Laga opent het roeiseizoen met een overtuigende zege in het eerstejaarsklassement. De acht uit Delft sloeg een gat van bijna een halve minuut, maar de staf blijft voorzichtig over de favorietenrol. De komende klassementsmaanden moeten uitwijzen hoeveel het thuisvoordeel daar aan heeft bijgedragen
Afgelopen weekeinde was de openingswedstrijd van het roeiseizoen, en daarmee het begin van het TxMiller Eerstejaarsklassement. Het was weertechnisch wat je van een winterwedstrijd mag verwachten: beide dagen wisselden motregen en code geel elkaar af
De winterwedstrijden zijn het eerste moment dat de eerstejaarsploegen elkaar op het water treffen, en dat maakt de uitkomst per definitie onvoorspelbaar. Vanwege de geringe sparmomenten sinds de Indoorkampioenschappen voelt de winterperiode alsof je twee maanden onder een bruggat doorroeit, met je tegenstander in het bruggat ernaast. Het is vaak een raadsel wie er aan het einde van die periode het snelste blijkt.
Tijdsprong
Bij de zware mannenachten waren de ogen gericht op Nereus en Laga. Waar de Amsterdammers het eerstejaarsklassement sinds 2018 niet uit handen hebben gegeven, waren de Delftenaren het rapst op de ergometer. Bij de NKIR in december roeiden de Lagaaiers nipt de snelste tijd, ondanks technische ergoperikelen in de laatste 200 meter, waardoor ze de race met zeven roeiers moesten afmaken.
Het kleine tijdsverschil van de NKIR is inmiddels een grote sprong geworden. De ploeg uit Delft sloeg zaterdag een gat van bijna een halve minuut. Njord finishte met de tweede tijd, waarna de Nereïden snel volgden.
Overleven
Dat twee overwinningen nog geen (klassements-)zomer maken, weet coach Aldo Pantano maar al te goed. Er waren immers ook ploegen die niet meededen aan de NKIR. “Bovendien zegt het langeafstandswerk niet zo veel over het baanseizoen,” nuanceert de Lagaaier.
Over een favorietenrol is hij dus ingetogen, maar hij is nu zeker tevreden met het resultaat. Met zijn medecoaches klokte hij halverwege al een mooie tijd. “De kunst was om dat in de laatste kilometers vol te houden.” Met inachtneming van het weer en de omstandigheden had Pantano met zijn coachteam een tijd bedacht die de ploeg realistisch gezien zou moeten kunnen varen. “Ze gingen hard het begin van de race in, dus zoals een winterwedstrijd betaamt, is het op het einde meer overleven.”
Thuiswater
De coach en zijn ploeg kennen het water maar al te goed. Vanwege werkzaamheden is de Schie momenteel de enige plek waar ze trainen. Pantano zag dat als een kans: “Het is fijn om op ons eigen water te laten zien wat we kunnen,” stelt hij. “De Schie is allesbehalve nieuw voor ons.”
Het is nog maar de vraag of het uitmaakt dat de volgende wedstrijden niet op het thuiswater van de Delftenaren plaatsvinden. “Uiteindelijk heb je meer aan de kronkelige Amstel dan aan de rechte Schie, als het daarom gaat,” aldus Pantano. Voorlopig richt hij zich met zijn ploeg vooral op wat er komen gaat: sprinten tijdens de Heineken Roeivierkamp.
