Ook toproeiers hebben wel eens pech
zondag 31 mei 2009 10:51
geplaatst door
michiel
Het lijken van die übermenschen, de toproeiers en -roeisters. Het zijn ongetwijfeld mensen die ver vooraan stonden toen de fysieke talenten werden uitgedeeld door Onze Lieve Heer. Zeker bij de M1x zijn er enkele uitschieters. Bomen van kerels die boven de rest uittorenen, en waarvan verwacht wordt dat ze zelfs met één riem de finale wel zouden kunnen halen. Wat zou het immers gek zijn als Olaf Tufte, de tweevoudig Olympisch kampioen, een keer de C-finale zou moeten roeien - en het daar zou afleggen tegen een lichte roeier die geen zin had om in te wegen. Nee, roeiers van het kaliber Tufte, Drysdale en Synek zijn zo goed en sterk, dat ze zelfs met tegenslag de finale moeten kunnen halen. Of toch niet? Het is zaterdag rond het middaguur, en ik zit in Club Natacio, de roeivereniging langs Lago de Banyoles, een kopje koffie te drinken met één van de FISA-commentatoren. Het gaat - uiteraard - over roeien. Over finaleplaatsen, over de Nederlandse toproeiers van weleer en van nu, en, aan het einde van het gesprek, over de mannen skiff. We besluiten een voorspelling te doen voor het podium. Mijn einduitslag: 1. Synek, 2. Campbell, 3. Tufte. De commentator kan het daar wel mee eens zijn, maar waarschuwt voor Tim Maeyens, die mogelijk beter in vorm is dan de andere toppers. Nog geen twee uur later sta ik op het vlot uit te kijken over het meer en komt de eerste halve finale van de mannen-skiff aandenderen. Maeyens wint, niet geheel onverwacht. Tweede wordt een onbekende Wit-Rus, en derde Europees Kampioen Ioannis Christou. Ergens ver achteraan komt een houtkleurige skiff in tempo 22 rustig aanpeddelen. Het kwartje valt pas na een tiental seconden. Ondrej Synek, winnaar van het zilver in Beijing, ligt mijlenver achter de rest en haalt de finale niet, ondanks een zeer behoorlijke voorwedstrijd. Zou hij geblesseerd zijn? Hij roeit wel moeilijk. Maar ja, hij roeit altijd al wat houterig.
Na een eenzame 'tuut' en het rondmaken legt Synek aan. "Wat is er?" vraag ik. "Er kwam iets onder mijn boot", zegt de grote Tsjech, en hij haalt zijn schouders op. Wat weet hij ook niet, dat gaan hij en zijn coach vrijwel gelijk bekijken. De boosdoener blijkt uiteindelijk een lange sliert wier te zijn die zich rond zijn vinnetje heeft genesteld. Het is het bewijsmateriaal dat bij de Holland Vier in Beijing ontbrak, en uiteraard een legitieme reden voor Synek om, ondanks zijn tweede positie op de 1000 meter, de finale niet te halen.
De tweede halve finale van de skiff komt voorbij op het moment dat Synek weer wegroeit. Campbell wint, voor Tufte en de onbekende Cubaan Angel Fournier Rodriguez. Ditmaal bungelt Karonen achteraan. Weer een stuk riet? Hebben ze toevallig vanmorgen de waterkant van het meer gesnoeid? Nee, de Zweed is gewoon nog niet goed in vorm. Het nieuws van Synek verspreid zich echter snel richting de toproeiers. Campbell's coach Bill Barry roept naar Olaf Tufte wat er gebeurt is. "Bummer", roept de Noor. "Oh, really?", hijgt een uitgeputte Campbell. Dan roeien ze allebei weer terug naar het botenterrein, druk keuvelend over het verloop van de race. Tijdens de race zijn het vijanden, maar naderhand kunnen ze het allemaal prima met elkaar vinden. Gekke jongens eigenlijk, die topskiffeurs.
De volgende dag, tijdens de B-finale, wint Ondrej Synek. "Wat is het toch gek om iemand als Synek in de B-finale te zien", roept de FISA-commentator waarmee ik een dag eerder koffie zat te drinken via de intercom naar het publiek. Hij moest eens weten.



