NLroei

  • Roeien
    • Artikelen
      • Artikelen
      • Kort nieuws
    • Evenementen
    • Verenigingen
    • Roeibanen
    • Links
    • NL records

    • Blikkenlijst
    • Trainingslog
  • Mijn roeien
    • Account
    • Mijn blikkenlijst
    • Mijn trainingslog
    • Favoriete foto's
  • Media
    • Foto's
      • Foto's
      • Babes
      • Hunks
    • Roei.tv
  • Interactie
    • Forums
      • Coaching
      • Materiaal
      • Ervaring met ....
      • Verloren, Gevonden of Gestolen
      • Vraag en Aanbod
      • Overig
  • Webwinkel
    • Producten
    • Foto's
    • Winkelwagentje
  • Info
    • Over NLroei...
    • Contactgegevens
    • Fotogebruik
Icon_users aanmelden     En-c54fef9b18631b7304091934a341b1d3 Nl-877227768cb0c0508727424bd7b6286f
 

Who to Watch - WK onder 23

woensdag 20 juli 2011 10:48 geplaatst door michiel
Wu23amsterdam_005
Ruim driehonderd ploegen uit 63 landen. En elk land heeft zo wel zijn exotische roeipakjes en bijzondere driekleur op het blad geschilderd. Is dat nou Georgië of Kazachstan? En die ploeg? Irak of Egypte? Het is in een toernooi als het WK onder 23 niet eenvoudig om tussen de honderden atleten de favorieten te ontdekken. Er lopen namelijk genoeg ervaren krachten rond, en lang niet altijd in de tenues van de geëikte grootmachten als Groot-Brittannië, Duitsland, Amerika en Australië. Om te voorkomen dat de toeschouwers urenlang onderzoek doen op internet en met hun neus in de papieren zitten zetten we hier alvast een aantal interessante deelnemers op een rijtje. Nou ja, een aantal. Een flinke berg deelnemers.

M1x
In de mannen-skiff kan je om één iemand onmogelijk heen. Aleksander Aleksandrov uit Azerbeidjan. Hij is niet bijzonder groot, ook niet bijzonder zwaar, maar hij kan verschroeiend hard roeien. De geboren Bulgaar roeit al sinds zijn zestiende op internationale toernooien rond, en nu, vijf jaar later, is hij de favoriet voor de eindzege. Vorig jaar moest hij de winst nog overlaten aan Karl Schulze, een Duitse roeier naast wiens fysiek zelfs Roel Braas verbleekt. Schulze is er dit jaar niet bij; hij heeft plaatsgemaakt voor zijn minstens zo imponerende landgenoot Hubert Trzybinski. Maar Aleksandrov weet hoe winnen voelt: op juniorenniveau was hij tot tweemaal toe wereldkampioen. Hij moet in zijn gooi naar de macht wel af zien te rekenen met de ervaren Stergios Papachristos. De Griekse roeier heeft al een flinke medailleverzameling opgebouwd, waarbij zijn zilveren medaille tijdens het WK in Nieuw-Zeeland ongetwijfeld de mooiste is tot nog toe. Boordroeien is alleen niet hetzelfde als scullen.

W1x
De nummers één en twee van vorig jaar in de vrouwen skiff zijn wederom van de partij. De kans is groot dat de Oost-Europese strijd ook dit jaar weer zal losbarsten tussen de Litouwse Vistartaite en de Estse Pajusalu. Laatstgenoemde kan bogen op veel vermogen; ze won eerder dit jaar de Amerikaanse ergometerkampioenschappen met een imponerende tijd van 6:41.3. Het probleem bij Pajusalu is dat ze dat rauwe vermogen nog niet zo makkelijk om weet te zetten tot een lekkere bootsnelheid. Wie weet komt dit de kleine, explosieve Nicole Beukers ten goede. Als er iemand van de zeventien skiffeuzes wel weet hoe je een race hard maakt is het de roeister uit Leiden wel.

LM1x
Verreweg de meest opzienbarende naam in de deelnemerslijst is wel de Fransman Jeremie Azou. Een zeer ervaren roeier, die kennelijk toch niet te oud is om deel te nemen in Amsterdam. Azou was negentien toen hij voor het eerst een WK-medaille binnensleepte in de lichte dubbelvier. In 2009 won hij zilver in het krankzinnig zware lichte dubbeltwee-veld. Om eerlijk te zijn heeft Azou het hele traject van het WK onder 23 al achter zich gelaten, maar nu, in het laatste jaar dat hij mee kan doen, heeft hij toch zijn skiff gepakt om ook daar een prijs te pakken. Hij is dan ook huizenhoog favoriet. Voor Nederlander Frans Goutier, vorig jaar nog finalist in de lichte dubbelvier, zal het een pittige strijd worden om in dit grote veld aan te haken. Maar Goutier kent dit water goed, en met blufpoker kom je in de skiff een heel eind.

