Holland Acht eerste Nederlandse finalist
Het was erop of eronder voor de Holland Acht vandaag. In een herkansing met zes landen, waarbij alleen Oekraïne nauwelijks aanspraak maakte op een plek bij de vereiste snelste vier, moest het vlaggenschip van Nederland vanaf haal één vol aan de bak. Plek vijf betekende namelijk B-finale en met Australië, Groot-Brittannië, Polen en Canada als tegenstanders had Nederland te maken met ploegen die stuk voor stuk op het podium hebben gestaan tijdens wereldbekers of WK’s. Maar de Holland Acht kweet zich van haar taak – ook al was de race nog altijd niet overtuigend.
“Onze eindsprint moet nog zoveel beter,” concludeerde Matthijs Vellenga na afloop van de wedstrijd. “We yoyo’en nu heen en weer in de ranglijst, vechtend met wat andere ploegen voor de bronzen medaille. Maar als het klikt, dan doen we gewoon mee voor goud. Percentueel gezien is de kans daarop klein, maar de kwaliteit in de boot is afdoende. We kunnen het gewoon.”
Toch was het niet zozeer de eindsprint waar de Nederlanders veel verloren. Vooral de eerste kilometer was mager. Met een opening van 1:20.7, een officieuze tijd omdat de systemen niet goed registreerden wanneer de Nederlanders over de lijn kwamen, verloor de ploeg al bijna een seconde op Groot-Brittannië, een verschil dat in de tweede vijfhonderd meter alleen maar groter werd. Door middel van een sterke tweede kilometer en vooral een noodzakelijke eindsprint werd een plek bij de eerste vier veilig gesteld. De acht roeiers verkleinden daarbij ook het gat naar de winnende Britten. Op de streep bedroeg het verschil wederom één seconde, maar met een stabielere race had er meer in gezeten.
Ook de mannen vier-zonder, die vandaag voor het eerst in actie kwam tijdens de Olympische Spelen, moest door een magere start redelijk wat ruimte toegeven op de concurrentie. Kaj Hendriks, Boaz Meylink, Ruben Knab en Mechiel Versluis kwamen echter al snel op stoom en roeiden uiteindelijk voorbij aan bijna al hun tegenstanders. Alleen Amerika bleek een maatje te groot, maar de Grieken, afgelopen WK nog goed voor de bronzen medaille, werden vakkundig op hun nummer gezet.
“Er was veel zijwind bij de start,” vertelde Ruben Knab na afloop, verder aangevend dat de ploeg daarom wat scheef in de baan kwam te liggen. "Als de boot recht ligt, dan is hard roeien geen enkel probleem. Ik denk dat dit onze ploeg ook goedmaakt. Ik denk bovendien dat we een ploeg zijn die in het toernooi moet groeien. Het maakt me niet uit wie we tegenkomen in de halve finale. Je weet met Australië en Groot-Brittannië dat er nog maar twee plaatsen over zijn voor de finale.
Diezelfde moeilijke situatie diende zich bij Ellen Hogerwerf en Inge Janssen al eerder aan dan de halve finale. Met de regerend en drievoudig wereldkampioenen – de Britse dames Katherine Grainger en Anna Watkins – en de talentvolle Nieuw-Zeelandse dames in de heat was er weinig kans dat de Nederlandse dames door zouden stoten naar de volgende ronde. Hogerwerf en Janssen moesten in hun eerste olympische optreden dus accepteren dat de echte wereldtop een stukje harder gaat en er tijdens een toernooi als de Olympische Spelen geen cadeautjes worden uitgedeeld.
Voor morgen geldt die boodschap dubbel en dwars. Nanne Sluis en Meindert Klem, die in hun heat alleraardigst voor de dag kwamen, hebben een loodzware opgave om de finale te bereiken. Met de kersverse wereldrecordhouders Nieuw-Zeeland en de sterke Canadezen in hun halve finale is er realistisch gezien nog maar één plek over voor de finale. Met ook Italië, Duitsland en de Verenigde Staten zullen Klem en Sluis een harde dobber hebben om de eindstrijd te bereiken.
Ook de lichte vier-zonder heeft morgen een pittige wedstrijd in het verschiet. De halve finale van 13:40 (Nederlandse tijd) brengt hen Groot-Brittannië, Amerika, Zwitserland, Duitsland en Tsjechië. De Engelsen en Zwitsers hebben in de voorwedstrijd veel indruk gewekt, maar de andere drie ploegen zijn zeker te verslaan. Met een agressieve race – en de lichte vier steekt volgens zichzelf in goede vorm – is er zeker van alles mogelijk, maar het wordt allesbehalve makkelijk.
De vrouwenacht en de lichte vrouwen dubbeltwee hebben het morgen een stukje makkelijker. De vrouwenacht vecht in een herkansing met vijf ploegen om vier plekken. Bij voorbaat lijken Duitsland en Australië al de mindere ploegen, dus zou de Nederlandse boot geen problemen moeten ondervinden om zich voor de finale te kwalificeren. De lichte dames Maaike Head en Rianne Sigmond zouden zich met gemak moeten kunnen weren tegen de dames uit Viëtnam, Japan, Egypte en Brazilië. Daardoor is een tweede plek gewoon mogelijk in de herkansing. De volgende fase in het toernooi lonkt voor de meeste ploegen. Nu nog even orde op zaken stellen.
Daarbij moeten de Nederlanders vooral niet vergeten dat alles vanzelf wel goed komt. De Nieuw-Zeelandse dames dubbelvier, toch niet de minste ploeg, zag zichzelf vandaag roemloos ten onder gaan in de herkansing toen een snoek en een gebroken riem alle dromen van olympische medailles in het water deden belanden. Zoals ervaringsdeskundige Mahe Drysdale ook kopte naar aanleiding van dit drama: de Spelen zijn hard. Niks is gratis.











