25 februari 2017

Souwer: ‘Een triatlon is anders afzien’

Souwer: ‘Een triatlon is anders afzien’
Sophie Souwer na afloop van haar halve triatlon in Nieuw-Zeeland.

Waar de meeste andere olympiërs het aankomende seizoen rustig opbouwen, deed Sophie Souwer afgelopen weekeinde in Parijs al mee aan de Euro Open, het officieuze Europese kampioenschap op de ergometer, en eindigde als tweede. Dit najaar was ze in Nieuw-Zeeland ook al actief tijdens triatlons. Nu heeft Souwer haar zinnen gezet op een plek in de prioriteitsboot van de zware vrouwen.

Het idee om mee te doen aan de Euro Open kwam van haar vriend Martino Goretti, die met Italiaanse lichte vier als vierde eindigde bij de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. “Zij krijgen weinig kans dingen buiten hun programma te doen. Hij vond het leuk dit aan te pakken en vroeg me mee zodat we ook nog samen in Parijs konden zijn. Toen heb ik twee weken terug spontaan bedacht dat ik dan net zo goed zelf kon meedoen”, vertelt ze enthousiast.

Testen
Het past goed bij de aanpak van de roeister uit de olympische vrouwenacht. “Ik vind het leuk om mezelf op allerlei verschillende manieren te testen. Ik zoek graag situaties op waar ik wat van kan leren. Het is interessant om te zien waar ik sta na een periode waarin ik iets totaal anders heb gedaan. Natuurlijk kan je voor een perfect resultaat zo’n test beter rustig op de Bosbaan doen, maar in Rio was bijvoorbeeld alles ook niet bepaald ideaal. Het gaat erom dat je dan alsnog zo goed mogelijk presteert.”

Teleurgesteld
Het resultaat, een tweede plaats en een tijd van 6:46 – vijf seconden boven haar persoonlijke record – zinde haar echter niet. “Nee, ik was niet tevreden. Op basis van de paar trainingen die ik had gedaan en een zuurstofopname-test, dacht ik tussen de 6:38 en de 6:44 uit te komen. Onze coach Josy Verdonkschot dacht dat ook. Daarnaast doe ik wedstrijden om te winnen. Dat ik tweede werd vond ik ook maar niets. Achteraf had ik ook niet moeten proberen aan te haken bij de winnaar. Dat werd me fataal.”

Triatlon
Dat Souwer op dit moment van het seizoen al relatief fit is, komt mede omdat ze in december in Nieuw-Zeeland meedeed aan een halve triatlon. Ook daarin wilde ze graag zien of ze er voor haar roeicarrière iets uit kon halen. Wederom was haar vriend Martino de aanstichter van het plan. “Hij had al vaker triatlons gedaan en wilde meer. Toen dacht ik: ‘ach waarom doe ik niet gewoon mee’.”

Borstcrawl
Toen ze in november vertrokken, kon Souwer nog geen twee slagen borstcrawl achter elkaar maken. “Het betekende elke dag in het zwembad, goed naar anderen kijken en blijven proberen. Ik heb het in een maand redelijk onder de knie gekregen, maar het bleef behelpen. Het ging zelfs nog bijna mis. De dag voordat ik moest starten, raakte ik bij het oefenen helemaal in paniek van het extreem koude water. Ik kon alleen maar spartelen. Gelukkig ging het op de dag zelf wel goed en kwam ik gewoon in de groep aan land.”

Tranen
Na 90 kilometer fietsen en vervolgens 21 kilometer hardlopen, finishte de Amsterdamse helemaal kapot. “Het was heel bizar. Ik was in tranen toen ik de finish overkwam. Ik snapte dat vroeger nooit, maar het is zo intens om mee te maken dat je na afloop niets anders kan doen dan huilen.” Ze leerde er vooral om bij het presteren goed te luisteren naar je lichaam. “Anders houd je zoiets niet vol. Het is heel anders afzien dan een roeiwedstrijd of op de ergometer waar je op je klokje af kan gaan.”

Duurvermogen
Bijkomend voordeel van deze trip was dat Souwer werkte aan haar duurvermogen, voorheen een van de zwakkere punten van de roeister. “Bij de laatste test kwam dat ook naar voren. Het was mijn beste test ooit en dat op dit moment van het jaar. Ik kon meer Watt per kilogram trappen en op de ergometer gaan de duurtrainingen me veel makkelijker af. Vandaar ook dat ik aan de Euro Open mee wilde doen. Nu is het vooral een kwestie om aan mijn kracht te werken.”

Scullen
Komend seizoen is Souwer vastberaden een stap te maken en heeft in overleg met hoofdcoach Verdonkschot besloten te gaan scullen. “Daar zitten nu de beste roeisters en daar wil ik bij aanhaken. In 2013 zat ik al in de dubbelvier, maar lukte het me een jaar later niet om die plek te behouden. Ik denk dat ik nu meer te bieden heb. Daarnaast heb ik het idee dat scullen beter bij me past. Bij aankomend NK Klein moet ik voor mezelf bij de eerste vier eindigen, ik weet bijna zeker dat ik dat ik dat kan.”

©NLroei, 8-2-2016