LW1x
Annick Taselaar is wat je noemt een kanshebster voor een medaille. De dit jaar voor het eerste licht roeiende skiffeuze vocht tijdens de Holland Beker een mooi duel uit met de Britse Katherine Copeland. Die ging er uiteindelijk met de knikkers vandoor, maar Taselaar is het type roeister dat de kaas niet nog een keer van het brood laat eten. Copeland is alleen niet de enige kandidaat voor de eindzege. De favoriet luistert namelijk naar de naam Alena Kryvasheyenka, en ze woont in Wit-Rusland. In 2010 was zij in Brest al de beste en dit jaar gaat ze op voor gouden plak nummer twee. Let ook op de Zweedse Emma Fred, die nog wel eens verrassend uit de hoek zou kunnen komen.

M2-
De Britten, traditiegetrouw goed op roeigebied, zullen vooral in de twee-zonder de kop opsteken. Constantine Louloudis en George Nash roeiden beiden de Boat Race. Nash aan boord van de lichtblauwen uit Cambridge, Louloudis was een van de krachtpatsers in de boot van Oxford. Laastgenoemde trok aan het langste eind, maar dat neemt niet weg dat de twee elkaar niet meer kunnen luchten of zien. Een maand na de universiteitswedstrijd op de Thames gooide het duo hoge ogen tijdens de Britse trials. In de finale legden ze ervaren tweetjes het vuur aan de schenen. Het duo roeide bovendien in Luzern op de bonnefooi naar de zevende plaats overall, een buitengewoon goede prestatie voor een tweetal dat eigenlijk naar het WK onder 23 toe aan het werken is. Vorig jaar waren Nash en Louloudis goed voor zilver in de vier-zonder - wordt het dit jaar goud? De kans is groot. Zuid-Afrika, vorig jaar nog de beste, heeft maar één roeier over van de winnende ploeg van 2010. Dat is waarschijnlijk niet genoeg om de titel te prolongeren.

LM2-
Groot-Brittannië heeft enige jaren geleden een indrukwekkende greep naar de macht gedaan in het lichte roeien. Hoewel het tijdens de Olympische Spelen van Beijing mis ging met de vier-zonder, ligt het in de lijn der verwachtingen dat de Engelsen volgend jaar gaan oogsten. Niet alleen omdat de vier zonder haperingen vooraan vaart, maar ook omdat daarachter nog een aantal zeer talentvolle roeiers rondloopt. Kieren Emery won vorig jaar zilver in de lichte dubbel. Peter Chambers was invaller in Luzern en won prompt het goud in de lichte vier-zonder, samen met zijn broer Richard. En nu stappen Chambers junior en Emery samen in de twee-zonder. Niet het meest prestigieuze nummer, maar wel een veld waar ze best wel eens een Muda’tje zouden kunnen doen. Wat dat is? Met een geweldige voorsprong winnen, net zoals Tycho en Vincent vorig jaar in Brest.

W2-
Amerikaanse dames en het roeien in twee-zonders gaan over het algemeen goed samen. Geen wonder dus dat de Verenigde Staten titelverdiger is in dit nummer. Echt veel voorsprong hadden Müller en Kroll vorig jaar niet op Roemenië; het was slechts een gaatje van drie tienden van een seconde. Felice Müller is de enige van de ploeg die nog over is, en ze moet het met haar nieuwe partner Grace Luczak opnemen tegen een nieuwe Roemeense combinatie. De dames uit Zuid-Europa zijn echter niet de minsten en het zou te voorbarig zijn om ze nu al af te schrijven voor het goud. En Nederland? Inge Janssen en Ellen Hogerwerf voeren tijdens de Holland Beker al erg hard samen. In de wandelgangen wordt gefluisterd dat het Utrechts/Delftse duo best wel eens een medaille kunnen winnen. Brons? Of wordt het misschien nog hoger dan dat? De finale moet er hoe dan ook in zitten.

