22 september 2017

Van Sprang: ‘Onder de 5:55 is gangbaar in de USA’

Van Sprang: ‘Onder de 5:55 is gangbaar in de USA’
Niki van Sprantg op archiefbeeld. Foto: Catherine de Kreij-Sauderais

Na een verblijf van vier jaar in de Verenigde Staten behaalde Niki van Sprang twee weken terug het hoogst haalbare binnen het Amerikaanse studentenroeien: het landskampioenschap in de studentenacht, de IRA. Het is nog niet genoeg voor de voormalig roeier van Pampus. Hij mikt op de Spelen van 2020.

Het is tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld. Na een wereldkampioenschap junioren een studie gaan doen in de Verenigde Staten. Afgelopen twee jaar trokken zes roeiers uit de succesvolle nationale juniorenequipe richting de andere kant van de oceaan en ook voor komend seizoen staan er een aantal in de startblokken.

Pioniers
Vier jaar geleden was dat nog anders. “Eigenlijk waren Job Heidweiller en ik pioniers. Alleen Olivier Siegelaar en Meindert Klem waren ons voor geweest, maar die stapten op een veel hoger niveau in.” Heidweiller en Van Sprang bemanden in 2011 de junioren dubbelvier die bij de WK als vijfde eindigde. “We werden bij de Ergohead van dat jaar aangesproken door een scout van Northeastern University en toen begon het te kriebelen.”

Vliegtuig
Van Sprang kreeg uiteindelijk zowel een aanbieding van Harvard als van Berkeley. Zijn gevoel bij de universiteit aan de westkust was beter. “Ik kreeg meteen een mail of ik langs kon komen. Alles op hun kosten, ze wilden me laten zien hoe leuk het er was. Dus een week later zat ik in het vliegtuig naar San Francisco. Dat maakte veel indruk.”

Teti
Ook de aanwezigheid van topcoach Mike Teti speelde een grote rol. Mede dankzij hem bleef de Almeerder uiteindelijk in Berkeley. “Het is de vijfde universiteit van de wereld dus met mijn opleiding zat het wel snor. Alleen financieel werd het lastig. Daar heeft Teti me erg bij geholpen. Het is bizar, maar er is één iemand in ons team fulltime bezig met het binnenhalen van geld voor beurzen.”

Cultuuromslag
De student politieke economie was aanvankelijk verbaasd dat de hoofdcoach zoveel moeite voor hem deed. “Ik ben slechts 1,87m lang en met tien centimeter de kleinste uit ons huidige team. Dan verwacht je geen aparte status. Later heb ik begrepen dat Teti een cultuuromslag wilde maken. ‘Cal’ stond bekend om haar wilde karakter en het was zijn doel net wat meer gefocust te trainen. Hij zag daarin een rol weggelegd voor mij.”

5:53
Het ging Van Sprang dan ook snel voor de wind. “Toen ik hier kwam dacht ik dat ik echt keihard mijn best moest doen om ook maar in de buurt van de eerste acht te komen. Maar ik zat in mijn tweede jaar al op slag van de beste boot.” Ondanks deze luxepositie bleef de roeier zich stapsgewijs ontwikkelen. “Ik ben van 6:06 naar 5:53 gegaan. Ik weeg 87 kilo. Lang niet slecht, al is deze tijd behoorlijk gangbaar binnen de ploeg. Bij een gemiddelde leeftijd van 20 jaar oud is dat best indrukwekkend.”

Washington
Pijnlijk was echter dat in al die jaren bij de belangrijkste wedstrijd van het jaar steevast werd verloren van grote concurrent Washington. “Ze hebben vijf jaar op rij de IRA gewonnen, dus dan doen ze wel wat goed. Ze hebben nog meer geld dan wij. Hun grootste donateur is de eigenaar van een warenhuisketen dan 15 miljard waard is. Dan weet je wel genoeg.”

Hurkmans
Dit jaar lukte het dan eindelijk wel, mede met de hulp van toptalent Maarten Hurkmans. “Hij heeft het echt fantastisch gedaan. Teti wisselt veel door om tot een ideale samenstelling te komen, ook als het goed gaat. Maarten werd een tijdje in de tweede boot gestald maar heeft zich keihard teruggevochten. Hij, maar ook onze Poolse toproeier Natan Szymcyk die op Olympische Spelen in de skiff roeit, is erg belangrijk geweest.”

SB
Het is de Amerikaanse mentaliteit, waarvan Van Sprang denkt dat het goed is dat de Nederlandse talent ermee in aanraking komen. “Je leert er echt veel van. Zowel qua opleiding – want we moeten allemaal ook nog eens knetterhard studeren – als qua levenservaring. Ik denk dat het samen met het goede Nederlandse technische roeien een combinatie is die heel succesvol kan zijn. Daarnaast mis je in Nederland bij het SB-roeien de dichtheid waardoor je niet een écht goeie acht kan maken voor een WK. Ik heb dan ook niet het idee dat ik iets gemist heb de afgelopen vier jaar.”

Tokyo
Van Sprang studeert pas eind dit jaar af, waarna hij weer terug naar Nederland komt. Volgende week doet hij nog in de vier-zonder mee aan de Henley Royal Regatta waar hij in de Visitors Cup zijn titel verdedigt. Stoppen met roeien is er vooralsnog niet bij. “Ik heb nog wel een slepende elleboogblessure die moet herstellen, maar als ik terugkom ga ik zeker het gesprek met Mark Emke aan. Tokyo is uiteindelijk mijn doel aan de horizon.”

©NLroei, 22-6-2016