Drysdale na vier jaar wachten eindelijk kampioen
Mahe Drysdale hing ’s ochtends voor zijn finale in de skiff met zijn hoofd in de wc-pot. Niet omdat hij net als vier jaar geleden weer last had van zijn maag, maar omdat hij zo zenuwachtig was. Maar toen de boomlange Nieuw-Zeelandse roeier, samen met de Tsjech Ondrej Synek de grote favoriet voor de titel, eenmaal aan de start lag waren de zenuwen verdwenen. Drysdale gaf vanaf het begin af aan gas, en Synek bleek niet opgewassen tegen de versnelling die de regerend wereldkampioen na 1250 meter plaatste. De titel die vier jaar geleden zo onfortuinlijk verloren ging kwam nu eindelijk in handen van Drysdale. “Dromen komen kennelijk toch uit,” vond de Nieuw-Zeelander.
Vier jaar geleden was Drysdale ook al favoriet voor de titel. Als drievoudig wereldkampioen en wereldrecordhouder was de veronderstelling dat niemand de Nieuw-Zeelander van de titel kon afhouden. Totdat Drysdale ziek werd: de machtige roeier bleek toch een sterveling en moest ondanks een moedige poging een beslissing te forceren genoegen nemen met brons, achter Olaf Tufte (goud) en Ondrej Synek (zilver). Na de finale van Beijing was hij zo kapotgestreden dat hij uit de boot moest worden geholpen door toegesnelde EHBO’ers.
Dit keer was Drysdale echter fit en het gedroomde gevecht tussen hem en Synek was weliswaar wat minder spannend dan we soms van ze gewend zijn, maar het leverde toch genoeg spektakel op. In de eerste kilometer lag het veld nog relatief dicht opeengepakt. Drysdale en Synek hadden gezelschap van Lassi Karonen (Zweden) en de voor thuispubliek roeiende Alan Campbel (Groot-Brittannië). In het tweede deel van de wedstrijd namen de twee kemphanen uit Nieuw-Zeeland en Tsjechië afstand van het veld. Drysdale nam het initiatief naar zich toe en Synek zag zich niet in de gelegenheid om adequaat te reageren. De Tsjechische roeier moest op die manier genoegen nemen met zilver, net als vier jaar geleden. Net als zijn illustere landgenoot Vaclav Chalupa zit er voor Ondrej Synek voorlopig niet meer in dan zilver, al gaf Synek aan nog te hopen op een ommekeer zoals hem dat ook tijdens de wereldkampioenschappen in 2010 was gelukt.
De strijd in de mannen skiff was een van de vele hoogtepunten van de eennalaatste roeidag op de Olympische Spelen. Het ongeveer 25.000 man sterke roeipubliek leefde van het ene opzienbarende moment naar het andere. Dat de toeschouwers voornamelijk Britten zijn en het thuisland zich in alle bootklassen waar het aan meedoet heeft geplaatst voor de finale hielp daarin een handje. Hartstochtelijk werd er geschreeuwd vanaf de kant toen de mannen dubbelvier het spits mocht afbijten. De toeschouwers hadden het bijna niet meer toen de twee-zonder met Will Satch en George Nash in de laatste honderd meter de koers niet meer kon vasthouden en naar de baan van de favoriete Nieuw-Zeelandse twee-zonder uitweek.
Spanning en sensatie alom dus. En vooral veel titels voor roeiers en roeisters die dat verdienden. De Duitse dubbelvier was oppermachtig in hun wedstrijd en haalde zo voor het eerst sinds 1996 het dubbelviergoud weer naar hun land. De Nieuw-Zeelandse twee-zonder met Hamish Bond en Eric Murray zette na drie ongeslagen jaren de kroon op het werk door afgetekend de finale te winnen. Maar het absolute toetje waar het Britse roeipubliek op zat te wachten was de finale van de vrouwen dubbeltwee. Na drie keer zilver was de grote vraag van vandaag of Katherine Grainger eindelijk goud zou veroveren. Het antwoord was ja, en een donderend applaus van de tribune was het gevolg.
Het succes van Grainger en de Nieuw-Zeelandse twee-zonder, de vele finaleplaatsen, de opmerkelijke race van de Zuid-Afrikanen in de lichte vier-zonder, de bronzen plak van Alan Campbell, de eerste voor een Britse skiffeur sinds 1928: er valt genoeg te juichen. De enige smet op de roeiwedstrijden is tot nog toe de wind. Gisteren was er hevige kritiek op de organisatie omdat FISA na uitgebreid wikken en wegen had besloten om de baanindeling niet aan te passen. Door de schuine wind, die vooral bij de finales van de lichte vier-zonder en de zware dubbeltwee de kop opstak, hadden de ploegen in de lage banen het moeilijker. Door de baanindeling niet aan te passen, zo vonden de critici, beschermde de wereldroeibond de favorieten niet genoeg. Die hadden recht op de beste banen – in dit geval vijf en zes. Waar FISA op donderdag nog onvermurwbaar bleek, ging de organisatie vrijdag alsnog overstag: de topploegen kwamen in vijf en zes te liggen, en de velden kwamen veelal in omgekeerde volgorde binnen. Baan zes als winnaar van het goud en baan één als allerlaatste.
Deze roeipolitiek kon het publiek evenwel niet deren. In welke baan de ploegen ook binnenkwamen: er werd gebruld, gejuicht, gejoeld en geschreeuwd. Totdat de kelen schor waren en de handen rood van het klappen. Alle atleten zijn het er daarom ook over eens: de steun van het publiek is fantastisch. De orkaan van geluid die op je afkomt als je de laatste 500 meter van de race vaart is bijzonder. Maar morgen gaat het dak er pas echt af. Als het absolute vlaggenschip van de Britten in actie komt is het gejuich in Nederland te horen. Het olympische roeitoernooi is morgen weliswaar afgelopen, maar het belooft een klapper van jewelste te worden.











