Prinsessen en monsters
zondag 19 juli 2009 23:00
geplaatst door
michiel
Met een Olympische titel in de dubbeltwee heeft het huidige lichte damesroeien in Nederland heel wat om tegen op te boksen. Zeker nu degenen die de titel behaalden, Thetis-dames Kirsten van der Kolk en Marit van Eupen, de riemen aan de wilgen hebben gehangen. Van der Kolk is tegenwoordig full-time moeder, part-time interviewster bij de Holland Beker; Marit van Eupen heeft tot nader order een sabbatical ingelast en was tijdens de wereldbekerfinale in Luzern vooral in Zwitserland om het roeien te bekijken en natuurlijk omdat echtgenoot Josy Verdonkschot zijn Italiaanse dames aldaar aan het begeleiden was. Met Maaike Head en Rianne Sigmond is wellicht de volgende succesvolle dubbeltwee opgestaan, maar wat opvalt is dat het lichte damesroeien een ongelofelijke kwantitatieve groei heeft doorgemaakt de laatste jaren. Met ook het senioren-B WK in het vooruitzicht praat NLroei mede daarom met de lichte dames senioren-B dubbelvier een nieuw uitgeschreven nummer op het WK onder 23 over de weegschaal, het roeiseizoen en de babes-pagina.Het is nog een kleine week totdat de lichte dames Lieve Leijssen, Lisa Wörner, Amber van Zomeren en Sofie Valk hun wedstrijden moeten gaan varen voor het wereldkampioenschap voor roeiers onder 23 jaar in het Tsjechische Racice. Valk en van Zomeren opereerden vorig jaar al op dat niveau in de Olympische klasse lichte dubbeltwee. Leijssen en Wörner komen dit jaar voor het eerst kijken op het WU23, maar roeiden het afgelopen seizoen al samen in de dubbeltwee op de Coupe de la Jeunesse. Van een schone lei mag daarom niet gesproken worden. Zeker niet als men in acht neemt dat ze allevier junioren-roeisters waren voor Willem III voor de overstap naar de A.S.R. Nereus. Onze lievelingsdieren zijn namelijk leeuwen, licht Sofie Valk die keuze met een knipoog toe, om vervolgens iets serieuzer op te merken dat er niet een verschrikkelijk bijzondere reden was om voor de bordeaux-rode vereniging te kiezen. We gingen nu eenmaal allemaal in Amsterdam studeren, antwoordt Valk. Geen van de vier spreekt expliciet uit dat de voorkeur van veel junioren nog steeds uitgaat naar Nereus en dat de reputatie van die vereniging ook voor hen een doorslaggevend argument is geweest. En waarom zouden ze ook? Leijssen, Wörner, van Zomeren en Valk trainden dit jaar mee in de HvA-groep van Jeroen Spaans, een verenigingsoverstijgend samenwerkingsproject met de bedoeling om het roeien naar een hoger plan te tillen. Vanaf het begin van het jaar staan de vier roeisters onder begeleiding van bondscoach development Coen Eggenkamp. Dat was min of meer toevallig, legt die desgevraagd uit. Vorig jaar heb ik gemerkt dat het niet wenselijk was om me bezig te houden met én het coachen van dames op Nereus én mijn onpartijdige functie als bondscoach. Dat kon toen niet anders, dit jaar ben ik zo snel het kon met mijn duo-functie gestopt. Ik ben nu meer een manager. Ik hou de ploegen in de gaten, leidt de selecties en benoem coaches. Alleen voor Kirsten [Wielaard, red.] en de lichte dames is er een soort van uitzondering op coachgebied. Eggenkamp zag zijn vier roeisters in de loop van het seizoen langzaam doorontwikkelen, maar de verschillen onderling waren erg klein. Ze zijn allevier wat wisselvallig, legt de voormalig lichte WK-roeier uit, en er kwam niet echt een lichte dubbeltwee bovendrijven die overduidelijk de beste was. Het is grappig om te zien dat ze allemaal op een ander moment goed waren. Aangezien de Australiërs een verzoek hadden ingediend om de lichte dubbelvier uit te schrijven in Racice, boodt dat ons de mogelijkheid om allevier de 'prinsesjes' naar het WU23 in Tsjechië te sturen.
