niet alleen sportief vernieuwend zijn, maar ook aantrekkelijk voor televisie. “Roeien is een van de weinige sporten waarin mannen en vrouwen echt samen kunnen uitkomen. Het interessante is dat de olympische broadcaster verwachtte dat als dit in LA op het programma was opgenomen, dat de hoogste kijkcijfers zijn voor de mixed acht. Die verwachting is er ook voor Brisbane in 2032.”
Vernieuwing
Naast de olympische koers zet de bond in op vernieuwing. Zo wordt gewerkt aan een internationale beach sprint-serie en aan de groei van indoor roeien (e-rowing). Ook wordt geëxperimenteerd met wedstrijden op iconische locaties, zoals een geplande sprintwedstrijd in het centrum van Shanghai, waar topsporters prijzengeld kunnen verdienen. “Je moet de sport naar de mensen brengen”, zegt Eggenkamp. ,,Niet iedereen komt naar een roeibaan buiten de stad.”
De uitdagingen zijn groot: financiële onzekerheid, veranderend sportgedrag en de druk om olympisch relevant te blijven. Toch ziet Eggenkamp ook kansen. “We zijn een mondiale sport met veel verschillende landen die kunnen winnen. Dat is precies waar het IOC naar kijkt.” Zijn conclusie is helder: om te overleven en te groeien moet de roeisport blijven vernieuwen, zonder haar kern te verliezen. “Het is continu zoeken naar de juiste balans tussen traditie en toekomst.”