M2x
Letland wordt niet vaak genoemd als favoriet voor een medaille. Een blauwe maandag in de dubbelvier misschien, maar niet meer dan dat. Toch won het oostblokland vorig jaar de gouden medaille in de dubbeltwee. Dit jaar zijn Sire en Adamaitis terug om nogmaals als eerste over de streep te komen. Net als in 2010 komt de concurrentie uit Duitsland, traditioneel een land dat met dit nummer goed uit de voeten kan. Met name slagman Sebastian Peter beschikt over een indrukwekkend palmares, met een flinke handvol eremetaal op diverse toernooien. Vorig jaar was ook hij het die zilver won achter de Letten, maar hoe zal het de beste man nu vergaan met een nieuwe partner? De Nederlandse combinatie Freek Robbers/Dirk Uittenbogaard zou goed moeten zijn voor de finale. De roeiers van het Amsterdamse Nereus zijn zelf voorzichtig en wagen zich niet aan een voorspelling. Misschien is dat wel een goede tactiek. Niet denken, maar doen. Uittenbogaard weet hoe het is om finale te roeien, nu nog naar die medailles toe.

W2x
Met elf ploegen is de dubbeltwee bij de vrouwen niet bijzonder goed bezet. Dat neemt niet weg dat de strijd aan de top meedogenloos zal zijn. De Duitse roeisters Schultze en Adams nemen naar alle waarschijnlijkheid het voortouw, op de voet gevolgd door de dames uit Wit-Rusland. Maar zal de jeugdigheid van Duitsland het van de ervaring van Wit-Rusland winnen na twee kilometer? Een goede outsider voor een hoge klassering is ook de Roemeense dubbeltwee. Petrila en Craciun roeien vanaf 2009 vrijwel standaard in de medailles. Dit jaar is de vorm nog niet echt waar het zijn moet, maar wat niet is, kan in Amsterdam nog komen.

LM2x
Qua inschrijvingen doet de lichte mannen dubbeltwee het goed. Liefst 25 ploegen nemen de gang naar de weegschaal op de Bosbaan. Maar het is niet zo dat er één ploeg met kop en schouders boven uit steekt. De Grieken zijn weliswaar regerend wereldkampioen, maar er ligt nu een nieuwe dubbel. En ook al is je achternaam dan Konsolas en werd je oudere broer in 2010 wereldkampioen in Brest, dan nog geeft dat geen garanties voor de toekomst. In plaats daarvan liggen een aantal andere ploegen op de loer. De Denen zijn vrijwel altijd goed, de Spanjaarden waren vijfde vorig jaar en de Duitsers (regerend brons) hebben prima ijzers in het vuur. Voor de Nederlanders Allard van den Hoven en Daan Weide is dat vuur waarschijnlijk net iets te heet.

LW2x
In tegenstelling tot de mannelijke gewichtsklasse is het bij de vrouwen wel duidelijk dat Griekenland gaat winnen. Er valt weinig tegen het lijstje podiumplaatsen van Triantafyllia Kalampoka en Christina Giazitzidou in te brengen. De dames wonnen vorig jaar relatief makkelijk de titel in Wit-Rusland. De verrassende winnaressen van het zilver vorig jaar, Nieuw-Zeeland, roeit niet meer in dezelfde opstelling. Lucy Strack heeft de stap naar het seniorenroeien gemaakt en Julia Edward blijft op die manier eenzaam achter. Of het nieuwbakken Kiwi-duo over dezelfde vechtlust beschikt als de ploeg van vorig jaar valt te bezien. De Nereus-meisjes Lieve Leijssen en Lisa Wörner behoren niet tot de buitencategorie in dit veld, maar wie weet heeft hun voorbereiding in Italië vruchten afgeworpen. Het kan immers niet zo zijn dat tips van Marit van Eupen, de regerend olympisch kampioene in de lichte dubbeltwee, nergens toe leiden.

M4-
Tijdens de WK’s voor roeiers onder 23 jaar scoort Italië vaak goed in het zware mannen roeien. De acht en Italië gaan weliswaar niet lekker samen, maar in de vier-zonder en de vier-met zijn de Azzurri vaak van voren te vinden. In Amsterdam zal dat niet anders zijn. Hoewel er maar één roeier over is van de kampioensploeg van vorig jaar lijken ze ook nu weer een aantal sterke mannen bij elkaar in de boot te hebben gezet. Duitsland, de grote concurrent, stuurt vier roeiers die vorig jaar zilver wonnen in de vier-met. Dat nummer is vooral geschikt voor brute kracht, terwijl in de vier-zonder wat meer finesse is vereist. Desalniettemin zullen de Duitsers meedoen voor de prijzen. De nummer drie, Kay Rückbrodt, heeft bovendien een goed voorbeeld: zijn beide lichte broers roeien al jaren mee aan de top.