Prinsesjes. De vier lichte meisjes hebben die bijnaam niet alleen bij bondscoach Coen Eggenkamp. Door hun frêle uiterlijk en de designer-zonnebrillen die ze dragen tijdens zonovergoten wedstrijddagen hebben Leijssen, Wörner, van Zomeren en Valk af en toe iets weg van diva's. De Barbie's van het roeien, wellicht, maar dan zonder fluorescerend roze boot en klein keffertje in de handtas die na de wedstrijd een lik krijgt van een pistache-ijsje. Ach, zegt Leijssen, wat mensen van ons vinden, dat maakt me niets uit. Dat zijn allemaal vooroordelen. We willen en gaan ons gewoon roeiend bewijzen, daar gaat het immers om. Valk neemt ondertussen een brede pose aan. Prinsesjes? Monsters zijn we! Leijssen: Iedereen dacht dat het wel huilen zou zijn met vier meisjes in de boot, en dan ook nog eens meisjes die licht moesten zijn. Maar het gaat echt supergoed!
Het lichte roeien zorgt inderdaad voor een extra dimensie in een wedstrijdweekend, en zeker op een wereldkampioenschap. Valk en van Zomeren roeiden vorig jaar al licht en zijn dus de ervaren rotten van het stel. Leijssen en Wörner komen net kijken in de wereld van het inwegen. Toch is Leijssen 'praeses weegschaal' en hebben de meisjes nauwelijks moeite met het halen van het gewicht. Wijze tips van ervaringsdeskundige Eggenkamp? Nee hoor, zegt Valk, gewoon proberen wat werkt en daaruit lering trekken. Dat werkt gewoon het beste.
Dat de vier ambitieus zijn straalt er tijdens het hele gesprek vanaf. De ene na de andere wijze one-liner passeert de revue, zonder dat hun uitspraken ongeloofwaardig worden. Het gaat niet om jongens, uiterlijk en ook de babes-pagina van Nlroei is niet interessant: roeien, daar doen ze het voor, en op het senioren-B WK willen de roeisters van Nereus zich koste wat kost bewijzen. De tegenstand is evenwel niet mals: tien landen nemen de moeite om, in het niet-Olympische nummer lichte dames dubbelvier, roeisters naar Tsjechië te sturen. Australië, Wit-Rusland, Canada, Frankrijk, Duitsland, Italië en Amerika sturen atleten, en ook uit Iran komen vier roeisters naar Racice. Zijn de Nederlandse meisjes zenuwachtig? Nouja, zegt Leijssen, we waren uiteraard wel benieuwd naar de tegenstand, maar we zien natuurlijk pas echt wat de tegenstand waard is zodra we in de wedstrijd naast ze liggen.
Wijze woorden wederom. Eggenkamp is mede hierdoor blij met zijn vier dames. Het hele jaar hebben we ze scherp gehouden en hebben we ze tegen elkaar laten varen. De verwachting was wel dat ze met hun ervaring samen redelijk goed konden dubbelvieren, maar binnen anderhalve week liep de boot al goed. Ook op de onderlinge sparsessies hier [de SB-équipe trainde de afgelopen week in Keulen, red] deden ze het meer dan prima. Een medaillekandidaat misschien? Wie weet, zegt Eggenkamp. Als iedereen finale haalt is het sowieso een geslaagd toernooi, maar we komen het liefst terug met vier medailles. En of deze vier voor de prijzen kunnen gaan? Wie weet. Eggenkamp glimlacht. Met een ereplaats kent het sprookje van de prinsessen en de monsters inderdaad een happy end.




Veel succes dit weekend!