LM4-
Veertien inschrijvingen, net als tijdens de Olympische Spelen. En alle toplanden zijn ook nog eens vertegenwoordigd. Wat dat betreft zijn de vooruitzichten voor de lichte vier-zonder prima. Al helemaal als je bedenkt dat de nummers één en twee van vorig jaar, Groot-Brittannië en Italië, beiden in dezelfde opstellingen aan de start verschijnen. De andere finalisten hebben vrijwel allemaal een nieuwe ploeg – wat overigens niet wil betekenen dat er minder gepresteerd gaat worden. Net als bij de senioren is de lichte senioren-B vier-zonder veelal het spannendste veld van het toernooi. De Nederlandse ploeg, voortkomend uit het tot nog toe goed draaiende regionale talentcentrum in Groningen, zal alle zeilen bij moeten zetten om met de concurrentie mee te kunnen draaien. Met name in dit veld zijn er niet of nauwelijks tweede kansen. Voor Kuiper, Kortink, de Cort en Peeters zal het vanaf haal één moeten kloppen willen ze hoger eindigen dan de B-finale.

W4-
Niet het meest prestigieuze veld, maar wel een veld waar kansen zijn voor Nederland. De ploeg voer tijdens de Holland Beker eigenlijk boven verwachting goed, en wist op beide dagen de Canadese dames – ook in Amsterdam aanwezig – te verslaan. Dat is een opsteker. Canada is echter geen grote medaillefavoriet. Die eer gaat naar Amerika, regerend wereldkampioen, en in mindere mate ook naar Australië (zilver in 2010) en misschien ook Duitsland. Ook Italië moet niet compleet uitgevlakt worden, ook al hebben de Italiaanse dames nou niet bepaald en historie op het gebied van vier-zonderen. Nederland behoort ook tot de medaillekandidaten. Vorig jaar was dat ook het geval, maar de dames konden klaarblijkelijk niet goed omgaan met de prestatiedruk. In Amsterdam is dat hopelijk wel anders.

M4+
Net als in de zware vier-zonder draait het in de vier-met om de strijd tussen Duitsland en Italië. De Italianen zijn fysiek niet de meest indrukwekkende roeiers, maar sterk zijn ze wel; atleten die er hun hand niet voor omdraaien om met snel weer hun boot binnen zes minuten van start naar finish te roeien. En de Duitsers? Vrijwel allemaal groter en sterker dan de Italianen, zoals het een goede, degelijke Duitse ploeg betaamt. Wat dat betreft wordt een mooie pot. Het internationale baanrecord voor roeiers onder 23 jaar staat bovendien niet bijzonder scherp; 6:14.39 moet te verbeteren zijn. Voor de Nederlandse ploeg zal het aanpoten worden. Het niveau van de topploegen is echt te hoog gegrepen, maar in een veld van tien moet het niet onmogelijk zijn om voor de laatste twee finaletickets te strijden.

M4x
Kroatië was in 2010 ongenaakbaar, niet alleen in de strijd met hun leeftijdsgenoten tijdens het WK onder 23 maar ook bij de senioren in Nieuw-Zeeland. De grote vraag is hoe het staat met hun opvolgers, de nieuwe Kroatische ploeg die het in Amsterdam moet gaan proberen. Veel ervaring heeft de vier niet, en het zal daarom moeilijk worden om de dertien andere ploegen van zich af te houden. De favorietenrol gaat daarom naar de altijd solide roeiende Duitsers. Het is een erg jonge combinatie, maar wel een die door de vele geslaagde juniorentoernooien weet wat winnen is. De meeste dreiging komt voor de Duitsers uit Oost-Europa: landen als de Oekraïne, Wit-Rusland, Polen en Rusland deden het vorig jaar goed en keren terug met de beproefde roeiers. Let ook op de Australiërs, die als een duveltje uit een doosje de finale in zouden kunnen springen.

W4x
Ook als je niet de winnende ploeg van vorig jaar bij je hebt kan je de favoriet zijn. De Duitse dubbelvier was in 2010 met afstand de beste. Alleen Julia Lier is nog overgebleven van die gouden combinatie, maar dat neemt niet weg dat het Duitse kwartet aan kwaliteit heeft ingeboet. Integendeel: Duitsland beschikt vrijwel altijd over sterke dubbelviertjes. Ook de landen uit Oost-Europa komen meestal goed voor de dag. Rusland gooide vorig de hoogste ogen na Duitsland, en lijkt ook dit jaar weer een kanshebber voor een medaille. Daarachter is het koffiedik kijken. Amerika, Roemenië en misschien zelfs Nieuw-Zeeland lijken alledrie interessante ploegen te hebben.

LM4x
De lichte mannen dubbelvier en Nederland gingen tot 2004 erg goed samen. Jaarlijks stuurde de roeibond wel een ploeg naar Luzer en het WK. Maar toen werd het een tijdje stil, ook omdat er op SB-niveau geen jong bloed doorbrak. Gaat die trend dit jaar doorbroken worden? Dat is de vraag. Van Wittmarschen, Vervoort, Hingstman en Weerkamp zitten nog niet zo lang bij elkaar en dan is het in een nummer als de lichte vier niet eenvoudig om aansluiting te vinden. Landen die in dit nummer vrijwel standaard goed presteren zoals Denemarken, Duitsland en Italië schieten er over het algemeen vandoor en als je niet aanhaakt ben je verloren. Voor de podiumplaatsen wordt het voor Nederland moeilijk, maar tussen de dertien tegenstanders ligt voldoende gelijkwaardige roeimateriaal om mee te sparren voor de finale.

LW4x
Oorspronkelijk bestond er geen vrouwen dubbelvier lichtgewicht tijdens het WK onder 23. Een aantal landen, waaronder Nederland, heeft toen driftig gelobbyd en inmiddels staat het nummer op de agenda. Dit jaar zelfs met een achttal inschrijvingen, maar helaas geen Nederland. De spoeling is kennelijk te dun, en daarom zal de aandacht gaan naar de buitenlandse ploegen. Italië lijkt op voorhand favoriet, maar het zou zomaar kunnen dat de Italiaanse dames te licht denken over het niveau van dit veld. Dat zou ze wellicht duur kunnen komen te staan. De vraag is dan wie er voor dreiging kunnen zorgen. Misschien de Chinese dames? Of de Aziatische lichte roeiers van goede huize komen is altijd de vraag, maar het zou zomaar kunnen dat de Chinezen vooraan meedoen. Wie zeker meeroeien voor de prijzen zijn de ploegen uit Duitsland en Frankrijk. De Fransen won vorig jaar het brons, en waarom zou het dit jaar niet lukken om een hogere plek op het podium te bemachtigen?

M8+
Duitsland is eigenlijk sinds jaar en dag heer en meester in de acht. Er kruipt wel eens land naderbij, maar in de tweede kilometer doen de Duitsers vaak wat er van ze verwacht wordt: hard doorstampen en met een gedegen voorsprong over de streep komen. Ook in 2011 hebben de Duitsers de beste papieren. De Nederlandse ploeg is onberekenbaar. Er zit vermogen en technisch vernuft in de acht, maar het lukt niet altijd om dat er uit te krijgen. Misschien dat een luidkeels aanmoedigend thuispubliek het laatste ingrediënt is dat de Nederlanders nodig hebben om hard te varen? Andere achten die voor een hoge klassering kunnen gaan zijn Amerika en Engeland. Ook Polen beschikt over veel bruut vermogen dat nodig is om de logge acht in beweging te krijgen.

W8+
Het mag misschien niet hardop gezegd worden, maar met zes ploegen is de vrouwen acht een beetje het lelijk eendje van het WK onder 23. Jeroen Spaans, bondscoach development, gaf ook ruiterlijk toe dat de Nederlandse acht niet was gestart als er voorwedstrijden aan te pas waren gekomen. Of dat de Nederlandse ploeg zal helpen valt te bezien. Op Kirsten Wielaard, stuurvrouw Evi van de Graaf en de niet bij de inschrijvingen staande maar wel meeroeiende Lisanne van Geffen na hebben alle roeisters andere boottypes waar ze in uitkomen – en vermoeid van zullen zijn. Aan de andere kant kan uit zo’n mooie kerstboomcombinatie genoeg moois tevoorschijn komen. De Amerikaanse dames zijn zoals elk jaar huizenhoog favoriet. De Britse en Duitse achten zullen het naar alle waarschijnlijkheid met elkaar uitvechten om het zilver. De joker gaat naar de Nieuw-Zeelandse ploeg. Naar het schijnt komt de A-selectie over uit Hazewinkel om de talenten aan te moedigen. Dan zet je natuurlijk je beste beentje voor.

Tags:
Algemeen


Deel dit op:


login om een reactie te plaatsen

terug

Roeien

Artikelen
Kort nieuws
Evenementen
Verenigingen
Roeibanen
Links
Blikkenlijst
Trainingslog

Mijn roeien

Account
Favoriete foto's
Mijn blikkenlijst
Mijn trainingslog

Media

Foto's
Babes
Hunks
Roei.tv

Interactie

Coaching
Materiaal
Ervaring met ....
Verloren, Gevonden of Gestolen
Vraag en Aanbod
Overig

Webwinkel

Producten
Foto's
Winkelwagentje


Over NLroei...

Contactgegevens

Fotogebruik

Twitter  Facebook  RSS  iCal subscribe

© 2012 Stichting NLroei